Abonneer je nu op Baby-Wereld

Abonneer je nu en ontvang dit jaar gratis het vakblad BabyWereld!

BabyWereld
BabyWereld is hét medium voor professionals in de babybranche. Het magazine is het enige vakblad voor fysieke en online retailers, life-style winkels en boetieks met babyproducten, inkopers en leveranciers. Kortom: iedereen die geïnteresseerd is in baby- en kinderproducten.

Of het nu gaat over de nieuwste babyhardware (zoals buggy’s, kinderwagens, meubels, flesjes, slaapzakjes, speelgoed en babykleding) of de hipste home en gift producten voor baby’s of aanstaande en jonge ouders, BabyWereld is al meer dan 20 jaar toonaangevend in de babybranche.

BabyStuf.nlWat bieden wij?

  • Het vakblad BabyWereld verschijnt vier keer per jaar. Je vindt in BabyWereld nationaal en internationaal beursnieuws, boeiende reportages, praktische achtergrondartikelen, actuele ontwikkelingen en het laatste nieuws over de Baby Innovation Award die mede door BabyWereld georganiseerd wordt. Daarnaast wisselen we regelmatig nieuws en artikelen uit met vakbladen in het buitenland.
  • Website www.baby-wereld.nl
  • Nieuwsbrief zes keer per jaar
  • Discussieer mee op onze professional linked In community Group.

Abonneren
Abonneer je nu middels dit formulier. Na dit jaar vragen wij slechts een vergoeding van de portikosten als abonnee, te weten € 19,- excl. BTW.

Reageer je als webwinkelier vóór 15 augustus, dan krijg je er ook nog eens een gratis winkelvermelding t.w.v. € 49 op BabyStuf.nl bij!

Omnichannel en de customer journey bij What’s going on in retailing?

In april vond weer het congres ‘What’s going on in Retailing’ plaats, het ontmoetingspunt voor online & offline retailers. Het thema van deze dag was: Omnichannel, de strategie waarbij de consument centraal staat en de organisatie wordt ingericht op basis van de ‘customer journey’. Dit zijn alle momenten van oriëntatie, koop tot ervaring en review van de consument.

 

Dagvoorzitter Gino van Ossel, Shoppermarketing Expert en Hoogleraar Retailmarketing, gaat van start met een rappe inleiding. ‘Bekijken we de waarden die voor consumenten belangrijk zijn bij het kopen: ‘gemakkelijk’, ‘keus’, ‘goedkoop’, ‘service’ en ‘beleving’, dan scoort eCommerce beter dan bij traditionele retail behalve op de twee laatste punten ‘service’ en ‘beleving’, aldus Van Ossel. Om echt verbonden te zijn met de consument zouden winkels aan de waarden: beleving, service, advies en artikelen in voorraad, nog wat moeten toevoegen zoals gratis wifi, schermen, tablets en webshop. Met natuurlijk de voordelen van online shoppen zoals toegang tot informatie, reviews and ratings, en de mogelijkheid om in de winkel en thuis te kunnen bestellen.

Maar wat doet de retailer? Die kijkt naar andere retailers en legt de focus op nog meer producten, aanbiedingen en aanpassingen met apps. Allemaal kostbare aanpassingen die verwarrend kunnen zijn; de consument ziet bijvoorbeeld een fysieke winkel met het bord ‘Online Shop’ erboven en snapt er niets meer van. Retailers blijven volgens Van Ossel maar vasthouden aan wat ze hebben en voegen daar slechts een paar nieuwe dingen aan toe, terwijl ze juist met een nieuw businessmodel zouden moeten beginnen waarbij de consument centraal staat. Belangrijke zaken daarbij zijn:

Long tail: ‘We hebben meer dan dat we u hier kunnen laten zien’.

Beleving: ‘Geen store experience maar product experience’.

En er zijn betere showrooms nodig; zorg daarbij vooral dat deze producten NIET online te koop zijn. Dit laatste is iets wat toonaangevende merken meer zouden moeten doen om hun merkwaarde te behouden!, aldus Van Ossel.

 

Het veranderende koopgedrag: loyalty is key

Marco Wolters heeft bij onderzoekbureau GfK onderzoek gedaan naar het veranderende koopgedrag en loyaliteit bij consumenten. Conclusie: klanten gaan vaak vreemd. Een schets van de economie: tot 2020 moeten we rekening houden met economische stagnatie en krimpende markt. De markt is verzadigd en consumenten eisen meer kwaliteit. Supermarkten profiteren van deze situatie, terwijl de DIY markten en Kleding forse dalingen laten zien. Branches die het wel goed doen zijn: IT, drogmetica, schoenen (Zalando, innovatie loont dus!) en food.

Daarbij is loyalty key volgens Wolters. Nieuwe kopers zijn moeilijk te vinden, de taart wordt niet groter. Zorg er daarom voor dat je klanten loyaal worden, dat is beter en goedkoper dan nieuwe klanten zoeken.

De online markt groeit door dat betekent meer leegstand van de winkels. Moeten winkelcentra belevingscentra worden of multifunctionele knooppunten? Onderzoek toont aan dat consumenten helemaal niet bezig zijn met het begrip ‘belevingscentrum’. Wat consumenten wel belangrijk vinden zijn zaken als diversiteit van het winkelaanbod, bereikbaarheid en parkeren. En zijn pickup points de toekomst? 84% van de Albert Heijn bezoekers kiest graag voor thuisbezorging en slechts 6% is voorstander voor een pickup point, dus nee! Daarbij: consumenten weten niet wat omnichannel is, dat is 24 uur per dag producten aanbieden via alle kanalen, het gaat er daarbij niet om waar de winkel is maar waar de consument is!

 

Is het inzetten van loyality kaarten een manier om klanten loyaal te maken?

De gemiddelde Nederlandse klant heeft er 5 en gebruikt er 3 effectief met als voornaamste reden: punten sparen en korting krijgen. Conclusie volgens Wolters: loyaltycards zijn er voor kortingen!

Meten we de loyaliteit bij de multichannel koper versus de pure offline koper, dan zien we dat de loyaliteit bij de offline koper veel groter is. Bij de loyaliteit van multichannel shopper is duidelijk te zien dat daar nog veel winst te behalen is. Dit vraagt om individueel aanbod op maat. De keerzijde is dat 74% van de offline kopers en 64% van de online kopers GEEN stukje privacy willen opgeven voor een relevant individueel aanbod.

 

Mobiel en social media zijn de belangrijkste drivers bij omnichannel. Maar de meeste online aankopen worden nog steeds gerealiseerd via pc of laptop, geeft Wolters aan. Het aandeel kopen via tablet (7%) en smartphone (3%) is nog zeer klein.

Ook de rol van social media bij het aankopen moet niet worden overschat: meer dan 71% geeft aan dat ze geen gebruikmaken van social media voor hun aankoopkeuze. Reden? Consumenten willen namelijk ook graag prijsvoordelen en reviews zien. Social media speelt op dit moment nog een marginale rol in het aankoopproces.

De uitdaging voor retailers wordt volgens Wolters: hoe verhoog ik loyalty via omnichannel? Bij loyaliteit draait het om de grip op ieder contactmoment in de omnichannel customer journey. Dat betekent in plaats van de 5 P’s naar de 3V’s: Valued customer, Valued proposition, Valued delivery. Je moet je als retailer afvragen: wie is mijn klant, wat wil mijn klant en hoe maak ik hem fan?

