What’s going on in Retailing: vernieuwt de babybranche wel genoeg?

Zojuist het congres What’s going on in Retailing bezocht in Nieuwegein. Tussen honderden aanmeldingen van retailers heb ik jammer genoeg niemand uit onze branche getroffen. Is onze branche wel genoeg aan het vernieuwen?

Nieuwe businessmodellen nodig

Het congres leverde mij in ieder geval boeiende lezingen en nieuwe inzichten op.
Zoals het feit dat retailers nog veel te veel kijken naar wat de buurman doet en focussen op nog meer producten, aanbiedingen en prijsstunten. Kortom: winkeliers houden vast aan conventionele retailmodellen. Terwijl het succes volgens de sprekers juist zit in nieuwe businessmodellen waar de omni-channel consument via alle mogelijke verkoopkanalen bediend kan worden. Retailers kunnen bijvoorbeeld beter niet alle producten uitstallen, maar kiezen voor verkooptoppers en consumenten erop wijzen dat er via schermen, gratis wifi, tablets en webshop in de winkels nog veel meer verkrijgbaar is.

Carola SiksmaEconomische krimp babybranche

De economische stagnatie en krimpende markt betekent ook dat je niet steeds op zoek moet gaan naar nieuwe klanten, maar wel naar manieren moet zoeken om klanten te behouden. Dat is niet alleen beter maar ook goedkoper. Bij nieuwe modellen draait het niet om winst en opbrengst maar om loyaliteit waar de klant voor wil betalen. Dit betekent bijvoorbeeld geen korting geven maar liever iets cadeau doen. De loyaliteit schijnt bij offline shoppers (lees: fysieke winkel) veel groter te zijn dan bij online.

In de Verenigde Staten en Engeland maken winkelketens al gebruik van big data; het verzamelen van klantgegevens waarmee je klanten kunt binden en uiteindelijk op gedrag kunt sturen.

Veranderingen nodig

In een periode waarbij iedereen worstelt met de economische crisis, vergrijzing, schaalvergroting, internet en gemeentes die niet goed of tijdig inspelen op huidige ontwikkelingen, zijn veranderingen nodig. En dat lijkt me een enorme opgave voor de retail, maar niet onmogelijk.

Laten we niet vergeten dat nog steeds 84% van alle aankopen van de meeste producten in de winkel plaatsvindt. Daarmee heb je als fysieke winkel een sterk voordeel omdat hier de meeste verkopen starten. Volgens spreker Molenaar hebben de fysieke winkels met online de toekomst. De fysieke winkel is belangrijk voor de beleving. ‘Want’ zo stelt hij, ‘consumenten willen persoonlijk contact en bij een klacht bij wijze van spreken iemand een blauw oog kunnen slaan als ze boos zijn.’

Door Carola Siksma

VeiligheidNL heeft nieuw team Kinderveiligheid

Het team kinderveiligheid van VeiligheidNL is vernieuwd. Nieuwe coördinator is Saskia Kloet, op Marketing & communicatie Ilja van Alten, Mieke Cotterink blijft onze inhoudsexpert en Ine Buuron onze consultant. Samen gaan zij dit jaar aan de slag met nieuwe plannen om ouders nog beter te voorzien van veiligheidsinformatie.

Omnichannel en de customer journey bij What’s going on in retailing?

In april vond weer het congres ‘What’s going on in Retailing’ plaats, het ontmoetingspunt voor online & offline retailers. Het thema van deze dag was: Omnichannel, de strategie waarbij de consument centraal staat en de organisatie wordt ingericht op basis van de ‘customer journey’. Dit zijn alle momenten van oriëntatie, koop tot ervaring en review van de consument.

 
Dagvoorzitter Gino van Ossel, Shoppermarketing Expert en Hoogleraar Retailmarketing, gaat van start met een rappe inleiding. ‘Bekijken we de waarden die voor consumenten belangrijk zijn bij het kopen: ‘gemakkelijk’, ‘keus’, ‘goedkoop’, ‘service’ en ‘beleving’, dan scoort eCommerce beter dan bij traditionele retail behalve op de twee laatste punten ‘service’ en ‘beleving’, aldus Van Ossel. Om echt verbonden te zijn met de consument zouden winkels aan de waarden: beleving, service, advies en artikelen in voorraad, nog wat moeten toevoegen zoals gratis wifi, schermen, tablets en webshop. Met natuurlijk de voordelen van online shoppen zoals toegang tot informatie, reviews and ratings, en de mogelijkheid om in de winkel en thuis te kunnen bestellen.
Maar wat doet de retailer? Die kijkt naar andere retailers en legt de focus op nog meer producten, aanbiedingen en aanpassingen met apps. Allemaal kostbare aanpassingen die verwarrend kunnen zijn; de consument ziet bijvoorbeeld een fysieke winkel met het bord ‘Online Shop’ erboven en snapt er niets meer van. Retailers blijven volgens Van Ossel maar vasthouden aan wat ze hebben en voegen daar slechts een paar nieuwe dingen aan toe, terwijl ze juist met een nieuw businessmodel zouden moeten beginnen waarbij de consument centraal staat. Belangrijke zaken daarbij zijn:
Long tail: ‘We hebben meer dan dat we u hier kunnen laten zien’.
Beleving: ‘Geen store experience maar product experience’.
En er zijn betere showrooms nodig; zorg daarbij vooral dat deze producten NIET online te koop zijn. Dit laatste is iets wat toonaangevende merken meer zouden moeten doen om hun merkwaarde te behouden!, aldus Van Ossel.
 

 
Het veranderende koopgedrag: loyalty is key
Marco Wolters heeft bij onderzoekbureau GfK onderzoek gedaan naar het veranderende koopgedrag en loyaliteit bij consumenten. Conclusie: klanten gaan vaak vreemd. Een schets van de economie: tot 2020 moeten we rekening houden met economische stagnatie en krimpende markt. De markt is verzadigd en consumenten eisen meer kwaliteit. Supermarkten profiteren van deze situatie, terwijl de DIY markten en Kleding forse dalingen laten zien. Branches die het wel goed doen zijn: IT, drogmetica, schoenen (Zalando, innovatie loont dus!) en food.
Daarbij is loyalty key volgens Wolters. Nieuwe kopers zijn moeilijk te vinden, de taart wordt niet groter. Zorg er daarom voor dat je klanten loyaal worden, dat is beter en goedkoper dan nieuwe klanten zoeken.

Dit is een gedeelte uit het verschenen artikel in BabyWereld.

Online hulpmiddelen om webshop ‘regel-proof’ te maken

Ruim tweederde van de webwinkeliers past de regels die gelden voor webwinkels niet op de juiste manier toe. Bijvoorbeeld als het gaat over bereikbaarheid, bedenktijd en tijdig vermelden van verzendkosten. Dit blijkt uit onderzoek van de Consumentenautoriteit. Daarom heeft de Consumentenautoriteit nu drie online hulpmiddelen om webwinkeliers te ondersteunen. Want een webshop die regel-proof is betekent voordeel voor consument én webwinkelier.

