geboortecijfers 2020

De Nederlandse bevolking is hard gegroeid de afgelopen drie jaar. Het gaat om ongeveer 100.000 personen per jaar. Momenteel wonen er 17,3 miljoen mensen in ons land en de bevolkingsgroei zal volgens het CBS verder stijgen naar 18,3 miljoen in 2035. Daarna wordt een afname van het groeitempo verwacht. In 2050 is het aantal inwoners begroot op 18,5 miljoen. Deze groei is met name toe te wijzen aan internationale migratie. Belangrijk voor onze markt is te weten hoe het zit met de geboortecijfers?

Voor het eerst moeder rond de 30 jaar

Vanaf begin jaren zeventig is de gemiddelde leeftijd waarop vrouwen hun eerste kind krijgen gestegen van 24,3 naar 29 jaar. Daarna bleef deze tot begin van deze eeuw redelijk stabiel, maar vanaf 2014 is de leeftijd verder gestegen tot 29,9 jaar in 2018.
Het aantal jonge vrouwen dat voor het eerst moeder wordt neemt af, het aantal vrouwen van 40 tot 45 jaar dat voor het eerst moeder wordt neemt toe. Gemiddeld krijgen de meeste moeders rond de 30 jaar hun eerste kind. Deze trend is ook in andere Europese landen te zien. In 2018 kregen 75.500 vrouwen hun eerste kindje, dat is een daling vergeleken met 2013 (toen 79.500) en in 2008 (83.000). Ook worden er minder tweede en volgende kinderen geboren. In totaal werden vorig jaar 168.500 kinderen geboren.

Geboortecijfers overzicht afgelopen jaren

1995               190.513
2000               206.619
2005               187.910
2010               184.397
2015               170.510
2018               168.525

Prognose van het CBS, opgesteld in 2017:

2019               172.185
2020               174.058
2030               196.038
2040               187.154
2050               182.452

Daling gemiddelde leeftijd voor de eerste keer moeder

De gemiddelde aantal kinderen dat vrouwen krijgen is eveneens gedaald. In 2010 werden gemiddeld nog 1,8 kinderen per vrouw geboren, tegenwoordig is dat 1,59 kinderen. Het CBS maakt een verband met de economische crisis maar er lijkt meer aan de hand te zijn. Want het economische klimaat is verbeterd maar het vruchtbaarheidscijfer blijft laag. Vooral jonge vrouwen stellen het krijgen van kinderen uit. Het CBS denkt dat dit uitstel zal worden ingehaald en voorspelt dat het gemiddelde kinderaantal tot 2030 zal stijgen tot 1,75 kinderen per vrouw.
Per gemeente in Nederland zijn er grote verschillen zichtbaar die worden veroorzaakt door verschillende factoren. Zoals het aantal alleen wonende, samenwonende of geëmigreerde vrouwen. Daarnaast kan het geloof een rol spelen evenals de mate van stedelijkheid, werkeloosheid en het inkomen. Ook de woningmarkt is van invloed; in gemeentes waar veel nieuwe woningen worden gebouwd worden ook meer kinderen geboren.

Later het huis uit

Mede door het tekort aan woningen, de hoge huren en huizenprijzen, wonen jonge volwassenen langer thuis. Ze gaan ook later samenwonen of trouwen. De woningmarkt is iets aangetrokken en daardoor gaan dertigers wel samenwonen, maar de paarvorming bij twintigers blijft achter. De toenemende immigratie zal leiden tot een nog grotere druk op de woningmarkt.

Minder geboortes in stedelijke gebieden dan verwacht

Het CBS voorspelde dat er meer kinderen in stedelijke gebieden geboren zouden worden, maar uit de cijfers blijkt dat hier minder kinderen zijn geboren dan verwacht. Als voornaamste reden wordt opgegeven dat jonge stellen die van plan zijn een gezin te beginnen juist uit de grote steden zijn getrokken. Ook het aantal immigranten in de periode 2015-2017 is meer overschat dan onderschat, maar klopt wel als deze vergeleken worden met de overschatting van immigratiecijfers in het algemeen. Steden waar minder immigranten zijn gekomen zijn Den Haag, Rotterdam en Utrecht. In Amsterdam hebben zich juist meer immigranten gevestigd dan was begroot.

Bron: CBS
Foto: NIU