Onderzoek toont verder aan dat de online conversie bij fashion het hoogst is bij hoogopgeleide vrouwen tussen de 20 en 35 jaar. Het gaat om de juiste merkervaring voor de juiste persoon op het juiste moment in de hele omnichannel customer journey.

Dit is een gedeelte uit het verschenen artikel in BabyWereld.

Discussier mee op LinkedIn over nieuwe retailmodellen!

BabyWereld heeft een eigen professionals group op LinkedIn! Discussieer mee op LinkedIn door je mening te geven over de volgende stelling:

 

“Onze branche heeft behoefte aan nieuwe retailmodellen. Er wordt nu teveel naar elkaar gekeken en gefocust op prijs”

 

Ga snel naar:  BabyWereld Professionals LinkedIn Group!

Nog geen lid? Meld je gratis aan!

 

Uniek boek: De geschiedenis van de kinderwagen

Mieneke van Noort verzamelde in de afgelopen dertig jaar een indrukwekkend aantal historische kinderwagens. Deze unieke verzameling is al jaren te bewonderen in haar museum: het Kinderwagenmuseum in Nieuwolda, Groningen.

De kennis die Mieneke opdeed over de historie van de kinderwagen is nu vastgelegd in een boek. Mooi vormgegeven en rijk geïllustreerd met bijna 200 kinderwagens uit de museumcollectie, foto’s en documentatiemateriaal. Daarnaast bevat het boek een overzicht van de belangrijkste Nederlandse kinderwagenmerken vanaf 1886. Het is niet alleen een cadeauboek voor alle generaties grootmoeders, dochters en hun mannen maar ook verplichte kost voor iedereen die bij het ontwerpen, produceren of verkopen van kinderwagens betrokken is!

Dit is een gedeelte uit het verschenen artikel in BabyWereld.

BabyWereld mocht 3 exemplaren van De Geschiedenis van de Kinderwagen verloten! De winnaars zijn: Bertie Keizer in Ermelo, Christien van der Pol in Katwijk en Familie van den Berg in Streefkerk. Zij hebben dit boek in inmiddels ontvangen.

Nieuwe collectie babykleding

Babykleding is in eerste instantie bedoeld om baby’s te beschermen tegen kou. Het allerbelangrijkste bij babykleding is het comfort. Dit betekent dat babykleding soepel en zacht moet zijn. Vooral tijdens de eerste periode wordt tussen de nacht- en dagkleding haast geen verschil gemaakt. Zo voelt je baby zich ook in zijn meest luxueuze setje, het prettigst en kan het comfortabel slapen.

Ecologische babykleding
Er zijn speciale merken voor premature kindjes en steeds meer modemerken breiden hun aanbod uit met kleding van ecologische materialen. De eigenschappen van deze ecostoffen zoals ecologische katoen, lenen zich namelijk prima voor baby’s tere babyhuidje: minimale kans op irritatie en allergie. Daarnaast willen ouders natuurlijk dat  hun kindje de mooiste kleertjes aankrijgt! Er is komend seizoen weer keuze genoeg!

In BabyWereld meer over de collecties van Koeka, Dushi, Ducky Beau, Little Label, Jottum Newborn, Cakewalk, Cuccioli, Limo, Cambrass, Bla Bla Bla, Mubys, VinRose, Beebielove en Organics for Kids.

Dit is een gedeelte uit het verschenen artikel in BabyWereld.

dynamic LimoBasics

BabyWereld verloot 5 exemplaren van De Geschiedenis van de Kinderwagen!

Mieneke van Noort verzamelde in de afgelopen dertig jaar een indrukwekkend aantal historische kinderwagens. Deze unieke verzameling is al jaren te bewonderen in haar museum: het Kinderwagenmuseum in Nieuwolda, Groningen. De kennis die Mieneke opdeed over de historie van de kinderwagen is nu vastgelegd in een boek: De Geschiedenis van de Kinderwagen.

Wil je kans maken op één van de vijf exemplaren van De Geschiedenis van de Kinderwagen? Noem hieronder dan drie Nederlandse kinderwagenmerken die nu niet meer bestaan…

De nieuwste hulpmiddelen voor potjestraining

Deskundigen zijn het erover eens: het heeft geen zin om met zindelijkheidstraining te beginnen als een kind er fysiek nog niet toe in staat is. Forceren schijnt zelfs averechts te werken. Maar kinderen worden tegenwoordig wel later zindelijk dan vroeger.

 
Dit heeft onder andere te maken met het toleranter worden van de ouders maar ook met het langer gebruiken van wegwerpluiers. Deze zijn zo absorberend dat kinderen niet eens meer in de gaten hebben dat ze een vieze broek hebben. Ter vergelijking: in de jaren 40 was de gemiddelde leeftijd voor zindelijkheidstraining 18 maanden. Vandaag is dat voor jongens ongeveer 39 maanden, bij meisjes is dat 35 maanden. Goede zaken voor de wegwerpluierfabrikanten!
Richtlijn om te starten met de training ligt tussen de één en twee jaar. Eerder heeft absoluut geen zin omdat kinderen dan nog geen controle over de blaasspieren hebben. Dit heeft te maken met de ontwikkeling van de hersenen en hersenbanen die de sluitspieren moeten aansturen. Ook is de blaas niet groot genoeg om urine lang genoeg op te houden. Te vroeg starten met de training kan zelfs een averechts effect hebben, met in de broek plassen en bedwateren als gevolg. Zindelijk worden is een natuurlijk proces en moet zo ook door ouders behandeld worden.
Rond het tweede jaar is er sprake van een dag- en nachtritme en kunnen kinderen ’s nachts langer hun plas ophouden. Kinderen geven zelf signalen af waarmee ze aangeven ‘er aan toe te zijn’. Deze signalen zijn: onrustig worden voor het plassen, met de beentjes open gaan lopen voor, na of tijdens de ontlasting en wiebelen op de stoel. Een ander teken is dat kinderen interesse tonen voor alles wat met de wc en het hele toiletgebeuren te maken heeft. Dit is het moment dat een kind er lichamelijk en mentaal rijp voor is om met de training te starten.

 
Interessant potje
Dan breekt de tijd aan dat een potje kan worden aangeboden. Er is veel aanbod, verschillende modellen, maten en kleuren. Ze zijn er met een muziekje, voor als de boodschap is gedaan, ze zijn er met een namaak doortrekhendel, zelfs met wc-rol houder. Met een hoog stuk tussen de benen, dan plas je niet snel over de rand. Er zijn exemplaren die zowel een opstapje als een potje tegelijk zijn, met geïntegreerd bakje, met een zachte foam rand zodat deze nooit koud aanvoelt en een veilig gevoel geeft. En wat te denken van een potje dat je als een koffertje mee kunt nemen? Verder zien we steeds meer multifunctionele exemplaren: een potje, opvangbakje en opstapje ineen! In elkaar gezet of gestapeld nemen deze heel weinig ruimte in en dat is weer handig in een kleine badkamer. Alles om het maar zo aantrekkelijk mogelijk te maken voor het kind op het potje te gaan en om sneller zindelijk te worden.  Na de potjesfase breekt de periode aan van de wc-brilverkleiner; een kleine wc-bril die op het grotemensentoilet past. Maar een brilverkleiner biedt ook uitkomst voor kinderen die helemaal niet op een potje willen zitten maar wel op het grote toilet! Naast alle losse opzetbrilverkleiners bestaat er ook een gewone wc-bril met een geïntegreerde kinderbril. Dan hoef je als ouder niet meer te struikelen over de losse brilopzet en hebben ouders en kinderen deze altijd bij de hand.