 
Het aanbod van webwinkels stijgt enorm. Jaarlijks komen er honderden bij. Voor alle webwinkels die aan consumenten leveren gelden regels uit het consumentenrecht en veel webwinkeliers zijn daarvan slecht op de hoogte. Uit onderzoek van de Consumentenautoriteit blijkt dat minder dan een derde van de onderzochte webwinkels de regels goed toepast. Tegelijkertijd komen over webwinkelen steeds meer vragen en klachten van consumenten binnen bij ConsuWijzer: een toename van 14% in 2012 ten opzichte van 2011. Meestal gaan die over levering en betaling, bedenktijd en slechte bereikbaarheid van de webshop voor vragen en klachten.

 
Hulpmiddelen
Het goed toepassen van de regels verhoogt de kans op meer tevreden klanten voor de webwinkelier. Om ondernemers met een webshop te helpen de regels goed toe te passen biedt de Consumentenautoriteit drie online hulpmiddelen:
•    een speciale webpagina waarop alle regels staan beschreven en uitgelegd met voorbeelden van wat niet goed is;
•    de demo webshop die in beeld en geluid uitlegt waaraan de webwinkelier moet denken bij het inrichten van zijn webshop;
•    de checklist waarmee de webwinkelier via een aantal vragen kan zien of zijn webshop aan de belangrijkste punten voldoet.

 
De Consumentenautoriteit voert de komende maanden de campagne ‘Goede webwinkelier? Check dat hier’ om ondernemers te wijzen op de regels. Als zij zich niet aan de regels houden, kan de Consumentenautoriteit optreden en boetes opleggen tot maximaal € 450.000,- per overtreding. Voldoet een webshop aan de regels dan kan de consument met meer vertrouwen online winkelen. En dat levert voordeel op voor consument én webwinkelier.

Dit is een gedeelte uit het verschenen artikel in BabyWereld.

Nieuwe aanpak Veiligheid Kleine Bedrijven

Van het Centrum Criminaliteitspreventie Veiligheid

In 2013 start een nieuwe aanpak Veiligheid Kleine Bedrijven (VKB) om ondernemers te helpen hun zaak zo goed mogelijk te beveiligen tegen overvallen, diefstal, inbraak, agressie en andere delicten. Het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV) voert de nieuwe aanpak uit in opdracht van het ministerie van Veiligheid en Justitie. Minister Ivo Opstelten verrichtte samen met CCV-directeur Onno Peer de landelijke aftrap en overhandigde het eerste pakket met veiligheidsmaatregelen aan de eigenaresse van modezaak Beach Boetiek in Katwijk.

 
Kleine bedrijven (maximaal 5 vestigingen en maximaal 10 medewerkers per vestiging) kunnen gratis een veiligheidsscan laten uitvoeren en krijgen preventie-advies op maat. Ondernemers die op basis van die veiligheidsscan investeren in preventiemaatregelen, krijgen de helft vergoed tot een maximum van 1.000 euro. Dat kunnen fysieke maatregelen zijn, zoals camera’s of afroomkluizen. Maar ook organisatorische, zoals veilige openings- en sluitingsprocedures en training van personeel, of digitale maatregelen tegen cybercrime. Speciaal voor de nieuwe aanpak VKB zijn ‘slimme’ pakketten met (combinaties van) maatregelen geselecteerd om ondernemers te helpen bij hun keuze.

 
Koppeling aan Keurmerk Veilig Ondernemen
In de nieuwe aanpak hebben ondernemingen die eigen verantwoordelijkheid tonen op het gebied van veiligheid en openstaan voor publiek-private samenwerking een streepje vóór. Winkelgebieden of bedrijventerreinen waar bedrijfsleven en overheid samenwerken in een Keurmerk Veilig Ondernemen (KVO), komen als eerste voor een VKB scan in aanmerking. ‘Uiteraard komen ook kleine ondernemers buiten KVO-terreinen in aanmerking voor ondersteuning. Daarbij kijken we kritisch waar die ondersteuning het hardste nodig is en naar een goede spreiding over het land’, licht CCV-directeur Onno Peer toe. Binnen het CCV wordt een nieuwe afdeling ingericht die het secretariaat van de nieuwe aanpak VKB vorm gaat geven. Hierin worden zowel kennis als medewerkers van het Hoofdbedrijfschap Detailhandel (HBD) opgenomen.

Dit is een gedeelte uit het verschenen artikel in BabyWereld.

Gegarandeerd Goed: gratis online training consumentenrecht

Wanneer is sprake van een koopovereenkomst? Mag een klant een artikel altijd zomaar ruilen? Heeft de consument ook rechten tijdens de uitverkoop? Wie is het aanspreekpunt voor klachten, de verkoper of de fabrikant? Dit zijn slechts enkele van de vele, soms lastige, vragen op het gebied van consumentenrecht.
Consumenten worden mondiger. Ze kennen hun rechten of denken die althans te kennen. Voor verkopers in de detailhandel is het daarom steeds belangrijker kennis te hebben van de geldende regels. En dan vooral die rond garantie en conformiteit (recht op een goed product), want daar gaan de meeste discussies over.

De onbekendheid met de regels bij zowel consumenten als verkopers kan leiden tot hoog oplopende discussies en vervelende situaties in de winkel. Bovendien kunnen bedrijven die de rechten van consumenten overtreden rekenen op forse boetes van de Consumentenautoriteit. Om de kennis bij detailhandelsondernemers en hun medewerkers op dit vlak te vergroten en – nog veel belangrijker – hen te trainen in het nemen van de juiste beslissingen, heeft het Hoofdbedrijfschap Detailhandel (HBD) in samenwerking met de Consumentenautoriteit de gratis online training ‘Gegarandeerd Goed’ ontwikkeld.
Regels voor, tijdens en na de koop
De online training ‘Gegarandeerd Goed’ behandelt het consumentenrecht aan de hand van praktijkvoorbeelden, met daaraan gekoppelde vragen en uitleg van een presentator. De praktijksituaties worden in een vlot tempo in beeld gebracht via foto’s en er is ruimte voor een grapje. De training bestaat uit 4 hoofdstukken. Het eerste hoofdstuk ‘Voor de Koop’ behandelt de regels die gelden voor iedereen die een consument een product aanbiedt. Denk aan zaken als prijsaanduiding, reclame en algemene voorwaarden. Het tweede hoofdstuk ‘De koop’ behandelt de regels die gelden bij het aangaan van een overeenkomst. Bijvoorbeeld als er bezorgkosten zijn, dan moet de verkoper dit de klant al bij het sluiten van de koopovereenkomst vertellen en niet naderhand. Het belangrijkste hoofdstuk is het derde: ‘Na de koop’. Hierin gaat het over de regels voor ruilen, garantie en conformiteit. Bijvoorbeeld: hoe moet je als verkoper handelen wanneer de leverdatum wordt overschreden? En wat te doen in het geval van een ondeugdelijk product: repareren of vervangen en wat als reparatie of vervanging onmogelijk of onwenselijk is? Hoofdstuk drie bespreekt ook veel voorkomende misverstanden, zoals: zonder bon geen reclamatie; klachten moeten binnen 48 uur worden gemeld; minimaal drie keer repareren is toegestaan, etc.
Het vierde hoofdstuk gaat over het afhandelen van klachten: hoe je (in zeven stappen) een klacht het best afhandelt en hoe te handelen als je er samen met de klant niet uitkomt. De training sluit af met een toets. Wie slaagt voor de toets ontvangt per e-mail direct een persoonlijk HBD-certificaat. De training duurt in totaal circa 45 minuten (inclusief toets).
Voor wie
De training is met name bedoeld voor verkopers in de non-foodbranches en dan vooral van winkels die duurdere producten met een langere levensduur verkopen. De training is gratis te volgen via www.hbd.nl.

