U bevindt zich hier:-, Reportage-Over dalende geboortecijfers, millennials en boemerangkids

Over dalende geboortecijfers, millennials en boemerangkids

Door |2019-10-14T14:58:16+00:008 juni, 2019|Categorieën: Babymarkt, Reportage|Tags: , |
geboortecijfers nederland en belgie

Groeit onze bevolking of neemt deze af? Hoe staat het met de geboortecijfers,
wat zijn de verschillen tussen gezinnen met een grote en kleine portemonnee?

Als geen ander kan Jan Latten hier een antwoord op geven. Als bijzonder hoogleraar sociale demografie (en voorheen verbonden aan het Centraal Bureau voor Statistiek) praat hij iedereen tijdens een vakbijeenkomst van de Negenmaandenbeurs bij.

Geen groei in geboortecijfers

Latten heeft geen goed nieuws voor de babymarkt: ondanks de groeiende economie stijgen de geboortecijfers niet. Vorig jaar werden 168.000 geboortes geregistreerd, nooit eerder waren de geboortecijfers zo laag. Voorheen was er altijd een relatie tussen de economie en de geboortecijfers. Gaat het economisch voor de wind, dan worden er ook meer kinderen geboren, maar die vlieger gaat niet meer op. De samenhang is weg.

Andere factoren die een rol spelen bij het krijgen van kinderen, zijn de invloed van andere culturen en een afname van het aantal moeders dat op jonge leeftijd kinderen krijgt. Tegelijkertijd is er sprake van een toename van vrouwen die na hun 35e hun eerste kind krijgen. Typisch uitstelgedrag volgens Latten, maar dit kan ook leiden tot afstel. Verder constateert Latten dat er minder kinderen worden geboren aan de randen van Nederland; stellen en jonge gezinnen trekken naar stedelijke gebieden.

Willen we in 2030 uitkomen op 190.000 tot 200.000 geboortes per jaar dan moet er een inhaalslag komen, meldt Latten, en hier kan immigratie een rol bij spelen. Helaas is het consumentenvertrouwen ingezakt, we hebben het over de grootste daling in ruim zeven jaar, en dit betekent dat de inhaalslag nog ver weg is.

geboortecijfers nederland en belgie - babywereld

Wanneer is het tijd voor een eerste kind?

Van de 18- tot 22-jarige vrouwen verwacht 95% ooit kinderen te krijgen. Vrouwen tussen de 25 en 45 jaar zijn steeds vaker hoogopgeleid, te weten 45% vergeleken bij 39% van de mannen. Deze vrouwen geven er de voorkeur aan hun studie af te maken, geld te verdienen en te genieten van hun vrijheid. Deze factoren spelen mee in de beslissing om een kindje te willen krijgen en met wie. De gemiddelde leeftijd van vrouwen die hun eerste kind krijgen ligt rond de 30 jaar. Kinderen krijgen is niet meer iets van twintigers maar voor dertigers, zij zijn verder in het leven, hebben al wat bereikt en hun carrière is op orde.

Voltijd versus deeltijd en vaders

90% van de koppels hebben allebei een baan. De groep voltijd werkende vrouwen met kinderen is klein, maar neemt wel toe. Aan de andere kant komen er steeds meer parttime werkende vaders. Steeds meer hoogopgeleide ouders hebben beiden een driekwart werkweek. De zorg voor kinderen wordt dus beter verdeeld. Een krachtiger collectief beleid zou leiden tot het eerder willen krijgen van kinderen, maar voorlopig wil de politiek daar nog niet aan.

Nieuwe ouders, nieuwe normen

Trouwen is niet nodig om een gezin te stichten, het aantal huwelijken neemt dan ook af. Het is tegenwoordig geen probleem om een kind alleen te krijgen of eerst kinderen te krijgen en daarna te trouwen, kortom: de normen zijn veranderd. De levensduur van een samenwonend stel neemt af, het risico om uit elkaar te gaan groeit. Laagopgeleiden stellen het krijgen van kinderen meestal niet uit. Maar na een relatie van twee tot drie jaar loopt deze vaak spaak. Op 30-jarige leeftijd is dan ook één op de vijf moeders alleenstaand. Ook co-ouderschap doorbreekt het taboe. Tegenwoordig woont 9% van de kinderen van 0 tot 1 jaar bij een eenoudergezin. Traditionele koppels zijn nog steeds in de meerderheid, maar andere gezinssamenstellingen zijn in opkomst.

Onzekerheid bij millennials

Het was vroeger allemaal duidelijk en zeker: een vaste baan, relatie, een huis. Tegenwoordig zijn millennials zoekende, 50% van deze groep heeft op hun 30e geen vaste baan en 40% heeft geen vaste relatie. Flexcontracten (Nederland telt nu 2 miljoen flexwerkers) zorgen voor lagere lonen. Er is onzekerheid over het behoud van banen en dat leidt tot uitstel van belangrijke financiële beslissingen en het krijgen van kinderen. Dat blijkt wel uit de volgende cijfers: 20% van de vrouwen met een vaste baan krijgt binnen een jaar een kind, bij flexwerkende vrouwen is dat10%. Een vaste baan biedt dus meer zekerheid en zorgt ervoor dat vrouwen eerder aan kinderen beginnen.
Latten spreekt verder over ‘boemerangkids’: dit zijn millennials die weer bij hun ouders gaan wonen omdat ze als single vaak te maken hebben met hoge huurkosten.

Hoogopgeleide koppels vestigen zich graag in stedelijke gebieden. Als koppel hebben ze meer koopkracht en meer budget om aan kinderen te beginnen. Deze groep neemt in omvang toe. Conclusie: er komen dus minder kinderen, maar stellen die kinderen krijgen hebben ook meer te besteden. Daarnaast willen ze het beste voor hun kinderen en hier zit dus de groeimarkt voor de babymarkt!