 
Positieve ervaring
Waar het met al deze producten om gaat is dat kinderen het naar het toilet gaan als iets gewoons en positiefs gaan ervaren, zonder daarbij angsten te ontwikkelen. Nog een aandachtspunt van kinderartsen en ergonomen: om goed te kunnen ontspannen bij het naar de wc gaan is een ontspannen zithouding belangrijk. Ouders moeten opletten dat hun kindje goed met de voetjes plat op de grond kunnen. Dat is natuurlijk lastig met een losse kinderbril op de wc, want de beentjes bungelen dan in de lucht. Een oplossing zijn de wc-brilverkleiners met trapje of vast opstapje.  Helemaal nieuw is de toilettrainer met 3 functionaliteiten: een potje voor op de grond, een toilettrainer voor het volwassen toilet en een wc-brilverkleiner. Er zijn er zelfs die in hoogte verstelbaar zijn, over ergonomie gesproken!

Dit is een gedeelte uit het verschenen artikel in BabyWereld.

i-Size: de nieuwe en veiligste manier van reizen

Vanaf juli 2013 treedt fase 1 van de nieuwe i-Size regelgeving voor autostoeltjes in werking. Dit betekent dat vanaf deze datum autostoeltjes aan de hand van deze nieuwe norm gekeurd kunnen worden. De eerste autostoeltjes met i-Size keuring zullen in de nazomer van 2013 op de markt verschijnen.

 

Wat is i-Size?

i-Size is een nieuwe Europese regelgeving voor het veiliger vervoeren van kinderen in de auto door ze langer achterwaarts, met Isofix-installatie, te vervoeren tot 15 maanden. Bij achterwaarts vervoer is een kindje beter beschermd in geval van frontale of zijwaartse aanrijdingen. Hierbij komen namelijk zware krachten los op nek en hoofdje van het kindje. Bij kindjes tot 15 maanden oud is de nek nog onvoldoende ontwikkeld om het relatief zware hoofd in dit geval te ondersteunen. Bij achterwaarts vervoer worden de krachten over een groter gebied van het lichaam verspreid wat minder druk geeft op het hoofdje en de nek van een baby. Door installatie met behulp van het Isofix-systeem vermindert de kans op incorrecte installatie.

 

Waarom een nieuwe regelgeving

1. De ECE R44-04 is in een groot aantal opzichten verouderd. De ECE R44-04 laat een te vroege plaatsing van kinderen met de rijrichting mee, toe en geeft een zeer onduidelijke klassering op grond van gewichtsklassen. Er bestaat bijvoorbeeld veel verwarring onder consumenten over wanneer er overgestapt moet worden van het eerste babyautostoeltje naar een grotere peuterautostoel. Het blijkt dat ouders vaak te vroeg overstappen naar een groter stoeltje waarin het kind naar voren kijkt met een grotere kans op hoofd- en nekletsel bij een aanrijding.

2. Ook biedt de huidige norm geen regels voor de bescherming bij een botsing van opzij. Dit betekent dat een autostoeltje volgens de ECER44-04 (huidige wetgeving), geen enkele bescherming biedt bij aanrijdingen vanaf de zijkant, maar toch toegestaan en officieel goedgekeurd kan zijn.

3. Tot slot laat de ECE R44-04 te veel mogelijkheden toe om autostoeltjes op een onjuiste wijze te installeren. Onjuiste installatie is in feite het grootse obstakel voor een veiliger gebruik van autostoeltjes. Daarom was het de hoogste tijd voor een grondige herziening van de veiligheidsnormen voor autostoeltjes.

 

Al deze problemen worden aangepakt met de nieuwe i-Size-norm. De nieuwe regelgeving stimuleert het Isofix-verankeringssysteem en er komt er een eenduidige richtlijn voor ouders en retailers over wanneer over te stappen naar een groter autostoeltje en wanneer over te gaan van achterwaarts naar voorwaarts gericht vervoer.

 

Wat gaat er veranderen?

De nieuwe i-Size producten maken het mogelijk om kinderen minimaal tot 15 maanden achterwaarts te vervoeren in combinatie met Isofix-installatie. Met de komst van i-Size hebben ouders dus een ruimere keuze uit het aanbod autostoeltjes. Daarnaast worden de autostoelen voortaan op lengte ingedeeld in plaats van gewicht, overeenkomstig met de kledingmaten.

Op deze manier wordt gegarandeerd dat kinderen gedurende minimaal de eerste 15 maanden worden vervoerd in een autostoeltje dat achterwaarts gericht is, en zo bijdraagt aan vermindering van het aantal gevallen van nek- en hoofdletsel.

Waar ECE R44-04 geen enkele richtlijn bevatte voor de binnenmaten van de autostoeltjes, is binnen i-Size iedere lichaamsklasse gedefinieerd met minimale binnenmaten voor het autostoeltje. Naast een veel duidelijkere klassering zal het maximale gewicht van het kind dat in het autostoeltje vervoerd kan worden, aangegeven worden.

Daarnaast bepaalt de standaard minimale prestatie-eisen bij aanrijdingen vanaf de zijkant, zodat alle i-Size goedgekeurde kinderautostoeltjes in de toekomst bescherming bieden bij een zijdelingse aanrijding.

Dit is een gedeelte uit het verschenen artikel in BabyWereld.

Draagsystemen; hoe veilig zijn ze?

Er zijn ouders die erbij zweren en er zijn ouders die het niets vinden: babydragers! Zeker nu er ook een paar ongelukken zijn gebeurd met slings uit Amerika waardoor dragers een beetje in een verkeerd daglicht zijn komen te staan. Zijn babydragers waarmee baby’s liggend worden vervoerd nog wel te vertrouwen? 

We merken het op de redactie, we horen het van bekenden en we horen het van fabrikanten: er is veel onzekerheid over draagsystemen ontstaan. Is babydragen nou goed of zijn er te veel risico’s?  Het tumult is mede ontstaan na een recall in de Verenigde Staten en Canada. Daar werden vorig jaar meer dan een miljoen draagzakken van het type ‘SlingRider’ en ‘Wendy Bellissimo’ van Infantino teruggehaald toen bleek dat er drie baby’s in waren overleden. De baby’s lagen te diep in de draagzakken, kregen daardoor onvoldoende frisse lucht en zijn gestikt. Direct daarna bracht de US Consumer Product Safety Commission (CPSC) een waarschuwing voor sling carriers voor baby’s. Ze kunnen twee type verstikkingen veroorzaken. In de eerste maanden kunnen baby’s hun hoofd nog niet goed omhoog houden door onvoldoende ontwikkelde nekspieren en de stof van de babydrager kan tegen neus en mond van het kind worden gedrukt. Ook kunnen luchtwegen worden belemmerd doordat de kin van de baby te veel op de borst wordt gedrukt.

