De kracht van coslapen

Coslapen Ardo

In Nederland en andere westerse landen slapen baby’s vaak op hun eigen kamertje. Nu is er zojuist een nieuw boek verschenen met wetenschappelijke onderbouwing voor de waardevolle aspecten van slapen met de baby op de ouderlijke slaapkamer naast of in het ouderlijk bed. BabyWereld sprak met de vertaalster van dit boek en medevoorstander van coslapen en polste de markt over de mogelijkheden.

Het boek ‘Slapen met je baby’ is geschreven door James J. McKenna Ph.D. en vertaald door Marianne Vanderveen-Kolkena, lactatiekundige IBCLC. Het boek is volgens Marianne een krachtig pleidooi voor ouderlijke nabijheid in de nachtelijke uren. ‘Bijna alle zoogdieren slapen met hun jongen en in veel culturen worden baby’s ‘s nachts niet alleen gelaten’, vertelt Marianne. ‘Veel zoogdieren worden geboren met 60 tot 90% van de volwassen hersenomvang, maar bij mensenbaby’s is dat slechts 25%. Mensenbaby’s hebben de langste tijd nodig om op te groeien en blijven het langst geestelijk en lichamelijk afhankelijk van hun moeder en hun verdere sociale omgeving. Dat we het alleen slapen van kinderen in de westerse wereld normaal vinden, is een relatief nieuw verschijnsel. In onze cultuur staan onafhankelijkheid, individualisme en zelfredzaamheid centraal en daardoor is het idee ontstaan dat kinderen afzonderlijk moeten slapen. Er is echter geen enkel bewijs op gebied van kinderontwikkeling dat deze conclusie onderbouwt.’

 

Betere afstemming en weinig huilen

Onderzoeken in slaaplaboratoria laten zien wat er precies gebeurt bij ‘bedding-in’. ‘Als moeder en kind samen in een bed slapen, blijken moeders sneller en preciezer op hun kindje te reageren dan wordt aangenomen. Ze stemmen zich op elkaar af en de baby huilt vrijwel niet. Als een baby wil gaan huilen of in paniek raakt, heeft een moeder haar kind al gestreeld of aan de borst gelegd.’

Volgens Marianne is het belangrijk om zorgvuldig om te springen met de terminologie. Onder coslapen vallen rooming-in en bedding-in. Bij rooming-in slaapt de baby naast het ouderlijk bed in een wiegje of cosleeper, bij bedding-in wordt de baby mee in bed genomen. Zowel de Stichting Wiegendood en Consument & Veiligheid als de AAP (American Academy of Pediatrics) vinden rooming-in acceptabel, maar raden het slapen met de baby in het ouderlijk bed af vanwege de veronderstelde risico’s.

Marianne: ‘Je kunt meten hoeveel kinderen er aan SIDS (wiegendood) overlijden maar je kunt niet meten hoeveel kinderen er dankzij de nabijheid van de ouders niet ten prooi vallen aan SIDS. Je kunt niet zien dat kinderen weer gaan ademhalen omdat er een ouder in de buurt was. Uit diverse onderzoeken wereldwijd blijkt dat baby’s die niet bij hun ouders op de kamer slapen, in sommige gevallen twee keer zoveel kans hebben om slachtoffer te worden van SIDS. Daarnaast zijn er gebieden waar ouders hun baby in een wieg of mand dichtbij het ouderlijk bed te slapen leggen en waar zeer weinig SIDS-gevallen voorkomen, zoals in Hong Kong met de laagste cijfers ter wereld.

 

Zelf bepalen waar ouders hun baby te slapen leggen

De auteur van het boek maakt zich zorgen over het gemak waarmee de samenleving de rechten van de ouder over het hoofd ziet. ‘Alsof ouders in hun ouderlijke rol geen enkel inzicht hebben in wat goed is voor hun kind en alsof ze niet in staat zijn situaties juist in te schatten. Verder heeft de medische ouderschapskunde het in de loop der jaren ook flink mis gehad; zo is ouders aanbevolen baby’s op de buik te laten slapen, om ze in aparte slaapkamers te leggen en kunstmatige voeding te geven.’

Marianne vindt het belangrijk dat ouders materiaal aangereikt krijgen waarmee ze wat kunnen. ’Zij zijn uiteindelijk degenen die de gesprekken met hun directe zorgverleners kunnen aangaan. Ik zeg altijd: het is niet de zorgverlener die bepaalt waar jij je baby te slapen legt, maar jijzelf als ouder. Respect voor de kracht en autonomie van ouders hoort in de informatievoorziening een heel belangrijke plaats in te nemen.’

Rooming-in heeft nog een ander belangrijk kenmerk dat door wetenschappers wordt ondersteund: het vergemakkelijkt het geven van borstvoeding en dat verkleint ook weer de kans op SIDS. Marianne: ‘De borstvoedingorganisaties geven informatie over de mogelijkheden; ze geven geen adviezen. Wat ouders daar vervolgens mee doen, is aan ouders zelf om te bepalen. Er wordt naar mijn mening aan ouders met jonge kinderen dikwijls niet genoeg objectieve informatie gegeven. Veel adviezen zijn sterk gekleurd door de persoonlijke ervaring of overtuiging van de zorgverlener. Ook vind ik de adviezen vaak niet duidelijk. Als door Consument & Veiligheid geadviseerd wordt om de eerste vier maanden niet samen te slapen, dan moet je goed definiëren wat er met ‘samen slapen’ wordt bedoeld. Betekent dat ‘je baby in bed nemen’ of betekent het ‘een baby naast het ouderlijk bed laten slapen’?

De stelling dat borstvoeding de kans op SIDS verlaagt, is volgens Marianne niet correct: ‘Borstvoeding heeft in dat opzicht geen voordelen, borstvoeding is normgedrag voor zoogdieren. En als je ertoe aanmoedigt dat iemand afwijkt van normgedrag, dan zou je moeten kunnen aantonen dat er aan dat andere gedrag geen risico’s zijn verbonden. Borstvoeding verlaagt niet de kans op van alles; geen borstvoeding geven of krijgen brengt risico’s met zich mee en verhoogt de kans op allerlei zaken.’

Dit is een gedeelte uit het verschenen artikel in BabyWereld.



Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *