jongen of meisje

Je hebt al twee jongens en droomt van een meisje. Of andersom. Maar hoe groot is de kans dat je volgende kindje van het andere geslacht is? Veel mensen denken: altijd 50/50. Nieuw onderzoek laat zien dat het net wat anders ligt.

Het geslacht van een baby wordt bepaald door de zaadcel die als eerste een eicel bevrucht. Met een X-chromosoom wordt het een meisje, met een Y-chromosoom een jongen. Klinkt eerlijk verdeeld, maar in de praktijk hebben ouders die al meerdere kinderen van hetzelfde geslacht hebben, juist een grotere kans op nóg een kindje van datzelfde geslacht.

Onderzoekers uit de VS analyseerden gegevens van ruim 58.000 vrouwen met samen zo’n 146.000 zwangerschappen. Het effect werd nóg sterker als ze het jongste kind buiten beschouwing lieten. Mogelijke reden: veel ouders stoppen met kinderen krijgen zodra ze een kind van het ‘gewenste’ geslacht hebben, of wanneer ze vinden dat het geslacht mooi in balans is.

Leeftijd en lichaam spelen mee

Moeders die op latere leeftijd kinderen krijgen, hebben vaker kinderen van hetzelfde geslacht. Dit kan te maken hebben met lichamelijke veranderingen, zoals een kortere vruchtbare fase en een iets zuurdere pH-waarde in de vagina. Die omstandigheden kunnen gunstiger zijn voor óf jongens- óf meisjescellen.

DNA kan ook invloed hebben

Ook genetische variaties spelen mogelijk een rol. Bepaalde DNA-varianten lijken vaker samen te gaan met jongens, andere juist met meisjes. Hoe dat precies werkt, moet nog verder worden onderzocht.

De kans op een jongen of meisje is dus niet altijd netjes 50/50. Zeker als je al meerdere kinderen van hetzelfde geslacht hebt, is de kans groot dat er nóg eentje bij komt.

Bron: eoswetenschap.eu – Beeld: iStock.com/adrian825
Meer laatste nieuwsberichten