Foutje in de vertaling
Ook in Nederland zijn er enkele van deze Infantino modellen op de markt gebracht maar zijn geen ongelukken bekend. Een aantal fabrikanten van draagsystemen stuurde wel direct berichten uit.  Chris de Bruyn van Babylonia over de recall: ‘Er is veel verwarring en onzekerheid in de handel en bij consumenten ontstaan doordat er gesproken werd over ‘draagdoeken’ en niet over de ‘babybags’ ofwel draagzakken of buideldragers genoemd wat de Infantino-producten eigenlijk zijn. Het woord ‘sling’ is vertaald naar ‘draagdoek’ en dit wekt de suggestie dat het om alle typen draagdoeken gaat.’ Babybags zijn zo ontworpen zijn dat baby’s er te laag in hangen waardoor de luchttoevoer in het gedrang kan komen. Dat probleem heb je met draagdoeken niet. Daarbij is het gebruik beperkt; ze zijn meestal niet comfortabel voor het dragen van grotere baby’s.’ De Bruyn ziet een duidelijke tendens naar het rechtop dragen, meteen vanaf de geboorte maar waarschuwt voor de risico’s. ‘Niet elke rechtopdrager is geschikt om de baby vanaf de geboorte te dragen door het allesbehalve ergonomische ontwerp van het zitvlak voor de baby: vaak te smal en soms ook niet aanpasbaar. Een draagdoek past altijd. Wij hebben vijf comfortabele draagdoeken waarin je een kindje altijd dicht tegen je aan kunt dragen in de aangeraden ‘M-houding’. Dit zorgt voor de juiste ondersteuning van kleine en grote baby’s die altijd in de ideale houding volledig ontspannen tegen de ouder aanzitten.’

Dit is een gedeelte uit het verschenen artikel in BabyWereld.

Revolutionaire omslag in Babyproductenbranche: Cradle to Cradle

Het Cradle to Cradle principe geïntroduceerd door co-founder Michael Braungart, heeft veel bedrijven en mensen de ogen doen openen. Nu is er in de babybranche een producent opgestaan die heeft toegezegd om volgens de Cradle to Cradle gedachte te gaan produceren. Geen fictie maar feit; de eerste babyproducten werden deze zomer in Shanghai aan het publiek getoond.

 
Het is warm in Shanghai, het kwik schiet boven de 33 graden met een hoge luchtvochtigheid, de rijen voor de ingang van de Shanghai International Children Baby Maternity Expo zijn lang en breed en het is dringen geblazen. Samen met Dick Quint, directeur van Turnkey Design, wurmen we ons door de massa heen en komen terecht op een van de grootste stands van deze beurs: Goodbaby. Goodbaby is één van de grootste producenten van baby- en kinderproducten ter wereld. Turnkey Design uit Utrecht is één van de vier Research and Development afdelingen van deze baby- en kinderproductengigant in China. Quint en Goodbaby kennen elkaar nog van de periode dat Quint als mede-eigenaar verbonden was aan Quinny.
Op deze stand wonen we een wereldprimeur bij: de onthulling van de EQO collectie (een woordspeling voor het woord ECO) bestaande uit een kinderwagen, autostoel, kinderstoel en ledikant. Allemaal volgens het Cradle to Cradle principe ontworpen en waarvan de productie in januari 2012 van start zal gaan.

 

Wat is Cradle to Cradle?

De aarde telt momenteel 2,6 biljoen mensen en de bevolking groeit nog steeds. Alle mensen hebben een grote behoefte aan producten maar we kampen wereldwijd met twee problemen: onze bronnen raken op, er is enorm veel afval en zorgvuldig geproduceerde producten worden zomaar weggegooid. Bij het Cradle to Cradle principe wordt uitgegaan van het stimuleren van recycling, het verminderen van consumptie en het minimaliseren van de benodigde energie om producten te maken. Dit houdt in dat er bij het ontwerpen iets heel anders komt kijken. Welke materialen ga je gebruiken? Want je moet materialen gaan gebruiken die weer terug moeten keren in de technische of biologische cirkel. Bij Cradle to Cradle ga je geen materialen meer gebruiken maar ga je ze ‘lenen’.

Dit is een gedeelte uit het verschenen artikel in BabyWereld.

De kracht van coslapen

In Nederland en andere westerse landen slapen baby’s vaak op hun eigen kamertje. Nu is er zojuist een nieuw boek verschenen met wetenschappelijke onderbouwing voor de waardevolle aspecten van slapen met de baby op de ouderlijke slaapkamer naast of in het ouderlijk bed. BabyWereld sprak met de vertaalster van dit boek en medevoorstander van coslapen en polste de markt over de mogelijkheden.

Het boek ‘Slapen met je baby’ is geschreven door James J. McKenna Ph.D. en vertaald door Marianne Vanderveen-Kolkena, lactatiekundige IBCLC. Het boek is volgens Marianne een krachtig pleidooi voor ouderlijke nabijheid in de nachtelijke uren. ‘Bijna alle zoogdieren slapen met hun jongen en in veel culturen worden baby’s ‘s nachts niet alleen gelaten’, vertelt Marianne. ‘Veel zoogdieren worden geboren met 60 tot 90% van de volwassen hersenomvang, maar bij mensenbaby’s is dat slechts 25%. Mensenbaby’s hebben de langste tijd nodig om op te groeien en blijven het langst geestelijk en lichamelijk afhankelijk van hun moeder en hun verdere sociale omgeving. Dat we het alleen slapen van kinderen in de westerse wereld normaal vinden, is een relatief nieuw verschijnsel. In onze cultuur staan onafhankelijkheid, individualisme en zelfredzaamheid centraal en daardoor is het idee ontstaan dat kinderen afzonderlijk moeten slapen. Er is echter geen enkel bewijs op gebied van kinderontwikkeling dat deze conclusie onderbouwt.’

 

Betere afstemming en weinig huilen

Onderzoeken in slaaplaboratoria laten zien wat er precies gebeurt bij ‘bedding-in’. ‘Als moeder en kind samen in een bed slapen, blijken moeders sneller en preciezer op hun kindje te reageren dan wordt aangenomen. Ze stemmen zich op elkaar af en de baby huilt vrijwel niet. Als een baby wil gaan huilen of in paniek raakt, heeft een moeder haar kind al gestreeld of aan de borst gelegd.’

Volgens Marianne is het belangrijk om zorgvuldig om te springen met de terminologie. Onder coslapen vallen rooming-in en bedding-in. Bij rooming-in slaapt de baby naast het ouderlijk bed in een wiegje of cosleeper, bij bedding-in wordt de baby mee in bed genomen. Zowel de Stichting Wiegendood en Consument & Veiligheid als de AAP (American Academy of Pediatrics) vinden rooming-in acceptabel, maar raden het slapen met de baby in het ouderlijk bed af vanwege de veronderstelde risico’s.

Marianne: ‘Je kunt meten hoeveel kinderen er aan SIDS (wiegendood) overlijden maar je kunt niet meten hoeveel kinderen er dankzij de nabijheid van de ouders niet ten prooi vallen aan SIDS. Je kunt niet zien dat kinderen weer gaan ademhalen omdat er een ouder in de buurt was. Uit diverse onderzoeken wereldwijd blijkt dat baby’s die niet bij hun ouders op de kamer slapen, in sommige gevallen twee keer zoveel kans hebben om slachtoffer te worden van SIDS. Daarnaast zijn er gebieden waar ouders hun baby in een wieg of mand dichtbij het ouderlijk bed te slapen leggen en waar zeer weinig SIDS-gevallen voorkomen, zoals in Hong Kong met de laagste cijfers ter wereld.