Dit is een gedeelte uit het verschenen artikel in BabyWereld.

Help! persoonsgegevens gehackt!

Het was ‘trending topic’ de afgelopen weken, zoveel aandacht was er voor het lekken van persoonsgegevens van KPN, Creation Point, Bavaria, Philips en een bekende uit onze branche: BabyDump.

 
Het hacken van persoonsgegevens kan veel organisaties overkomen. ‘Ieder systeem is te hacken’, zeggen specialisten. Ook Thuiswinkel.org bevestigt dat, ondanks alle testen en scans, nooit 100% garantie kan worden gegeven dat gegevens nooit ‘gehackt’ kunnen worden.
Voor wat betreft BabyDump: de verschenen gegevens van KPN klanten op internet bleken afkomstig te zijn uit een database van BabyDump. Gelukkig heeft belangenvereniging Thuiswinkel.org en verstrekker van het Waarborg-keurmerk na diverse scans en testen door specialisten, bevestigd dat BabyDump, een winkel met een gevestigde reputatie van 22 jaar, een veilige winkelomgeving is. Door getroffenen is inmiddels aangifte gedaan van de diefstal van de persoonsgegevens. Maar het incident is wel zeer vervelend voor betrokkenen en levert vaak ook de nodige imagoschade op.

 
Gaan webwinkels goed om met persoonsgegevens?
In 2010 constateerde internetbeveiligingsbedrijf Networking4all dat het niet zo goed gesteld is met de veiligheid van persoons- en inloggegevens van klanten. Veel retailers gaan hier te laks mee om, zo stelden ze. Van de 12.000 webwinkels die met iDeal werken had 86% de beveiliging niet op orde. Zonder goede beveiliging kunnen criminelen aan de haal gaan met adressen, rekeningnummers, gebruikersnamen en wachtwoorden. Veel klanten hebben namelijk de gewoonte om dezelfde gebruikersnamen en wachtwoorden te gebruiken. Worden deze gehackt dan is het mogelijk op andere sites in te loggen, gegevens in te zien en bestellingen te plaatsen.
‘Zorgwekkend’, vond het College Bescherming Persoonsgegevens deze uitkomsten. Winkels en bedrijven die op internet diensten aanbieden dienen te controleren of er voldoend maatregelen genomen zijn.
Bij de recente diefstallen ging het om inbreuk bij een onbeveiligde webserver. Zo werd het mogelijk om overal vandaan in te loggen omdat ip-adressen niet worden gefilterd. Tientallen databases bleken zo toegankelijk.

Dit is een gedeelte uit het verschenen artikel in BabyWereld.

3D-print in opmars!

Speelgoedje nodig? Even de printer aanzetten

3D printers gaan de consumentenmarkt veroveren, zo beweren deskundigen. Daarmee bepalen consumenten zelf hoe een product eruit komt te zien. De driedimensionale printtechnologie wordt al toegepast in de medische wereld, kunst en design. Het is een technologie die grote invloed kan hebben op de samenleving, maar er zitten ook nadelen aan.

 
De driedimensionale printtechnologie past perfect bij de huidige tijd. De nieuwe printtechnologie speelt in op de behoefte van consumenten om zelf hun producten te bepalen en ze een persoonlijk tintje te geven. Je kunt een product dus geheel naar eigen idee en smaak bij een 3D bedrijf laten produceren, of je gaat zelf aan de slag met je eigen 3D printer. Je print daarbij alleen wat je nodig hebt, dat betekent minder afval en minder voorraad. 3D printen past helemaal in de trend van duurzaamheid.

Veel producten kunnen door de 3D printtechniek kleiner en beter ontworpen worden waardoor ze lichter worden. Daarmee worden er minder grondstoffen verbruikt. Door China en andere opkomende economieën dreigt er in de toekomst een groot tekort aan grondstoffen, het 3D printen is dan ook meer dan welkom. De eerste 3D printers van www.cubify.com worden al via de Bijenkorf verkocht voor iets meer dan duizend euro.

 
Mogelijkheden zijn enorm
De mogelijkheden van 3D printen zijn enorm. Denk aan het printen van je eigen telefoonhoesje, sieraad, lampenkap of speelgoed voor een kind. De eerste bedrijven die in printers hebben geïnvesteerd zijn er al. De huidige massaproductie zou kunnen worden vervangen door het printproces. Maar of de 3D printer een groot publiek zal gaan aantrekken is maar de vraag. Er zijn altijd mensen die de voorkeur geven aan het kopen van een kant-en-klaar product. Verder zijn de printers nog behoorlijk groot en het printen duurt, afhankelijk van de grootte van het product, een paar uur tot zelfs een paar dagen. Maar de eerste computers waren ook groot en er zijn al printers die op je bureau passen. Kijk ook naar de huidige grootte van bijvoorbeeld smartphones. Volgens de wet van Moore zijn er straks misschien printers met een printtijd van een kwartier.

Dit is een gedeelte uit het verschenen artikel in BabyWereld.

Focus niet op inkoop, maar op verleiden en verkoop!

Hoe houd je als retailer in deze tijd de moed erin? Deze vraag stelden we aan Chantal Riedeman van Shopology. Chantal is oprichter van Shopology en professioneel klantverleider. Ze treedt regelmatig op als spreker op congressen en bijeenkomsten, geeft trainingen en is columniste. Chantal weet door haar ervaring in de retail als geen ander wat retailers bezighoudt.

 
‘Voor een aantal retailers is het inderdaad niet gemakkelijk, maar er zijn zeker winkeliers, ook in de baby- en kinderbranche, die het goed doen en enorm aan het groeien zijn’, legt Chantal uit. ‘Dat zijn bedrijven die durven te veranderen en nieuwe dingen uitproberen en risico durven nemen. Die niet vasthouden aan het ritueel om weer een x-aantal producten in te kopen met, net als vorig jaar, dezelfde merken om die weer op dezelfde manier te verkopen of wat dan ook. Succesvolle retailers zijn retailers die kijken waar hun potentiële klanten behoefte aan hebben. Ik train veel bedrijven en winkeliers in verschillende branches; overal liggen dezelfde uitdagingen. Iedereen wil meer omzet maar er zijn maar weinig bedrijven die echt durven ondernemen, die écht kritisch naar zichzelf, hun winkel en bedrijfsvoering durven kijken en belangrijk nog, naar de veranderde behoeftes en wensen van hun huidige en hun potentiële klanten! En dat is droevig!’

