Jan Latten

Demograaf Jan Latten over de dalende geboortecijfers en wat die betekenen voor de babybranche

De geboortedaling is geen tijdelijke dip, maar het gevolg van een fundamentele verandering in onze samenleving. Volgens demograaf Jan Latten willen jongeren nog steeds kinderen, maar maken woningnood, economische onzekerheid en veranderende relaties het steeds moeilijker om die wens te realiseren. Wat betekent dat voor een branche die afhankelijk is van jonge gezinnen?

Het aantal baby’s dat jaarlijks in Nederland wordt geboren, daalt al jaren. Voor de babybranche is dat geen abstract cijfer, maar een ontwikkeling die direct merkbaar is. Minder geboorten betekenen uiteindelijk minder vraag naar kinderwagens, autostoelen, babykamers en andere babyproducten. Toch vertelt het geboortecijfer slechts een deel van het verhaal. ‘Het is niet zo dat jongeren massaal geen kinderen meer willen,’ zegt Latten. ‘Ze willen ze nog steeds, maar het wordt steeds moeilijker om op het juiste moment aan een gezin te beginnen.’

Wie is Jan Latten?

Jan Latten is emeritus-hoogleraar Sociale Demografie aan de Universiteit van Amsterdam en voormalig hoofddemograaf van het CBS. Al tientallen jaren doet hij onderzoek naar bevolkingsontwikkeling, gezinsvorming, wonen, migratie en maatschappelijke trends. Tegenwoordig is hij actief als spreker, publicist en veelgevraagd duider van demografische ontwikkelingen.

Jan Latten

Een historisch unieke ontwikkeling

Volgens Latten is de huidige situatie historisch uitzonderlijk. Eeuwenlang waren kinderen noodzakelijk om een samenleving in stand te houden. Alleen tijdens oorlogen, epidemieën of hongersnoden kromp de bevolking. ‘Voor het eerst in de geschiedenis zien we nu dat bevolkingen op natuurlijke wijze krimpen. Er worden simpelweg te weinig kinderen geboren om de volgende generatie even groot te maken.’ Nederland staat daarin niet alleen. Vrijwel heel West-Europa kampt met geboortecijfers onder het zogenoemde vervangingsniveau, waardoor iedere generatie kleiner wordt dan de vorige. ‘Dat is uniek. Toch lijkt de maatschappelijke bewustwording hierover nog beperkt. Ik verwacht dat dit de komende jaren wel zal veranderen.’

‘Jongeren willen nog steeds kinderen.

Het probleem is dat ze hun kinderwens steeds moeilijker kunnen realiseren.’

De kinderwens is er nog steeds

Dat jongeren geen kinderen meer zouden willen, is volgens Latten een hardnekkig misverstand. ‘Als je jonge twintigers vraagt of ze kinderen willen, zegt ongeveer 80% direct “ja”. Het gewenste kindertal ligt nog steeds rond de twee kinderen.’ Dat beeld komt overeen met recent uitgevoerd onderzoek in Denemarken. De kinderwens is nauwelijks veranderd, maar de werkelijkheid wel. ‘De gerealiseerde vruchtbaarheid ligt inmiddels rond de 1,4 à 1,5 kind per vrouw. Er zit dus een enorme kloof tussen wat mensen graag zouden willen en wat uiteindelijk gebeurt.’ Volgens Latten is die kloof een van de belangrijkste maatschappelijke vraagstukken van dit moment.

Jan Latten

Waarom stellen jongeren kinderen uit?

De oorzaken zijn volgens hem veelzijdig en versterken elkaar. Jongeren studeren langer, bouwen eerst aan hun carrière en nemen meer tijd om de juiste partner te vinden. ‘Vroeger was de route veel duidelijker. Nu moet je alles zelf kiezen: welke opleiding, welke baan, welke partner en waar je wilt wonen. Dat geeft vrijheid, maar ook keuzestress.’ Ook relaties zijn minder vanzelfsprekend geworden. ‘Zelfs jonge stellen twijfelen regelmatig of ze wel écht bij elkaar passen. Dankzij datingapps lijkt er altijd weer iemand anders, iemand beter beschikbaar.’ Daardoor schuift gezinsvorming steeds verder op. Wanneer is het juiste moment? Eerst een vaste baan? Eerst een koopwoning? Eerst meer financiële zekerheid? Eerst weten of deze relatie blijvend is? Al die vragen zorgen ervoor dat mensen wachten.’