 

Zelf bepalen waar ouders hun baby te slapen leggen

De auteur van het boek maakt zich zorgen over het gemak waarmee de samenleving de rechten van de ouder over het hoofd ziet. ‘Alsof ouders in hun ouderlijke rol geen enkel inzicht hebben in wat goed is voor hun kind en alsof ze niet in staat zijn situaties juist in te schatten. Verder heeft de medische ouderschapskunde het in de loop der jaren ook flink mis gehad; zo is ouders aanbevolen baby’s op de buik te laten slapen, om ze in aparte slaapkamers te leggen en kunstmatige voeding te geven.’

Marianne vindt het belangrijk dat ouders materiaal aangereikt krijgen waarmee ze wat kunnen. ’Zij zijn uiteindelijk degenen die de gesprekken met hun directe zorgverleners kunnen aangaan. Ik zeg altijd: het is niet de zorgverlener die bepaalt waar jij je baby te slapen legt, maar jijzelf als ouder. Respect voor de kracht en autonomie van ouders hoort in de informatievoorziening een heel belangrijke plaats in te nemen.’

Rooming-in heeft nog een ander belangrijk kenmerk dat door wetenschappers wordt ondersteund: het vergemakkelijkt het geven van borstvoeding en dat verkleint ook weer de kans op SIDS. Marianne: ‘De borstvoedingorganisaties geven informatie over de mogelijkheden; ze geven geen adviezen. Wat ouders daar vervolgens mee doen, is aan ouders zelf om te bepalen. Er wordt naar mijn mening aan ouders met jonge kinderen dikwijls niet genoeg objectieve informatie gegeven. Veel adviezen zijn sterk gekleurd door de persoonlijke ervaring of overtuiging van de zorgverlener. Ook vind ik de adviezen vaak niet duidelijk. Als door Consument & Veiligheid geadviseerd wordt om de eerste vier maanden niet samen te slapen, dan moet je goed definiëren wat er met ‘samen slapen’ wordt bedoeld. Betekent dat ‘je baby in bed nemen’ of betekent het ‘een baby naast het ouderlijk bed laten slapen’?

De stelling dat borstvoeding de kans op SIDS verlaagt, is volgens Marianne niet correct: ‘Borstvoeding heeft in dat opzicht geen voordelen, borstvoeding is normgedrag voor zoogdieren. En als je ertoe aanmoedigt dat iemand afwijkt van normgedrag, dan zou je moeten kunnen aantonen dat er aan dat andere gedrag geen risico’s zijn verbonden. Borstvoeding verlaagt niet de kans op van alles; geen borstvoeding geven of krijgen brengt risico’s met zich mee en verhoogt de kans op allerlei zaken.’

Dit is een gedeelte uit het verschenen artikel in BabyWereld.

Autostoelen, trends en ontwikkelingen

Op het gebied van autostoeltjes signaleren we diverse trends. Veiligheid staat natuurlijk op nummer één, maar daarnaast zien we tal van andere ontwikkelingen zoals doorgroei-autostoeltjes, autostoelen met veiligheidskussens, autostoelen met nog meer gebruikersgemak en opvallende hoesjes waarmee ouders hun autostoeltje kunnen pimpen.

 

Liever veiligheidskussens

Cybex meldt ons: ‘We zien dat consument en de markt afstappen van de traditionele harnassystemen die je in alle groep 1, 2 en 3 autostoelen ziet. Liever kiezen ouders nu voor autostoelen met verstelbare veiligheidskussens, deze zijn ook veel veiliger. De verstelbare veiligheidskussens geven een betere ondersteuning maar zorgen er vooral voor dat de krachten bij een ongeval gelijkmatig worden verdeeld. Bij een mogelijk ongeval wordt de druk aanzienlijk verminderd op het nog in ontwikkeling zijnde hoofd- en halsgebied van het kind, vooral in vergelijking met conventionele harnassystemen.’

Ook nieuw bij Cybex is het Lineaire Side-Impact Protection System (LSP) zoals te zien in de CYBEX Solution X2 en Pallas 2. Deze absorbeert – net als bij een airbag – systematisch de krachten bij een zijdelingse botsing door middel van het beschermende zijkussen en de schouder- en hoofdbescherming.

De nieuwe autostoelen Monza Nova en Monza SF Nova van Recaro spelen in op het veiligheidsaspect. Denk aan extra crashpads voor de drukverdeling, extra schuim in het heup- en hoofdgedeelte en zijdelingse bescherming die bij een aanrijding als een energie-absorber werkt. Zoals bekend van Recaro zijn de autostoelen ook uitgevoerd met tal van technische snufjes zoals geïntegreerde luidspeakers voor het aansluiten van onder andere een MP3.

Römer heeft al een autostoel klaarstaan voor groep 1 die voldoet aan de nieuwe normering die nieuwe auto’s verplicht stelt dat er een Top Tether aansluitingspunt aanwezig moet zijn. De nieuwe Römer Trifix kan zowel met ISOfix en Top Tether bevestigingspunten gebruikt worden.

 

ISOfix en testuitslagen slaan de maat

Kinderen groeien als kool en autostoeltjes kopen voor de verschillende gewichtsgroepen 0, 1, 2 en 3 is een dure zaak. Daarom verschijnen er steeds meer doorgroeisystemen op de markt die de mogelijkheid bieden om autostoeltjes langer door te gebruiken.

Patrick Druant van Lucamati, vertegenwoordiger van Kiddy in de Benelux, constateert een enorme groei in ISOfix autostoelen. ’Daarnaast kijken consumenten niet zozeer naar de prijs maar kiezen ze voor kwaliteit, duurzaamheid en veiligheid en kijken ze goed naar de testuitslagen’, aldus Druant. Kiddy Energy Pro kwam als winnaar uit de Stiftung Warentest groep 1. ‘Het is bewezen dat de kracht van de impact van botsingen beter wordt opgevangen door autostoeltjes met stootkussens, zoals die van Kiddy, dan de klassieke autostoel. Dat merken we heel goed op informatieavonden waar we instructies geven aan winkelpersoneel.’ Ook de doorgroeistoelen ziet hij als een trend. ‘Kocht je vroeger een autostoeltje voor elke doelgroep, nu kunnen ouders een autostoel kopen dat mee evolueert met hun kind. Deze kost wel 300 euro, maar dit moet je dan verdelen over 10 jaar en dan heb je het maar over 30 euro per jaar! Dat is ook een duidelijk verhaal waarmee je de consument kunt overtuigen.’

De Sunshine Kids Monterey autostoel kan ook bogen op een succesvolle test. Daar kwam de Monterey autostoel in 2009 als winnaar uit de ADAC test. Opvolger Monterey2 heeft een afzonderlijk in te stellen rug- en hoofdsteun waarmee een perfecte pasvorm kan worden gemaakt tot 1.50 meter.