 
Wat zou je er dan aan moeten doen?
‘Sluit om te beginnen niet je ogen voor de ontwikkelingen om je heen. Boos zijn op internet heeft niet veel zin; tegenover de drie klanten in jouw winkel, winkelen er 100 op internet. Blijkbaar zijn er consumenten die behoefte hebben aan andere manieren van winkelen. Verder zitten we nu in een recessie, de toekomst is onzeker en mensen hebben letterlijk minder geld om uit te geven. Tegelijkertijd puilen onze kasten uit met kleding en spullen. We lijden aan overdaad! Ik heb zelf drie kasten vol met kleding en heb nog niets om aan te trekken. Dit is een gegeven wat winkeliers ontkennen, ze blijven hardnekkig doen wat in een hoogconjunctuur succesvol was: veel spullen proberen te verkopen. En ze blijven het winkelen lastig maken voor consumenten want bijvoorbeeld de openingstijden worden niet aangepast.’
Chantal geeft een voorbeeld: ‘Ik ken een eigenaar van een kledingwinkel in Franeker die op Facebook een mooi colbert had geplaatst die ik wel wilde hebben. Ze had kunnen zeggen: kom naar de zaak en kom maar passen. Maar ze stelde voor om dit colbert in twee maten voor mij mee te nemen naar een congres waar we elkaar toch zouden treffen. Het resultaat: ik kocht dit colbert, kon deze gelijk op twee congressen aandoen en maakte direct reclame voor haar zaak want ik heb wel 15 keer verteld waar ik dit colbert heb gekocht. In plaats van een regionale klantenkring heb je dan een landelijke klantenkring!’

 
Hoe kun je er als winkelier voor zorgen dat je de fervent online shopper de winkel inkrijgt?
‘Allereerst door in gesprek te gaan met deze online shopper en je oude klanten te vragen waarom ze online shoppen. Ik zeg altijd: ken de koopbezwaren van je potentiële klant. Als je wilt groeien, moet je zorgen dat mensen die niet bij jou kopen wel bij jou komen kopen!
Doe je dat met een klantonderzoek?
‘Ik zou het gewoon eens vragen op een verjaardag! In plaats van dat je zeurt over internet, zou je beter om je heen kunnen vragen waarom mensen shoppen op internet. De prijs is maar een onderdeel van het hele beslissingsproces. Onderzoek wijst uit dat consumenten zich oriënteren op prijs maar niet goedkoper shoppen. Dus de prijs is niet doorslaggevend. Andere zaken wel. Tijdens mijn seminars en trainingen vraag ik vaak: noem eens drie winkels waar jullie altijd goed geholpen worden. Dan blijft het heel lang stil. Soms noemt iemand de slager om de hoek, maar als ik doorvraag blijkt dat er ook wel eens iemand werkt die niet altijd aardig is. Dus als je klantonvriendelijk personeel in dienst hebt dan maak je sowieso het verschil met internet niet, dus waarom zou ik dan niet online kopen?’

Dit is een gedeelte uit het verschenen artikel in BabyWereld.

Dubbele dip slaat in als een bom

Het rapport GfK Retail Top Topics meldt dat het consumentenvertrouwen in de eerste helft van 2012 nog lager uitkwam dan in 2008/2009. Voorspeld wordt dat de consumentenbestedingen ook de rest van het jaar op hetzelfde lage niveau blijven steken.

 
Volgens geënquêteerden zijn consumentenmarketing en formule aanbod de belangrijkste topics voor dit en volgend jaar. Als gevolg van de tweede recessie in vier jaar tijd, is er veel zorg over de economie en afgenomen consumentenvraag die voor veel druk op de retailmarges zorgt. Nederland is dan wel officieel uit de recessie, maar de tweede klap heeft een grotere impact op de non food retail. Uitzonderingen zijn food, IT branche (denk aan tablets) en de fietsenretail (e-bikes). In moeilijke tijden met productinnovaties komen die een toegevoegde waarde hebben, loont dus.
Andere conclusies: social media en online marketing zijn de meest genoemde consumentenmarketing topics, maar de consument heeft twijfels als bedrijven social media gebruiken en de groep die zich via social media tot een koop laat verleiden is nog niet groot. Toch is social media belangrijk voor retailers voor hun klant contacten.

Stijgers in dit onderzoek zijn het overaanbod in winkelvastgoed, e-commerce en demografische ontwikkelingen zoals vergrijzing. Een betere samenwerking tussen retail, vastgoedbeleggers, overheid en consument zou kunnen leiden tot het veranderen van winkelcentra in een belevingsmix van wonen, werken, winkelen en ontmoeten. De fysieke winkels moeten nadenken over hun nieuwe rol; afhaalwinkels of pop up. Het blijft een vreemd verschijnsel dat veel winkels open zijn als er wordt gewerkt en sluiten als de consument vrij is.
E-commerce is de motor die de stagnerende non-food markt moet aanzwengelen. Dat is het geval als je kijkt naar de groei van online en het succes van crosschannelstrategieën, vooral als deze gebaseerd zijn op sterke merkwaarde. Maar in de meeste non-food markten heeft dit nog niet tot groei geleid, er zijn al jaren symptomen van overvloed en verzadiging.

Dit is een gedeelte uit het verschenen artikel in BabyWereld.

Goed idee maar geen geld om te investeren? Denk aan Crowdfunding!

Slimme ondernemers luisteren naar hun klanten om zo te weten te komen op welke innovaties en diensten consumenten echt zitten te wachten. Daarbij worden klassieke marketing- en businessmodellen op hun kop gezet. Bij Crowdfunding (vrij vertaald: investering door de massa) gaan ondernemers nog een stapje verder, ze betrekken de doelgroep bij de eigen onderneming nog voordat ze hun product hebben geïntroduceerd.

 
Het idee is ontstaan in de Verenigde Staten, in de eerste jaren vooral voor artiesten in de kunst, film of muziekindustrie. In 2010 ging er in de Amerikaanse markt meer dan 1 miljard dollar om in crowdfunding en de verwachting is dat dit de komende jaren verder zal stijgen. Zelfs president Barack Obama heeft zijn verkiezingscampagne kunnen financieren middels crowdfunding.

 
Hoe werkt het
In deze tijd aankloppen bij een bank is niet gemakkelijk en aan investeerders moet je rekenschap afleggen, zij bemoeien zich terecht met de bedrijfsvoering. Bij crowdfunding vraag je vrienden, familie en belangstellenden om geld te investeren in je nieuwe bedrijfsconcept. Als je bijvoorbeeld aan 100 mensen (de crowd) een investeringsbedrag van 500 euro vraagt, heb je dus 50.000 euro bij elkaar. Vele druppels maken ook een emmer vol. Voor deze deelnemers is niet het financiële aspect de drijfveer om mee te doen (wat bij banken en investeerders wel het geval is), maar omdat ze het idee sympathiek vinden en graag willen ondersteunen. Ze zijn geïnteresseerd in je persoonlijke verhaal en minder in het rendement. Het directe contact tussen investeerders en ondernemer staat daarbij centraal.

