echo

De Gezondheidsraad adviseert om de 13-wekenecho voor zwangeren op dit moment niet zonder meer structureel in te voeren. Uit onderzoek naar de eerste periode waarin de echo werd aangeboden, blijkt dat afwijkingen regelmatig werden gemist en dat zwangeren soms onnodig werden doorverwezen. Volgens de raad wegen de voordelen daarom op dit moment niet voldoende op tegen de nadelen.

Sinds september 2021 kunnen zwangeren in Nederland rond de dertiende week van de zwangerschap een echo krijgen in het kader van wetenschappelijk onderzoek. Het doel is om ernstige lichamelijke afwijkingen bij een baby eerder op te sporen. Voorheen vond zo’n uitgebreide screening pas plaats rond de twintigste week van de zwangerschap. Een belangrijk voordeel van een eerdere echo is dat ouders meer tijd hebben voor eventueel vervolgonderzoek en om na te denken over wat een gevonden afwijking betekent voor hun zwangerschap.

Afwijkingen werden regelmatig gemist

De Gezondheidsraad baseert het nieuwe advies onder meer op gegevens uit het eerste jaar van het onderzoek, in 2021 en 2022. In die periode werden bijna 130.000 13-wekenecho’s onderzocht. Bij 531 echo’s werd een ernstige afwijking gezien. Tegelijkertijd werden 1.164 afwijkingen tijdens de 13-wekenecho niet ontdekt. Soms kwam dit doordat het bij dertien weken zwangerschap nog erg moeilijk is om alles goed te kunnen zien. Een foetus is dan ongeveer zeven centimeter groot. Bij 7,5 procent van de echo’s konden bovendien niet alle onderdelen goed worden beoordeeld. In zo’n geval werd de 13-wekenecho niet opnieuw uitgevoerd en moesten ouders wachten op de 20-wekenecho. Bij 150 van de gemiste afwijkingen concludeerden onderzoekers achteraf dat de afwijking tijdens de 13-wekenecho wel zichtbaar had kunnen zijn.

Soms juist onnodig ongerust

Ook het tegenovergestelde kwam voor. Zwangeren werden na een afwijkende 13-wekenecho doorgestuurd voor vervolgonderzoek, terwijl uiteindelijk geen afwijking werd gevonden. Volgens de onderzoeksgegevens bleek ongeveer 60 procent van de verwijzingen uiteindelijk niet terecht. Dat kan voor veel spanning en onzekerheid zorgen. Ouders krijgen immers te horen dat er mogelijk iets met hun baby aan de hand is en moeten vervolgens wachten op verder onderzoek. Op basis van de verhouding tussen juiste en onjuiste uitslagen concludeert de Gezondheidsraad dat de voordelen van de 13-wekenecho op dit moment niet voldoende opwegen tegen de nadelen.

Onderzoek is inmiddels enkele jaren oud

Daarbij is er een belangrijke kanttekening: de gegevens waarop het advies is gebaseerd komen uit 2021 en 2022. Inmiddels hebben echoscopisten meer ervaring met de 13-wekenecho. Het is daardoor mogelijk dat de resultaten tegenwoordig beter zijn. Ook is de situatie veranderd doordat de NIPT sinds 2023 structureel onderdeel is van de prenatale screening. Met deze bloedtest kan vanaf tien weken zwangerschap worden onderzocht of er aanwijzingen zijn voor chromosoomafwijkingen, zoals down-, edwards- of patausyndroom. Volgens de Gezondheidsraad is nog niet duidelijk wat deze ontwikkelingen betekenen voor de voor- en nadelen van de 13-wekenecho.

Wat betekent dit voor zwangeren?

Het advies betekent niet dat de 13-wekenecho per direct verdwijnt. De echo wordt sinds 2021 aangeboden als onderdeel van wetenschappelijk onderzoek. De Gezondheidsraad adviseert de overheid nu over de vraag of de echo daarna een structureel onderdeel van de prenatale screening moet worden. Het is uiteindelijk aan het kabinet om daarover een besluit te nemen. Nieuwe onderzoeksresultaten, meer ervaring bij echoscopisten of aangepaste richtlijnen kunnen bovendien aanleiding zijn om de 13-wekenecho in de toekomst opnieuw te beoordelen.

Bron: nu.nl – Beeld: iStock.com/Sinhyu
Meer laatste nieuws