 

Baby vaker liggend vervoeren

Uit onderzoek is gebleken dat de waardes van het zuurstofgehalte van jonge baby’s in een zithouding beduidend lager zijn dan bij baby’s in een liggende houding. Dit heeft Römer doen besluiten tot de ontwikkeling van de Baby Safe Sleeper vorig jaar waarbij de baby helemaal liggend in de auto kan worden vervoerd. De nieuwe Baby Safe plus II voor groep 0-0+ biedt niet alleen uitstekende bescherming bij impact van opzij, maar het is ook mogelijk om met een integraal verstelsysteem een plattere positie in te stellen zodat de baby kan liggen.

Stokke komt deze zomer met de nieuwe iZiSleep van BeSafe met een actieve zithouding en een ligstand. Het nieuwe gepatenteerde gordelsysteem met veranderende kleurindicatoren geeft direct aan of de autostoel goed is geïnstalleerd. Na het gebruik in de auto kan deze autostoel met vlak ruggedeelte op het onderstel van de Xplory worden geklikt en kan de baby lekker liggen. De ligstand vermindert de druk op de rug van een kind waardoor het gemakkelijker zuurstof tot zich kan nemen. De oversized kap zorgt voor minder lichtinval en een rustig plekje voor de baby.

 

Dit  is een gedeelte uit het verschenen artikel in BabyWereld.

Trends bij eten en drinken

Kinderen worden steeds dikker. In sommige staten van Amerika heeft bijna 19% van de baby’s en peuters onder de twee jaar last van obesitas of overgewicht. Het verschijnsel obesitas bij kinderen is meer dan verdrievoudigd in de afgelopen dertig jaar. Het gevolg is dat kinderen op een steeds jongere leeftijd op dieet worden gezet.

 
Ook in Nederland rinkelen de alarmbellen, uit een zojuist gehouden seminar door Jeugd Gezondheidszorg blijkt een toename van te dikke kinderen van 10% in 1997 naar 14% in 2009 en het aantal kinderen dat aan obesitas lijdt groeide van 1,2 % tot 2%. Baby’s die met vijf of zes maanden te dik zijn, hebben een zeer grote kans dat ze later obesitas ontwikkelen. Daarom werd op dit congres een nieuwe richtlijn bekendgemaakt. Er komt een preventieplan voor consultatiebureau artsen en jeugdartsen met praktische tips, adviezen over niet teveel voeding, veel minder zoetigheid en het stimuleren van meer beweging. Dat betekent voor baby’s: niet te lang in een wipstoeltje of autostoeltje. En ouders krijgen het advies om hun peuters en kleuters te laten lopen in plaats van te laten zitten in buggy’s!

 
Eigenlijk staat deze ontwikkeling haaks op een andere trend die we signaleren: namelijk het (langer) geven van borstvoeding en het zelf bereiden van babyvoeding. Eén van de voordelen van borstvoeding is namelijk dat kinderen later minder kans hebben op overgewicht en met het zelf bereiden laat je kinderen al vroeg wennen aan smaken en structuur en dat zorgt weer voor minder eetproblemen. Blijkbaar moet er nog veel meer gedaan worden met het geven van goede voorlichting over borstvoeding en zelf eten bereiden….  Terwijl er toch steeds meer producten op de markt komen die ouders daarmee kunnen helpen!

 

Handje helpen bij de borstvoeding

Het assortiment borstkolven is de laatste jaren flink uitgebreid waardoor het voor aanstaande en jonge moeders niet moeilijk hoeft te zijn om een model te kiezen dat bij hun past: denk aan de budgetvriendelijke handkolf, elektrische kolf en dubbele kolf bij het frequenter willen kolven. (Ardo, Tommee Tippee, Philips Avent, Medela, Nûby, Ameda). De nieuwste modellen zijn bijna geruisloos, voelen comfortabel aan en er zelfs een model op de markt gekomen die speciaal ontwikkeld is om ‘mamavriendelijk’ te kolven, zonder toeter maar met een vriendelijke schelp die je onopvallend onder de kleding op de borst plaatst (Difrax). Het kolfassortiment is verder uitgebreid met talloze voorraadbekers, flesjes, bewaarzakjes, borstkompressen en koelkompressen en koeltasje voor de moeder onderweg. Veelal om de voordelen van moedermelk te combineren met die van flesvoeding. Vorig jaar werd een handig moedermelk invriessysteem op de markt gebracht (Milk Trays) om moedermelk op een hygiënische manier in handige staafjes in te vriezen.
Het nieuwe merk VacuLess maakt het mogelijk om met behulp van adapterringen die op bijna alle kolfapparaten passen, moedermelk rechtstreeks in de voorgesteriliseerde zakjes te kolven. Het is dan niet meer nodig om kolfflessen uit te koken. Voor het voeden wordt de lucht uit de fles gedrukt. Nûby lanceert een gloednieuwe lijn babyflessen met steriele melkzakjes voor eenmalig gebruik. De wegwerpflessen beschikken over een antikoliekspeen die het vacuüm effect van de moederborst nabootst. De kans op krampjes vermindert daarmee aanzienlijk en steriliseren is overbodig. Ook ideaal voor onderweg.

 

Voeding on the go

De flessenwarmers waarmee je flesjes in de auto kunt verwarmen door middel van een hoes of band kenden we al, maar er zijn een paar nieuwe flessenwarmsystemen op de markt gekomen die werken volgens een ander principe. Zoals iiamo go, met deze fles warm je melk in vier minuten op tot 37°. De fles wordt opgewarmd door middel van een losse ampul die in de fles wordt geactiveerd door de bodem aan te schroeven. Het nieuwe label Yoomi werkt met een verwarmer die met een druk op de knop babyvoeding verwarmt tot de juiste temperatuur. Eerst dient het element voor gebruik gekookt te worden om op te laden, dit kan dagen of weken van te voren. Is het voedingsmoment aangebroken dan wordt de fles met voeding gevuld en met een druk op de knop is deze binnen 60 seconden klaar voor gebruik. De melk stroomt langs de kanalen van de verwarmer in de speen met de juiste temperatuur.

Dit is een gedeelte uit het verschenen artikel in BabyWereld.

De evolutie van de kinderstoel

Het zelfstandig kunnen zitten van een kindje luidt een nieuw tijdperk in want dit moment valt zo’n beetje samen met de overgang van vloeibaar naar vast voedsel en het ontdekken van de wereld. Dat betekent dus: een eigen kinderstoel!

Vergelijken we de kinderstoelen van vroeger met nu dan valt op hoe groot en plomp die kinderstoelen gemaakt van hout, destijds waren. Zo groot, dat er met stoelverkleiners of kussens gewerkt moest worden om je kind toch een goede zitpositie te geven. Kinderstoelen van heel lang geleden hadden vroeger zelfs een po-gedeelte onder de zitting. Misschien handig om je kind tegelijk zindelijk te maken maar natuurlijk verre van hygiënisch.

 

De kubusstoel
De houten kubusstoel bekend uit de jaren 70 en nog steeds te koop! bestond uit twee delen: een stoeltje met een eetblad en een omgekeerd tafeltje die je na de babytijd kon gebruiken als los tafeltje en stoeltje. Een superstabiele constructie en eigenlijk een slim, functioneel ontwerp ware het niet dat het geheel erg veel ruimte innam en het tafeltje in de praktijk nauwelijks gebruikt werd. Misschien krijgt dit meubelstuk nog eens een tweede kans als ontwerpers er nog eens hun licht over laten schijnen?