De term crowdfunding is gebaseerd op de term crowdsourcing. Deze marketingterm houdt in dat consumenten meebepalen hoe een product of dienst er in de laatste fase uit komt te zien. Daarbij speelt social media een grote rol. Een mooi voorbeeld is dat van Sara Lee die samen met Pickwick-fans op Hyves een nieuwe smaak op de kaart zette: Dutch Tea Blend.
Je kunt je idee aanbieden op een crowdfunding platform waarbij je aangeeft welk bedrag je nodig hebt en de termijn vaststelt waarbinnen je dit wilt realiseren. Je krijgt dit geld pas als ten minste 100% van het benodigde bedrag is toegezegd. Mocht de financiering niet lukken dan krijgen deelnemers die al betaald hebben, dit bedrag terug. Na een periode van bijvoorbeeld vier jaar moet dit bedrag dan bijvoorbeeld zijn terugbetaald met een van te voren vastgestelde rente en korting op product of dienst.

Dit is een gedeelte uit het verschenen artikel in BabyWereld.

QR code: snel reageren in mobiele tijden

Het zwart-wit geblokte vierkantje valt niet meer weg te denken. In kranten, magazines, bushokjes, winkelschappen en andere reclame-uitingen zijn ze te vinden. Heel marketing Nederland zet de QR-code in. Ook in de babybranche wordt de code al gebruikt, wij hebben al advertenties voorbij zien komen, voorzien van deze nieuwe marketingtool.  De consument kan de code kan als een soort barcode scannen, maar dan?

 
De QR-code staat voor Quick Response en speelt vooral in op mobiele internetgebruikers. Onderweg een volledig webadres intikken op de smartphone kost tijd en moeite. De QR-code biedt uitkomst. Een eenvoudige scan met de camera van een mobiele telefoon leidt snel naar de mobiele website van de desbetreffende organisatie. Een QR-code maakt het mobiele internet dus veel toegankelijker en interactiever. Op deze manier wordt er een brug geslagen tussen offline en online media. Een gouden combinatie mits het goed wordt ingezet.

Niet alleen websites zijn te koppelen aan de code, maar ook andere toepassingen. Denk aan het tonen van je winkellocatie op Google Maps, het laten zien van een productfilmpje op Youtube of de consument met één scan fan laten worden van je Facebookpagina.  Dit zijn slechts enkele voorbeelden. Op het internet kun je tal van creatieve mogelijkheden vinden ter inspiratie.
Mocht je de QR-code willen inzetten, bedenk dan goed welk doel. Een simpele verwijzing naar een reguliere website zal de consument geen meerwaarde bieden. De informatie die je beschikbaar stelt moet snel (denk aan de trage internetverbinding op de mobiele telefoon) en bovendien eenvoudig bereikbaar zijn. Als een actie meerdere handelingen vereist dan zal de consument snel afhaken. Zorg dus voor meerwaarde, Quick Response en trigger die consument!

Wat wordt bedoeld met meerwaarde of trigger de consument? Een simpel voorbeeld. Stel dat je via een printcampagne een product onder de aandacht wilt brengen. Dan kan de QR-code op je advertentie verwijzen naar een mobiele website, maar ook naar een speciale actiepagina waar het product met korting direct te bestellen is. Die korting kan dan de trigger zijn om de consument jouw code te laten scannen. Wanneer er na het scannen nog gezocht moet worden naar de actiepagina met korting dan zal de inzet van de QR-code geen groot succes zijn.
Verder is de plaatsing van de code ook van belang. Wil je dat er gebruik van wordt gemaakt vermeld de code dan in een goed zichtbaar formaat en op een duidelijke plek. We zagen onlangs een advertentie waar de code onderaan een grote poster werd geplaatst, waardoor je dan op je hurken moet om de code te kunnen scannen. Hoewel een simpele scan geen tijd kost moet de consument er wel tijd voor hebben. Een plek waar snel voorbij wordt geraasd met de fiets of auto is bijvoorbeeld minder geschikt, of het moet een stunt zijn.

Dit is een gedeelte uit het verschenen artikel in BabyWereld.

Leegstand in de winkelmarkt

Oorzaken en feiten

Winkelpanden staan steeds vaker leeg, gemeentes worden bedreigd door structurele leegstand. Maar is het echt zo erg gesteld met de leegstand van winkels? Is internet de grote boosdoener? Dit zijn de feiten.

 
Ingrid Ploegmakers van WPG Groep vindt dat een zorgvuldige analyse op zijn plaats is. Het landelijke leegstandspercentage in winkelconcentraties in Nederland ligt momenteel op 6%, slechts één procent boven het percentage dat nodig is om vernieuwing in de markt op te vangen. De kantorenmarkt heeft te kampen met een veel hoger leegstandspercentage van wel 13,9%. Over een schrikbarende situatie kan volgens Ploegmakers dan ook niet gesproken worden, wel neemt de leegstand toe, maar zo stelt ze, er zijn altijd fluctuaties geweest.
Er zijn zeker probleemgebieden zoals Echt, Schiedam, Geleen en het oude noorden van Rotterdam, met percentages van rond de 20%, maar daar gaat meestal het om structurele leegstand die zich vooral op C-locaties bevindt, aan de rand van kernwinkelgebieden.

 
Internet is niet enige boosdoener
Waar komt de leegstand vandaan? Daarvoor zijn volgens Ploegmakers meerdere redenen aan te wijzen. De enorme winkelvoorraad blijkt een van de grootste boosdoeners te zijn. Nederland staat in de top 3 van Europese landen met de meeste winkelmeters per hoofd van de bevolking, met een zeer fijnmazige winkelstructuur, dus veel aanbod. In tijden van recessie winkelen consumenten veel minder en wordt de winkelvoorraad minder bezocht.
Internetverkopen worden meestal aangewezen als de grote boosdoener, maar dat is niet terecht. De online verkopen waren de afgelopen jaren wel enorm, maar vlakken thans af. Ook worden artikelen steeds meer online en offline aangeboden. Met verkopen richten de retailers zich meer op multichannel en minder op de online aanbieders alleen. Internet wordt daarmee steeds minder een concurrent van de detailhandel, maar wordt onderdeel van de hele marketing.
Wel kan de behoefte aan vierkante meters winkelvloer afnemen door de spreiding van de verkoop tussen de online en fysieke winkels.
Andere redenen voor de leegstand die Ploegmakers geeft, zijn de wijzigingen in de omvang en samenstelling van de bevolking, het opvolgingsprobleem van veel retailers met vestigingen in B- en C-locaties en veranderingen in het koopgedrag.

Dit is een gedeelte uit het verschenen artikel in BabyWereld.

