
Voor veel ouders is het een onvergetelijk moment: het allereerste losse stapje van je kind. Ineens is je baby een peuter, klaar om zelf op avontuur te gaan. Maar hoe kan het dat het ene kind al met 9 maanden loopt, terwijl een ander pas na z’n tweede verjaardag begint?
Tot nu toe werd vooral gedacht aan factoren zoals voeding, oefening en de cultuur waarin een kind opgroeit. In sommige landen worden baby’s bijvoorbeeld gestimuleerd om sneller te staan en te bewegen. Maar recent onderzoek met gegevens van meer dan 70.000 baby’s laat zien dat er méér meespeelt.
Het begint allemaal in het brein
Wetenschappers van de Universiteit van Surrey ontdekten dat genen een grotere rol spelen dan we dachten. Ongeveer een kwart van de verschillen in wanneer kinderen leren lopen, blijkt genetisch bepaald te zijn. Deze genen beïnvloeden vooral hoe het brein zich ontwikkelt, met name de delen die belangrijk zijn voor beweging. Denk aan de grootte van bepaalde hersengebieden en hoe de hersenschors is gevormd. Dat heeft allemaal invloed op hoe snel en soepel kinderen leren bewegen. Wat extra opvallend is: diezelfde genen lijken ook te maken te hebben met andere eigenschappen. Zo zouden kinderen die genetisch gezien wat later leren lopen, juist een kleinere kans hebben op ADHD én langer in het onderwijs blijven. Het draait dus niet alleen om spierkracht, maar ook om de manier waarop het brein zich ontwikkelt.
Een stukje aanleg, maar jouw rol blijft belangrijk
Hoewel je als ouder al veel kunt doen om je baby te ondersteunen – zelfs al tijdens de zwangerschap – is het moment waarop je kind begint te lopen voor een deel genetisch bepaald. De onderzoekers zagen ook dat kinderen met bepaalde genetische aandoeningen, waarbij deze genen minder goed werken, vaak een lagere spierspanning hebben. Zij lopen later of soms helemaal niet. Dit bevestigt opnieuw hoe belangrijk genen zijn voor de motorische ontwikkeling. Meestal zetten kinderen hun eerste stapjes tussen de 8 en 24 maanden. En hoewel je daar dus niet volledig invloed op hebt, kun je wél veel doen: zorg voor voldoende ruimte om te bewegen, geef gezonde voeding en bied een veilige omgeving.
De belangrijkste boodschap uit dit onderzoek? Maak je geen zorgen als jouw kind iets later begint met lopen. Dat zegt niet per se iets negatiefs – misschien is het gewoon hoe jouw kindje in elkaar zit. En uiteindelijk komen ze allemaal in beweging, op hun eigen tempo.
Bron: metronieuws.nl – Beeld: iStock.com/Daisy-Daisy
Meer laatste nieuwsberichten