 

De meegroeistoel
Revolutionair was het ontwerp van de Noor Peter Opsvik met de lancering van de eerste Stokke Tripp Trapp kinderstoel in 1972. Hij benaderde het zitconcept van het kind vanuit een heel ander perspectief: kinderen moeten direct op de juiste hoogte aan tafel kunnen zitten en deel kunnen nemen aan het gezinsleven. De Tripp Trapp groeit mee met het kind doordat de zit- en voetplank in hoogte en diepte kunnen worden versteld. Voor het eerst werd de kinderstoel als een ergonomisch ontwerp gezien waarbij het belang van het opgroeiende kind voorop stond. Persoonlijk heb ik zelf kunnen zien wat een bijzondere man deze Peter Opsvik is. Zijn atelier in Noorwegen staat vol met de meest fantastische stoelontwerpen die er allemaal vanuit gaan dat de mens niet is geschapen om urenlang stil te zitten in één houding en dus ontwerpt hij stoelen die de mens uitnodigen tot actie!

Dit nieuwe ontwerp werd door andere fabrikanten opgepikt en uitgewerkt tot nieuwe modellen. Maar het originele model is door Stokke altijd goed beschermd waarbij Stokke niet schroomde juridische stappen te ondernemen als er een model op de markt verscheen dat te veel leek op de originele Tripp Trapp. Dit heeft er mede toe geleid dat de Tripp Trapp nog steeds een succesvol ontwerp is dat dit jaar zijn 40 jarig jubileum viert met een limited edition in geolied beuken en met handtekening van de designer.

Dit is een gedeelte uit het verschenen artikel in BabyWereld.

Kraamcadeaus

Bij de redactie van BabyStuf krijgen we vaak de vraag: wat is nou een leuk kraamcadeautje? Reden voor ons om hier meer aandacht aan te besteden. Blijkbaar vindt men het lastig om een goed cadeau te vinden voor een stel dat net een baby heeft gekregen. Met een kraamcadeautje heet je een nieuw leven welkom en daar mag best wat meer aandacht aan worden besteed!

Bij onze zuiderburen is dat overigens niet zo lastig. Daar wordt a) veel meer geld besteed voor het kopen van een kraamcadeau (100 euro is geen uitzondering als bevriend stel) en b) daar hebben ze van die handige geboortelijsten die aanstaande ouders neerleggen bij de babyspeciaalzaken. In Nederland komt dit initiatief helaas maar niet van de grond. Jammer, het zou het de gever veel gemakkelijker maken!

 

Breder publiek

Gelukkig zijn baby’s niet zo recessiegevoelig; bij een kraambezoek wil niemand met lege handen aankomen. Daarom is het belangrijk om hiermee rekening te houden en een gedeelte van de winkel speciaal in richten voor kraamcadeaus. Dit moet een goede mix zijn van babyshirtjes, rompertjes, mutsjes, slofjes, knuffels, speelgoed, boekjes en misschien wat zilverwerk.

Met deze accessoires en cadeauartikelen voeg je als retailer, voor zover je hier nog niet mee begonnen bent, echt wat toe aan je winkel. Je richt je daarmee namelijk op een veel breder publiek: niet alleen op de aanstaande moeder maar ook op opa en oma (die vaak veel meer willen uitgeven), echtgenoot, vrienden en vriendinnen enz. Bovendien werken deze artikelen drempelverlagend, je trekt er klanten mee de winkel in die niet voor de aanschaf van hardwaren komen, maar gewoon een leuk cadeautje zoeken.

Volgens ons is hier best nog een marktaandeel te winnen, maar dan moeten klanten wel weten dat ze bij u terecht kunnen! Dus, maak ze erop attent via social media, mond-op-mondreclame, nieuwsbrieven etc. 

 

Oog voor verpakking

In andere culturen, bijvoorbeeld in Japan, staat de kunst van het geven hoog in het vaandel. Daar maken ze er een kunst van om presentjes mooi te verpakken. De doosjes zijn soms zo mooi dat ze niet eens geopend worden. Het gaat daar meer om het ‘geven’. Denk daarom eens aan kraamcadeautjes die ook na het geven hun waarde behouden, bijvoorbeeld omdat de verpakking gebruikt kan worden als mooie opbergdoos voor andere spulletjes in de babykamer.

Waarom dat rompertje altijd in het geijkte roze of lichtblauwe opvouwbare doosje verpakken of in standaard cadeaupapier met gekrulde lintjes? We zijn een nuchter volkje maar volgens ons kan er achter de toonbank wel wat meer aandacht worden besteed aan de verpakking. Dat geeft een cadeau zoveel meer waarde bij het geven. Kijk eens wat leveranciers van verpakkingsmaterialen u te bieden hebben.

Dit is een gedeelte uit het verschenen artikel in BabyWereld.

Babyfoons: van audio naar video en plug & play

en de feiten over het stralingsgevaar

De ontwikkelingen van de techniek gaan soms razendsnel. Dat geldt ook voor babyfoons. In dit thema alles over de laatste mogelijkheden en ontwikkelingen. Maar ook aandacht voor andere belangrijke zaken: hoeveel straling geeft een babyfoon, hoeveel straling is er in huis en wat is het effect daarvan op mensen en kinderen?

Onlangs kwam op het journaal het onderwerp radon langs, ofwel straling.  We vroegen ons af of dit nu dezelfde straling is als de straling die  sommige babyfoons geven. Mariken Stolk, senior communicatieadviseur bij Milieu Centraal geeft antwoord op onze vragen.

 

Is radon hetzelfde als de straling van bijvoorbeeld babyfoons, computers en telefoons?

Mariken: ‘Straling door radon is niet hetzelfde als straling door babyfoons, computers of mobiele telefoons. De straling van radon is zogenaamde ioniserende straling. Dat is straling die veel energie bevat en daardoor gemakkelijk schade kan veroorzaken aan menselijke weefsels. Ioniserende straling wordt afgegeven door radioactieve stoffen, zoals radon. Radon is een natuurlijke bron van ioniserende straling. Het zit van nature in steen, en dus ook in alle bouwmaterialen die van steen zijn gemaakt (baksteen, beton). Radon komt daardoor in alle huizen voor. Dit is niet te vermijden.’

 

Hoe zit het dan met de straling van telefoons en babyfoons?

‘De straling door apparaten voor mobiele communicatie, zoals mobiele telefoons, DECT-telefoons, draadloos internet of babyfoons is niet-ioniserende straling. Deze straling heeft veel minder energie dan ioniserende straling. Andere vormen van niet-ioniserende straling zijn bijvoorbeeld de straling in de magnetron, van radio en tv of UV-straling van de zon. Ook alle elektrische apparaten die met de stekker in het stopcontact zitten geven een vorm van niet-ioniserende straling af’, aldus Mariken.

‘Niet-ioniserende straling bestaat uit zogenaamde elektromagnetische velden, die een bepaalde frequentie hebben. Hoe hoger de frequentie, hoe meer energie de straling bevat. Van de niet-ioniserende straling is UV-licht van de zon het meest energierijk. Straling van apparaten voor mobiele communicatie, zoals draadloos internet, mobieltjes of babyfoons, heeft een veel lagere frequentie. Velden afkomstig van elektrische apparaten met de stekker in het stopcontact hebben een nog lagere frequentie. Van al deze velden is dan ook niet onomstotelijk aangetoond dat ze tot gezondheidsschade leiden.’