‘Afrekenen met winkeldieven’ landelijk ingevoerd

Betrapte winkeldieven betalen voortaan een schadevergoeding aan gedupeerde winkeliers in de vorm van een extra boete van 151 euro. Uit onderzoek blijkt dat ruim 90% procent van de ondervraagde consumenten voor deze maatregel is. In aanwezigheid van staatsecretaris Fred Teeven van Veiligheid en Justitie werden de onderzoeksresultaten bekend gemaakt door HBD-voorzitter Elrie Bakker tijdens de landelijke aftrap van ‘Afrekenen met winkeldieven’, in winkelcentrum Keizerswaard in Rotterdam.

 
Winkeldiefstal kost ondernemers veel tijd en geld. Winkeliers die een winkeldief op heterdaad betrappen en aangifte doen, kunnen voor de tijd die ze daar aan kwijt zijn een eis tot schadevergoeding neerleggen bij de winkeldief. Het Hoofdbedrijfschap Detailhandel (HBD) helpt de winkelier bij het innen van de schadevergoeding. Daarvoor is de HBD-regeling ‘Afrekenen met winkeldieven’ in het leven geroepen.

De landelijke invoering van ‘Afrekenen met winkeldieven’ is het gevolg van een succesvolle samenwerking tussen het Hoofdbedrijfschap Detailhandel, het Ministerie van Veiligheid en Justitie, de Stichting Overlast Donatie (SODA) en het Regionaal Platform Criminaliteitsbeheersing Gelderland-Midden.
De landelijke invoering van ‘Afrekenen met winkeldieven’ betekent dat iedere winkeldief die wordt aangehouden, naast een strafrechtelijk traject, een eis tot schadevergoeding tegemoet kan zien voor de tijd die de winkelier aan de aanhouding en afhandeling moet besteden. Deze extra ‘boete’ bedraagt 151 euro.

 
Consument enthousiast
Volgens Staatssecretaris Teeven sluit de nieuwe aanpak naadloos aan op het beleid om slachtoffers van criminaliteit een hand toe te reiken en daders aan te pakken: Dit kabinet komt op voor de winkelier. Die 151 euro is een kleine tegemoetkoming voor de overlast’, aldus de staatssecretaris.
Ook consumenten juichen toe dat betrapte winkeldieven voortaan een schadevergoeding moeten betalen aan de winkelier. Uit de gepresenteerde onderzoeksresultaten blijkt dat 23% het hier mee eens is, terwijl 70% het hier zelfs zeer mee eens is.

Dit is een gedeelte uit het verschenen artikel in BabyWereld.

Detaillist dreigt contact met zijn klant te verliezen

De consument gebruikt steeds vaker ‘nieuwe media’, zoals internet en mobiele telefoon, om zich te oriënteren en te informeren, waardoor het koop- en winkelgedrag ingrijpend verandert. Ondernemers in de detailhandel maken echter nog amper gebruik van die nieuwe media en zijn onvoldoende op de hoogte van de (on)mogelijkheden van deze media. Gevolg is dat zij niet luisteren c.q. niet kunnen luisteren naar hun klanten. Met het gevaar dat zij de klant niet meer in voldoende mate bereiken. Dat blijkt uit de HBD Monitor ICT.

 

De zojuist verschenen monitor ICT van het Hoofdbedrijfschap Detailhandel (HBD) gaat specifiek in op het gebruik van nieuwe media door detaillisten. In het onderzoek zijn detaillisten met een fysieke winkel gevraagd naar hun kennis van nieuwe media en de mate waarin zijn nieuwe media gebruiken om met hun klanten te communiceren, hen te informeren en te verleiden tot kopen in de winkel.

 
Internet in twee derde van de winkels
Voor digitale klantcommunicatie is een internetverbinding een noodzakelijke voorwaarde. Volgens de monitor beschikt twee derde (67 procent) van de ondernemers over toegang tot internet in de winkel. Voor het gebruik van e-mail en SMS is het van belang het e-mailadres respectievelijk het 06-nummer van klanten en bezoekers in een database op te slaan. Bijna 40 procent beschikt over een dergelijk elektronisch klantenbestand. Het bijhouden van een klantenbestand met daarin met daarin e-mailadressen en/of 06-nummers biedt detaillisten onder meer de mogelijkheid tegen relatief lage kosten klanten of bepaalde groepen klanten tegelijk te benaderen met bijvoorbeeld productinformatie of aanbiedingen. Het actief vragen naar digitale klantgegevens is nog geen gemeengoed. Slechts 28 procent van de ondernemers doet dat.

Dit is een gedeelte uit het verschenen artikel in BabyWereld.

De Cross Channel Customer

Puur online kopen is over hoogtepunt heen

ABN Amro presenteerde onlangs een razend interessant rapport. Ze deden samen met CBW Mitex onderzoek naar het winkelgedrag van consumenten. De belangrijkste conclusies waren: de consument bepaalt zelf waar, op welke manier en op welk moment zij de aankopen willen doen. De consument betaalt en bepaalt dus en retailers en fabrikanten moeten zorgen voor de perfecte aanbieding op de juiste plaats. Dit betekent offline en online samenwerken.

 

Een andere belangrijke conclusie van dit onderzoek is dat puur online aankopen zijn hoogtepunt lijkt te hebben gehad. Lang niet alles wordt online beslist en aangeschaft, ook al zeggen de explosieve groeicijfers wat anders.

Consumenten oriënteren zich via het web en via de winkel. Dit betekent cross channel retail en wordt dé trend in de retail de komende jaren. Retailers die hier nu niet op inspelen, gaan de komende jaren het contact met hun klanten verliezen.
Met bijna 55% is de fysiek kopende klant nog in de meerderheid, online kopers zijn goed voor meer dan 10%. Ruim 35% koopt zowel online als offline. In 2015 zullen consumenten zowel in winkels als bij webshops kopen. Weet je als retailer e- commerce goed te combineren met fysieke verkooppunten, dan zit je goed. Het hebben van een fysieke winkel is dus een pre. En webshop-eigenaren zullen zich moeten afvragen ook niet fysieke winkels te openen.

 
Online zoeken en oriënteren
Meer consumenten zullen cross channel kopen, maar nog meer zullen zich cross channel gaan oriënteren; dus in de winkel en via internet. Producten worden nu al voornamelijk via internet vergeleken. In 2015 zal internet een grotere rol spelen maar de toename komt volledig door de combinatie online en offline oriënteren.
Online zoeken gebeurt voornamelijk via zoekmachines. Opvallend daarbij is dat het verschil tussen zoeken op zoekmachines en sites van fysieke winkels niet meer zo groot is. Bovendien staan sites van fysieke winkels net iets hoger in de pikorde dan die van webshops zonder fysieke vestiging.
Slechts 7% gaf aan social media te gebruiken voor het zoeken naar producten. Banners op algemene sites en applicaties op smartphones en tablets scoren vergelijkbaar en worden nog beperkt gebruikt om te zoeken. Maar de verwachting is dat dit gaat veranderen nu mobiel internet zo in opkomst is.

Dit is een gedeelte uit het verschenen artikel in BabyWereld.

