
Vandaag de dag kunnen we het ons bijna niet voorstellen, maar tot ver in de twintigste eeuw geloofde men dat baby’s geen pijn konden voelen. Zelfs bij operaties kregen ze vaak geen verdoving. Een gedachte die ons nu de rillingen bezorgt, maar die decennialang breed gedragen werd binnen de medische wereld.
Geen verdoving voor baby’s
In 1968 concludeerde een wetenschappelijk rapport nog dat ‘de leeftijd waarop kinderen pijn kunnen voelen onbekend is’. Dat klinkt inmiddels ouderwets, maar het was destijds de gangbare opvatting. Tot in de jaren tachtig werden zelfs baby’s nog zonder verdoving geopereerd. De gedachte erachter? Hun brein zou nog niet ontwikkeld genoeg zijn om pijn te ervaren.
Een oud misverstand
Pijnbestrijding is allesbehalve een moderne uitvinding. Al in de oudheid probeerden artsen – zoals Hippocrates – pijn te verlichten met kruidenmengsels. In de negentiende eeuw betekende de ontdekking van ether een grote doorbraak. Toch bleef deze medische vooruitgang lange tijd voorbehouden aan volwassenen. Want kinderen en in het bijzonder baby’s, zouden pijn zogenaamd niet echt voelen. Die gedachte kwam op in de negentiende eeuw, beïnvloed door ideeën uit de evolutietheorie. Baby’s werden gezien als ‘onvolwassen’ wezens met nog niet volledig werkende hersenen. Aan te vroeg geboren kinderen werd zelfs het volledige onvermogen tot pijnbeleving toegeschreven.
Wetenschap zag de pijn niet
Een andere oorzaak ligt in de toenemende rol van wetenschappelijk onderzoek. De zogeheten nulhypothese stelde dat je moet bewijzen dát er pijn is – en bij baby’s was dat lastig, omdat ze het niet konden vertellen. Dat ze duidelijk tekenen van ongemak of stress lieten zien, werd door de bril van een volwassen waarnemer niet altijd als pijn erkend. Ook werd lang gedacht dat baby’s zich een pijnlijke ervaring toch niet zouden herinneren. En dus: waarom moeite doen om pijn te voorkomen?
Verdoven was risicovol
Daarbij was verdoven destijds allesbehalve eenvoudig. De anesthesie als volwaardig medisch specialisme kwam in Nederland pas echt op gang na de Tweede Wereldoorlog. Zeker bij baby’s was narcose risicovol: het hart kon het zomaar begeven. Veel artsen kozen daarom – ondanks groeiende kritiek – voor een ‘veiligere’ optie: opereren zonder verdoving. Pas in 1987 werd het officieel als moreel onaanvaardbaar beschouwd om baby’s zonder pijnstilling te opereren. Tot die tijd waren spierverslappers en zelfs fixatie (het vastbinden van baby’s) gangbare alternatieven.
Wat we nu weten
Gelukkig weten we inmiddels beter. Baby’s voelen wél pijn – en misschien zelfs intenser dan volwassenen, omdat hun zenuwstelsel nog volop in ontwikkeling is. De medische wereld is sinds die tijd enorm veranderd, met veel meer aandacht voor kindvriendelijke zorg.
Als ouder is het goed om te weten waar we vandaan komen. Want kennis over pijn en verdoving bij baby’s is niet alleen medische geschiedenis – het laat zien hoe belangrijk het is om jonge kinderen serieus te nemen, ook als ze hun gevoelens nog niet onder woorden kunnen brengen.
Bron: nationalgeographic.nl – Beeld: iStock.com/IPGGutenbergUKLtd
Meer laatste nieuwsberichten