De woningmarkt als grootste rem

Een belangrijke bijkomende oorzaak van het uitstel ziet Latten in de woningmarkt. ‘Veel jonge stellen willen best aan kinderen beginnen, maar beschikken eenvoudigweg niet over een geschikte woning.’ Vooral hoogopgeleide dertigers lopen volgens hem vast in de grote steden. ‘Koopwoningen zijn daar voor veel starters onbereikbaar. Daardoor zie je dat jonge gezinnen uitwijken naar plaatsen rondom de steden, zoals Woerden of Berkel en Rodenrijs. Daar ontstaan de nieuwe gezinsgemeenten.’ Volgens Latten laat dat zien hoe nauw wonen en gezinsvorming met elkaar verbonden zijn. ‘Een geschikte woning vormt vaak letterlijk de basis voor een gezin.’

‘We praten over arbeidskrapte, maar nauwelijks over de baby’s die er niet zijn’

Jan Latten

Percentage huishoudens met kinderen in Europese landen
In Nederland zul je achter ongeveer 2 op de 10 voordeuren een gezin met kinderen aantreffen. Achter 8 van de 10 voordeuren wonen blijkbaar uitsluitend volwassenen. Ruim 5 miljoen voordeuren geven toegang tot een eengezinshuis. Maar dat wil niet zeggen dat je daar altijd een gezin aantreft. Waarom niet? Bewoners doorlopen fasen en lopen vóór of achter op hun gezinsfase:

  • jongvolwassenen die op het punt staan aan een gezin te beginnen;
  • exen van wie de kinderen bij hun moeder of vader wonen;
  • empty-nesters van wie de kinderen al uit het ouderlijk eengezinshuis zijn vertrokken;
  • kinderlozen die helaas nooit kinderen konden krijgen of geen kinderen wilden maar gelukkig zijn in hun gezinshuis.

Omgekeerd komt ook voor: er is wel een gezin achter de voordeur maar het huishouden woont niet in een eengezinshuis.

Onzekerheid stapelt zich op

Naast de woningmarkt spelen ook economische ontwikkelingen een belangrijke rol. ‘We leven momenteel in een periode waarin veel jongeren onzekerheid ervaren. Niet alleen over hun inkomen, maar ook over de wereld waarin ze leven.’ Volgens Latten stapelen onzekerheden zich op. ‘Je hebt onzekerheid over werk, wonen, financiën én relaties. Alles bij elkaar zorgt ervoor dat mensen wachten.’ De kinderwens verdwijnt daardoor niet, maar wordt wel steeds vaker uitgesteld. En uitstel leidt regelmatig tot afstel.

Minder stabiele relaties, minder kinderen

Een ontwikkeling die volgens Latten vaak wordt onderschat, is de veranderende kijk op relaties. ‘Relaties zijn veel minder vanzelfsprekend dan vroeger. Mensen twijfelen langer, zoeken langer en relaties worden minder stabiel.’ Dat heeft directe gevolgen voor gezinsvorming. ‘Een duurzame relatie vormt nog altijd de belangrijkste basis voor het krijgen van kinderen.’ Ook scheidingen drukken volgens hem het uiteindelijke kindertal. ‘Je ziet regelmatig dat stellen na hun eerste kind uit elkaar gaan. Het tweede kind komt er dan vaak niet meer.’ Daarnaast lopen langdurige relaties zonder kinderen soms stuk voordat de kinderwens wordt gerealiseerd. ‘Dan begint iemand opnieuw aan een relatie en wordt het steeds moeilijker om de oorspronkelijke wens nog waar te maken.’ Volgens Latten verklaart dat mede waarom de gemiddelde kinderwens nog altijd rond de twee kinderen ligt, terwijl het uiteindelijke kindertal veel lager uitvalt.

Een onderwerp waar meer over gesproken mag worden

Volgens Latten ligt de maatschappelijke en politieke aandacht vooral bij de gevolgen van de vergrijzing, zoals personeelstekorten en de betaalbaarheid van voorzieningen. Begrijpelijk, vindt hij, maar daarmee blijft een belangrijk onderwerp onderbelicht. ‘We praten veel over de vraag hoe we straks voldoende mensen op de arbeidsmarkt houden. Dan gaat het vaak over arbeidsmigratie, maar veel minder over het tegengaan van het gebrek aan kinderen als opvolgers op de arbeidsmarkt en de vraag waarom er steeds minder kinderen worden geboren.’ Hij benadrukt dat het volgens hem geen kwestie is van vóór of tégen migratie. ‘Arbeidsmigratie zal ook in de toekomst nodig blijven. Maar tegelijkertijd mogen we ons afvragen hoe we jonge mensen beter kunnen ondersteunen bij het realiseren van hun kinderwens.’ Volgens Latten gaat het niet om het stimuleren van grotere gezinnen, maar om het wegnemen van belemmeringen. ‘Het gaat erom de jongvolwassenen die graag kinderen willen, niet onnodig te hinderen. Denk aan betaalbare woningen, bestaanszekerheid en stabiele arbeidsvoorwaarden. Als mensen hun kinderwens niet kunnen realiseren door omstandigheden waar de samenleving invloed op heeft, is dat iets waar we best over mogen nadenken.’