Het nieuwe winkelen in de binnenstad

De consument maakt tijdens het koopproces naast de fysieke winkel steeds meer gebruik maakt van andere kanalen, zoals internet. Die ontwikkeling wordt ‘het nieuwe winkelen’ genoemd. Met het project ‘Het nieuwe winkelen in de binnenstad’ wil het Hoofdbedrijfschap Detailhandel (HBD) winkeliers en hun medewerkers leren hoe zij als collectief sneller en beter in kunnen spelen op dit fenomeen.

 
Zoals eerder de opkomst van de warenhuizen en de zelfbediening betekent het nieuwe winkelen een revolutie in de detailhandel, meent Jan Willem Janssen, adviseur innovatie bij het HBD. Die revolutie begon rond 1995 met de komst van de webwinkels. Janssen: ‘ Aanvankelijk waren dat saaie online catalogi waarin je snel kon zoeken en vervolgens bestellen en betalen. Die eerste webwinkels namen een aantal lasten van het traditionele winkelen enigszins weg, maar boden niet de lusten van het winkelen in een fysieke winkel, zoals persoonlijk contact, emotie, beleving, etc. Jan-Willem-JanssenZe bleken dan ook vooral geschikt voor doelgerichte aankopen van standaardproducten en -diensten (weinig aankooprisico) en nicheproducten en -diensten. Dit geldt echter niet voor de nieuwe generatie webwinkels. Het internet wordt steeds meer een kanaal waar je een leuke winkelbeleving kunt ervaren.’

 
Flipperkast
Ook na de komst van de eerste webwinkels koos de consument aanvankelijk één kanaal voor één transactie. Janssen: ‘Nu zien we echter dat de consument meerdere kanalen gebruikt voor één transactie. Hij oriënteert zich op internet, stapt vervolgens een fysieke winkel binnen om te kijken en te voelen. En binnenkort gebruikt hij wellicht zijn mobiele telefoon voor de uiteindelijke aankoop. Maar vele andere combinaties zijn mogelijk. Dat is de kern van het nieuwe winkelen.’
Detaillisten moeten zich realiseren dat zij hun klanten niet meer via één kanaal kunnen bedienen. De moderne consument gebruikt meerdere kanalen. ‘Kanalen die hij zelf kiest en niet de ondernemer voor hem. Succesvolle retailformules spelen al in op dit ‘cross channel’ gedrag. De toppers onder zowel traditionele winkeliers als webwinkeliers zijn binnen een paar jaar in staat hun klanten een integrale winkelbeleving te bieden over de verschillende kanalen heen.’
Inspelen op dit cross channel koop- en winkelgedrag vereist echter inzet en investeringen die voor individuele mkb-ondernemers (maar ook grotere ketens) alleen gezamenlijk zijn op te brengen, dus door zaken collectief aan te pakken. ‘De binnenstad met alle ondernemers die hierin actief zijn is zo’n collectief. Ondernemers in de binnenstad kunnen gezamenlijk een platform (infrastructuur inclusief de diensten die hierop worden aangeboden aan zowel consumenten als bedrijven) opzetten dat het nieuwe winkelen in de binnenstad mogelijk maakt. Daarnaast is voor detaillisten uiteraard ook samenwerking in de distributieketen (met groothandels, fabrikanten) van groot belang om het nieuwe winkelen mogelijk te maken. Denk bijvoorbeeld aan de noodzaak van actuele en rijke productinformatie (detailfoto’s, video’s en dergelijke) in moderne webwinkels.’
Omdat het in het nieuwe winkelen gaat om kennis, en innovatie en het voor marktpartijen  lastig is een dergelijk project zelf te starten, heeft het HBD de rol van aanjager op zich genomen. Janssen: ‘Wij gaan ervoor zorgen dat collectieven van detaillisten, zoals ondernemersverenigingen in binnensteden, de beschikking krijgen over een gedegen plan waarmee zij succesvol kunnen inspelen op het nieuwe winkelen. Het motto daarbij is ‘winnaars hebben een plan, en verliezers hebben een excuus’. Het realiseren van een cross channel platform in een binnenstad vereist inzet van alle betrokken partijen en kost uiteraard geld. Dit komt er alleen met een goed plan. Het HBD financiert het maken van dat plan en begeleidt het proces. Vervolgens moeten ondernemers, gemeenten en providers samen het plan realiseren.’  De taak van het HBD is tweeledig. ‘We moeten aan de gebruikerskant clubs van ondernemers en de gemeenten motiveren, mobiliseren en overtuigen van het nut van een dergelijk platform. Vervolgens moeten we providers weten te enthousiasmeren, zodat ze bereid zijn samen met die ondernemers en gemeenten die infrastructuur te maken.’

Dit is een gedeelte uit het verschenen artikel in BabyWereld.

Leander wint rechtzaak van Stokke

De hoge kinderstoel van Leander is een nieuwe en zelfstandige creatie met verschillende functionele verbeteringen en een betere stabiliteit dan de Trip Trapp kinderstoel van Stokke. Dit is de conclusie van twee onpartijdige deskundigen die door de Rechtbank van Koophandel in Denemarken werden aangesteld. Tijdens de eerste rechtszaak van Stokke tegen Leander (Jamak) in Nederland, wegens de schending van het auteursrecht van de Trip Trapp kinderstoel, werd Leander vrijgesproken.

Stokke veroordeeld

Stokke werd veroordeeld wegens overtreding van de Wet op de Handelspraktijken in Denemarken. ‘Het is natuurlijk fijn dat de zaak eindelijk is afgesloten, nu kunnen we ons weer volledig concentreren op datgene waar we goed in zijn, namelijk het ontwerpen en produceren van kindermeubelen’, aldus oprichter en designer Stig Leander.
De fabriek Leander A/S in Silkeborg, bekend van de Leanderwieg en het Leanderbed, ontwierp een nieuw product in de kindermeubellijn: de hoge kinderstoel. Vijf jaar geleden spande Stokke in Nederland een zaak aan wegens schending van het auteursrecht van hun Tripp Trapp kinderstoel. Een aanklacht waarvoor Leander in eerste aanleg werd vrijgesproken, maar waarvoor Stokke in hoger beroep ging en vervolgens in cassatie. De Hoge Raad in Nederland heeft deze zaak beëindigd in het voordeel van Leander.
Een gelijkaardige zaak voor de Deense Rechtbank van Koophandel in 2010 eindigde eveneens in een vrijspraak voor Leander. Stokke daarentegen werd veroordeeld voor de overtreding van verschillende paragrafen van de Wet op de Handelspraktijken wegens poging tot bedreiging van handelaars teneinde de verkoop van de hoge stoel van Leander stop te zetten. ‘We gaan uit van het feit dat Stokke ingezien heeft dat het geen goed idee was de Nederlandse rechtszaak voort te zetten. Men kan zich wel afvragen waarom dit vijf jaar geduurd heeft. Vooral bij het lezen van het besluit dat in 2010 door twee onpartijdige deskundigen werd opgemaakt aan de Deens Rechtbank van Koophandel’, zegt Stig Leander.
In deze evaluatie en verklaring werden de twee kinderstoelen vergeleken en werd er onder meer gesteld: Experts zijn van mening dat de Leanderstoel een massief design is en dat er sprake is van een lichtere, meer dynamische, afgeronde en buigzame constructie. Experts beschrijven de Leander kinderstoel bovendien als een nieuwe en zelfstandige creatie met verschillende functionele verbeteringen en een betere stabiliteit dan de hoge kinderstoel van de concurrentie.