 

Is er wat bekend over het effect van babyfoons en straling in de babykamer?

‘We worden omringd door steeds meer bronnen van dit soort straling. Vooral naar mobiele telefoons wordt vrij veel onderzoek gedaan, met name naar de langetermijneffecten van het gebruik ervan. Omdat mobiele telefoons dicht bij het hoofd worden gehouden, bestaan er limieten voor het vermogen waarmee een mobieltje maximaal mag werken. Dit om te voorkomen dat weefsel te veel opwarmt. Behalve opwarming van weefsel, zijn van mobieltjes vooralsnog geen andere gezondheidseffecten onomstotelijk vastgesteld. Voor babyfoons geldt dat de meeste systemen alleen velden uitzenden zodra het babytoestel wordt geactiveerd door de stem van de baby. Bovendien werken de meeste babyfoons met een relatief laag vermogen, lager dan van mobiele telefoons. De blootstelling aan velden van babyfoons is dus laag in vergelijking met bijvoorbeeld een mobiele telefoon.’

 

Hoe zit dat dan met DECT? 

‘Ook DECT-telefoons werken bij lagere vermogens dan mobiele telefoons, omdat ze net als babyfoons over een kortere afstand hoeven te werken. De handset zendt alleen velden uit tijdens het bellen, terwijl de basiscentrale ook als er niet wordt gebeld af en toe een signaal uitzendt met laag vermogen. Door het relatief lage vermogen waarmee DECT-telefoons werken, zijn de veldsterktes rond draagbare huistelefoons laag vergeleken met die rond mobiele telefoons.’

Dit is een gedeelte uit het verschenen artikel in BabyWereld.

Heeft u uw retouren al op orde?

Webshoppen was nog nooit zo populair. Vorig jaar kocht de Nederlandse consument voor ruim 9 miljard euro online. Voor webshops is het echter niet allemaal rozengeur en maneschijn. De concurrentie neemt hand over hand toe, terwijl de consument steeds veeleisender wordt. Online ondernemers die hun hoofd boven water willen houden moeten daarom oog hebben voor elk detail. Zeker ook de verraderlijke achterzijde van het bestelproces.

Het was werkelijk fascinerend te zien hoe de Nederlandse e-retailsector de afgelopen jaren van het ene naar het andere hoogtepunt toegroeide. Net als in Amerika en de UK is de Nederlandse online retailmarkt de afgelopen jaren razendsnel volwassen geworden. Nu de hoge groeipercentages afvlakken ontstaat er echter een verdringingsmarkt waarin ondernemers koortsachtig op zoek zijn naar nieuwe manieren om de consument onderscheidende meerwaarde te kunnen bieden.

Arnoud GrootFulfilment, in feite alle actie die de webshop onderneemt nadat de klant op ‘bestel’ heeft geklikt, biedt daartoe een scala aan uitgelezen mogelijkheid. De markt voor warehousing, orderpicken, inpakken en vervoeren, maar bijvoorbeeld ook betaling, productfotografie en retourenverwerking, zal komende drie jaar in waarde naar verwachting verdubbelen tot ruim 1,5 miljard euro. In het oog springende exponent hiervan zijn de steeds scherpere bezorgtijden. Steeds meer webshops beginnen zelfs met het zogenaamde ‘same day delivery’: voor een bepaalde ‘cut-off’-tijd besteld, dezelfde dag in huis.

Betrouwbaarheid
Deze cut-off tijden schuiven bovendien snel naar achteren. Rond de 45 procent van de Nederlandse webshops hanteert in 2012 een limiet van negen uur ’s avonds, of zelfs nóg later. In 2010 was dat net aan de helft. Die snelheid is belangrijk, maar niet essentieel. Uit verschillende onderzoeken blijkt dat webshops vooral scoren met heldere communicatie, moeiteloos retourgemak en scherp afgebakende aflevertijden, of in één woord: betrouwbaarheid. Of het nu vandaag, morgen of in het weekend is, de consumenten wil precies weten wanneer zijn pakketje wordt afgeleverd. Wie daar correct, duidelijk en consequent over communiceert kan op veel trouwe klanten rekenen.

Helaas is de verkoop echter maar de helft van het verhaal. Het zijn de vele pakketjes die weer terugkomen die voor de echte hoofdbrekens bezorgen. Volgens recent onderzoek door de Engelse marktonderzoeker Redshift Research lost 41 procent van de Britse webshoppers het gebrek aan paservaring op door hun favoriete jurken, shirts, jeans en ook baby-  en kinderkleding simpelweg in verschillende maten, kleuren en designs te bestellen. Zo kunnen ze thuis (voor de spiegel) het ideale setje samenstellen.

Gratis retouren
De bestelde goederen die niet bevallen gaan retour, en dat is steeds vaker gratis. Voor webshops is daar bijna geen ontkomen meer aan: meer dan 60 procent van de Engelse webshoppers geeft aan dat het ontbreken van een gratis retourmogelijkheid genoeg reden is om van aankoop af te zien. Recent Amerikaans onderzoek onderschrijft dat: Amerikaanse consumenten die ooit moesten betalen voor het retourneren van bestelde spullen, komen zelden nog terug bij de gewraakte webshops.

Blijft het retourenpercentage voor de meeste producten hangen op zo’n drie tot vier procent (net als in de bakstenen winkel), met kleren en andere modeartikelen, dus bijvoorbeeld ook babykleertjes en accessoires, kan dat oplopen tot 50 (!) procent. En tot overmaat van ramp komen lang niet al die bestelde spullen terug in nieuwstaat.  Regelmatig blijkt de geretourneerde kleding reeds gebruikt en voorzien van vlekken en scheuren. En soms gaat het zelfs verder dan dat. Consumenten blijken bijvoorbeeld buitengewoon handig als het aankomt op knippen en plakken, en bevestigen rustig het label van de oude kleren in oude exemplaren. Wie niet goed oplet alleen het label scant, blijft zo dus zitten met een ‘kat in de zak’.

Gewoontedieren
Alle reden dus om hier eens goed naar te kijken. Heeft u uw retourenproces en alle bottlenecks bijvoorbeeld al eens helemaal uitgeschreven? Mensen zijn gewoontedieren die veelal moeite hebben met het veranderen van bestaande routines. Webshopmanagers zijn geen uitzondering, zeker als het aankomt op hun retourenproces. Vaak is dat al proces jaren geleden op een bepaalde manier ingericht, en wordt daar verder niet naar omgekeken. Terwijl aan de voorkant van alles wordt gedaan om de omzet te verhogen, vergeten veel ondernemers de achterkant strak te trekken. Terwijl juist daar ook veel geld te verdienen valt….of te verliezen.

Door Arnoud Groot – Als freelance (onderzoeks)journalist en copywriter is Arnoud volledig gefocust op innovatieve ontwikkelingen op het internet in het algemeen, en op het gebied van e-retailing in het bijzonder. Hij schrijft hierover onder meer voor gerenommeerde vakbladen als Emerce en Twinkle Magazine en de website van consumentenprogramma Tros Radar. Voor BabyWereld schrijft hij een column over de laatste ontwikkelingen op dit gebied.