Niet overal dezelfde ontwikkeling

De demografische veranderingen verlopen bovendien niet overal gelijk. Regionale verschillen blijven groot. ‘In de Biblebelt liggen de geboortecijfers nog altijd hoger dan in de Randstad.’ Ook opleidingsniveau speelt een rol. Hoogopgeleiden beginnen gemiddeld later aan kinderen, maar krijgen uiteindelijk vaak iets meer kinderen dan lageropgeleiden. Daarnaast ziet Latten een duidelijke ruimtelijke verschuiving. ‘Veel jonge gezinnen verlaten de grote stad zodra ze kinderen krijgen. Ze zoeken ruimte, een tuin en een betaalbare koopwoning.’ Rondom de grote steden ontstaan daardoor nieuwe gezinsgemeenten met relatief veel koopkrachtige huishoudens.

Wat betekent dit voor de babybranche?

Voor retailers en merken lijkt een dalend geboortecijfer op het eerste gezicht slecht nieuws. Toch plaatst Latten daar een belangrijke kanttekening bij. ‘Je moet niet alleen naar het gemiddelde kindertal kijken.’ Nederland groeit namelijk nog altijd in inwonertal. Daardoor blijft het absolute aantal geboorten waarschijnlijk minder sterk dalen dan vaak wordt gedacht. ‘Door bevolkingsgroei blijft de totale markt voorlopig groter dan alleen het dalend kindertal doet vermoeden.’ Wel verwacht hij dat de samenstelling van de markt verandert. ‘Je krijgt relatief meer kinderen met een migratieachtergrond én grotere verschillen tussen koopkrachtige en minder koopkrachtige gezinnen.’ Dat vraagt volgens hem om een gerichtere marktbenadering. ‘De ene consument zoekt vooral betaalbare basisproducten, terwijl een andere consument juist kiest voor design, innovatie en premiummerken.’

Kansen voor het hogere segment

Ondanks de dalende geboortecijfers ziet Latten volop kansen voor premiummerken. ‘In Nederland blijft een grote groep gezinnen met relatief veel bestedingsruimte bestaan.’ Doordat gezinnen gemiddeld kleiner worden, geven ouders vaak meer uit per kind. ‘Wie één of twee kinderen krijgt in plaats van drie of vier, besteedt gemiddeld meer per kind.’ Daarnaast groeien kinderen vaker op in kleinere families. Dat vergroot de rol van opa’s, oma’s, ooms en tantes, die eveneens bijdragen aan aankopen voor het kind. ‘Ook die groep vormt uiteindelijk een interessante doelgroep voor de branche.’

Duurzaamheid blijft belangrijk

Dat duurzaamheid steeds belangrijker wordt, onderschrijft Latten. Toch verwacht hij niet dat huur- en deelconcepten de traditionele verkoop volledig zullen vervangen. ‘Er zal altijd een markt blijven voor ouders die graag eigenaar zijn van hun eigen producten.’ Volgens hem gaan duurzaamheid en kwaliteit juist hand in hand. ‘Een kinderwagen of ledikant die lang meegaat én een hoge restwaarde behoudt, past goed binnen de huidige duurzaamheidsgedachte. Goede producten kunnen meerdere levens meegaan. Dat maakt investeren in kwaliteit alleen maar interessanter.’

‘Kijk verder dan het aantal baby’s’

Zijn belangrijkste advies aan retailers en merken is om niet alleen naar de geboortecijfers te kijken, maar vooral naar de consument achter die cijfers. ‘Kijk niet alleen naar het aantal baby’s, maar vooral naar wie de toekomstige ouders zijn.’ Volgens Latten wordt de babybranche steeds diverser. Verschillende doelgroepen stellen andere eisen aan producten, duurzaamheid, prijs en beleving. ‘De verschillen tussen consumenten nemen toe. Dat vraagt om een assortiment dat aansluit bij verschillende levensstijlen, inkomens en culturele achtergronden.’ Ondanks alle demografische veranderingen blijft hij optimistisch: ‘Kinderen blijven geboren worden. En ouders zullen altijd het beste voor hun kind willen.’ Daarmee ligt volgens hem ook de grootste uitdaging én kans voor de sector. ‘De toekomst van de babybranche draait niet alleen om de aantallen baby’s maar vooral om het beter begrijpen van de gezinnen van morgen.’

Beeld: iStock.com/vchal
Meer interessant nieuws voor professionals uit de babymarkt