Discussieer mee: branche heeft behoefte aan nieuwe retailmodellen

Discussieer mee op LinkedIn bij onze groep BabyWereld Professionals! Het is GRATIS!

We horen graag jouw reactie op de volgende stelling:

  • Onze branche heeft behoefte aan nieuwe retailmodellen. Er wordt nu teveel naar elkaar gekeken en gefocust op prijs.

Ga snel naar onze groep BabyWereld Professionals op LinkedIn  voor discussies, polls, informatie en nog veel meer.

De unieke breisels van Baby’s Only

Eén recht, één averecht, één afhalen. Breien is weer helemaal in, misschien door de wens naar traditionele technieken in deze lastige tijden? Eén van de laatste breierijen in Nederland is Huisman Tricot in Beneden-Leeuwen. Zij produceren in eigen huis en in eigen beheer, succesvolle breisels, of het nu gaat om een kabeltrui, een babydekentje, een knuffelbeer of een theedoek!

 

We bevinden ons volgens Maarten Huisman in het breiend hart van Nederland, want er zitten in deze regio maar liefst vier breierijen. Zijn dit concurrenten? ‘Zeker niet’, pareert Maarten, ‘iedereen heeft zijn eigen specialisme; de ene op het gebied van mutsen en sjaals, de andere met bedrijfskleding en wij met gebreide interieurartikelen. Maar deze laatste breierijen zijn zo’n beetje alles wat er overgebleven is van dit oude ambacht. Alle kennis die we vroeger in Nederland hadden is weg. De dames die bij ons in het atelier werken zijn allemaal van de oude generatie. Tegenwoordig willen de meisjes liever achter de kassa zitten.’

 

Baby's OnlyEen brede kijk

Het familiebedrijf Huisman Tricot, destijds opgericht door vader en moeder Huisman, werd begin 2000 overgenomen door Maarten, zus Astrid en zwager Pim. ‘De zaken gingen goed’, aldus Maarten, ‘we durfden zelfs niet naar buiten te gaan omdat we dan weer een order kregen om truien te breien, zo druk was het. Maar een paar jaar later liep de vraag naar gebreide truien en vesten flink terug. Er waren merken bij die in een jaar wel 60 tot 70% minder bestelden.’

Er brak een tijd aan van ingrijpen en saneren. Het betekende ook: breder kijken. Door toeval, een order voor een babyartikel werd geannuleerd, belandden ze in het babyvak. De familie ging op onderzoek uit, sprak met verschillende babywinkels en startte met een collectie gebreide dekentjes en accessoires onder de naam Baby’s Only. Maarten: ‘Maar de doorloop was niet super, dat lag onder andere aan de kleurstellingen, en we merkten ook dat retailers moesten wennen aan gebreide artikelen. Dat we toen een nominatie voor de Baby Innovation Award in de wacht sleepten, was dan ook een opsteker’, aldus Maarten.

 

Baby's OnlyDe gebreide artikelen kregen andere kleurstellingen en in samenspraak met retailers werden nieuwe artikelen ontwikkeld. Deze manier van werken sloeg aan en de gebreide dekentjes, slaapzakken, knuffels en kussenhoezen voor het interieur van de babykamer van Baby’s Only, werden steeds beter besteld. Een vrij recente collectie is Knit-tet bestaande uit luxe interieurartikelen voor keuken en badkamer, zoals hand- en theedoeken, badjassen en badmatten.

Maarten: ‘De productie van Baby’s Only en Knit-tet heeft een grote vlucht genomen,  de verdeling was eerst 60% truien en 40% Baby’s Only en Knit-tet, nu is dat omgedraaid. Achteraf bekeken’, geeft hij toe, ‘waren we gewoon te vroeg met onze gebreide accessoires.’

Dit is een gedeelte uit het verschenen artikel in BabyWereld.

De duurzame gedachte van Kenana Knitters

Toen de Kenana knuffels op ons bureau belandden, lekker grof gebreid, maar o, zo origineel, in Afrikaanse dierenvormen die je hier niet zomaar ziet, zoals olifant, neushoorn en zebra, in prachtige aardetinten en ook nog eens voorzien van een handgemaakt kaartje van de maakster, waren we op de redactie direct verkocht. Welke organisatie zit er achter Kenana Knitters? Onze speurtocht bracht ons naar Kenia!

 

Er zit slechts 5 minuten wandelen tussen onze lodges en de openbare werkplaats van Kenana Knitters in Njoro Kenia. Gewapend met fotocamera en notitieblok nemen we tussen de Kenana Knitters plaats op één van de banken. We bevinden ons in een kleurig schouwspel met vrolijk lachende breisters, tikkende naalden, bergen  gesponnen wol in de mooiste kleuren terwijl baby’s en peuters tussen de wol en breiwerken spelen.

Kenana KnittersKenana werd in de zeventiger jaren opgericht op de Kenana Farm, toen mensen een afzetmarkt zochten voor hun handgeweven garens. Eigenaresse Patricia Nightingale vertelt ons: ‘Van oorsprong was het een weverij. Er werd wol gesponnen en geverfd met natuurlijke plantenextracten. Het breiwerk is er pas later bijgekomen. Toen mijn voorgangster overleed vroegen ze mij te helpen, er waren immers heel wat vrouwen afhankelijk van het werk bij Kenana. Eigenlijk ben ik een naaister en geen breister, maar ik kan wel goed ontwerpen. Tot dan verkochten we slechts een kleine collectie Afrikaanse dieren in een winkel in Nairobi, maar de toeristen waren zo enthousiast dat we besloten de collectie uit te breiden.’ Ze vertelt hoe er steeds meer breisters aangenomen werden en hoe het kippenhok werd verbouwd en uitgebreid tot de huidige, grote openbare werkplaats met aangrenzende winkel.

 
Kans op eigen inkomen
In Kenia is de positie van vrouwen op het platteland niet gemakkelijk, krijgen we te horen. Het is nog steeds een mannenmaatschappij en op het platteland is er vaak tekort aan alles. Kenana Knitters geeft plattelandsvrouwen een kans op een eigen inkomen. De ingekochte, gesponnen wol wordt gewassen en vervolgens geverfd in prachtige tinten waarvoor traditionele planten gebruikt worden zoals red cabbage, beetroots en leaves.
Omdat de meeste vrouwen niet kunnen lezen, maakt Patricia speciale teltekeningen.
Momenteel zijn er bijna 500 breisters en spinners verbonden aan Kenana. Allemaal krijgen ze een rechtvaardig loon en wordt er gezorgd voor medische zorg en voorlichting over HIV, gezinsplanning etc. Daarmee kunnen ze hun levensstandaard en die van hun kinderen verhogen en dat heeft weer zijn invloed op de mensen in de gemeenschap waar ze wonen.

Dit is een gedeelte uit het verschenen artikel in BabyWereld.