U bevindt zich hier:--Childhome stelt gebrek aan veiligheidscontrole aan de kaak tegenover strenge normen

Childhome stelt gebrek aan veiligheidscontrole aan de kaak tegenover strenge normen

Door |2018-08-08T14:43:57+00:005 september, 2017|Categorieën: Reportage|Tags: , , |

childhome veiligheidsnormen

Eind mei 2017 was er een internationale persdag bij Childhome in Kontich, België. Europa legt producenten steeds strengere eisen op, terwijl consumenten via tweedehands markt en internet babyspullen kunnen kopen die niet altijd aan de veiligheidsnormen voldoen. Een ongelijke strijd, volgens oprichter Stefan Aerts.

In 1985 richtte Stefan Aerts, samen met zijn echtgenote Nathalie, Childhome op. Na 32 jaar is Childhome uitgegroeid tot een internationale groothandel in baby- en kindermeubelen, kinderwagens, kinderstoelen en accessoires met eigen merknamen Childwood en Childwheels. Childhome exporteert inmiddels naar 50 landen wereldwijd waaronder het Midden-Oosten. Inspelend op de grote interesse in Azië voor Europese producten opende Childhome in Seoul, Zuid-Korea, een concept store.

Expect the unexpected

Innovatie en ontwikkeling van nieuwe producten staan bij Childhome hoog in het vaandel. Mooie voorbeelden zijn de Childhome Evolu kinderstoel en diverse babykamers. Voor ledikanten is er de EN716 norm die nader wordt toegelicht. We horen waarom Childhome gekozen heeft voor vierkante spijlen in plaats van ronde (veel sterker) en die ook in alle bedbodems zijn verwerkt (veel meer ventilatie).
‘Veiligheid van producten is ontzettend belangrijk’, aldus Stefan Aerts. Hij toont afschrikwekkende video’s van een kind dat in een ladekast klimt waarna de kast bovenop het kind valt. En een filmpje waarbij een peuter ouder dan twee(!) bovenop elkaar gemonteerde traphekjes klautert. ‘Waar ligt het probleem?’, vraagt Stefan Aerts aan de journalisten. ‘Wij kunnen wel een veilig product maken, maar consumenten moeten de ontwikkeling van hun kind nooit onderschatten en altijd toezicht houden. Expect the unexpected!’

Laatste ontwikkelingen ENPC

Vervolgens geeft gastspreker Maria Nankova van de ENPC een update van de laatste Europese ontwikkelingen. Deze organisatie vertegenwoordigt alle bedrijven in Europa die zich bezighouden met baby- en kinderproducten. Daar hebben zich inmiddels acht landen actief bij aangesloten en telt nu 260 leden. ENPC focust zich op technische zaken en streeft naar gemeenschappelijke standpunten over zaken als chemische bestanddelen, standaarden en wetgeving richting de Europese Commissie en de CEN. Baby- en kinderartikelen vallen nu onder productveiligheid van de algemene richtlijnen en daar is de babyindustrie niet blij mee, aldus Nankova, want babyproducten zijn ingewikkelder. Het lastige van ENPC is dat ze niet zoals de JPMA in Amerika, te maken hebben met één land, maar met meerdere landen en regels.

Teleurgesteld over testinstituten

‘Er zijn nog nooit zo veel normen geweest voor producenten zoals wij’, zegt Stefan Aerts. Hij is teleurgesteld over de werkwijze van ProSafe, een controleorgaan van de Europese overheid, die willekeurig winkels binnenstapt om producten voor controle mee te nemen. ‘Wij investeren veel in het uittesten van producten. Toch zijn er nog niet zo lang geleden traphekjes afgekeurd omdat deze op een andere manier werden getest. Hoe komt het dat een Childhome private label traphekje wel door de test komt en ons eigen hekje niet? Wat moet je als producent dan nog doen?’ Waarom kwamen Ikea traphekjes als beste uit de test als daarna een recall plaatsvindt en deze hekjes niet eens meer worden geproduceerd?’ ProSafe kan volgens Stefan Aerts producten uit de markt nemen zonder producenten daarover in te lichten. Vervolgens wordt dit product op een Rapid Alert System geplaatst. Rapex is Europees, maar de recalls wisselen van land tot land. Ook is het volgens Stefan Aerts onmogelijk om bij de desbetreffende instanties daarover vragen te stellen. Hij constateert dat er met het testen veel geld is gemoeid en dat er veel rivaliteit bestaat tussen verschillende testinstituten. ‘Wat doet Europa om producenten te helpen?’, vraagt Stefan Aerts zich af.

Tweedehands markt en internetreuzen ontsnappen aan regels

Stefan Aerts zet ook vraagtekens bij de groeiende tweedehands markt. ‘Hier worden babyproducten meermalen verhandeld waardoor deze niet altijd meer compleet en veilig zijn.’ Journalisten uit Ierland en Engeland merken op dat er in hun landen nog nauwelijks tweedehands autostoelen worden verhandeld. Dit komt door de bewustmakende campagnes van Road Safety Authority.
Een ander punt van zorg vindt Stefan Aerts de opkomst van grote internetpartijen zoals Amazon en Alibaba. ‘Zij bieden babyproducten aan die in ons land niet zijn getest en gekeurd, maar hier wel gekocht worden. Ook kun je bij Bol.com en Amazon niet zo maar aankloppen om een product op te vragen om te laten testen.
Stefan Aerts stelt: ‘De ENPC moet kunnen optreden als een ombudsman die overheden en producenten efficiënt laat samenwerken waarbij het belang van de consument voorop staat. In Amerika vertolkt de JPMA deze rol. Als het nodig is halen zij uit naam van de overheid een product uit de handel. Ze hebben een eigen testlaboratorium in Washington waar ze testen uitvoeren en hun bevindingen terugkoppelen aan de producent. Ze helpen producenten om gepast te reageren in plaats van hen aan hun lot over te laten.’

Dit is een gedeelte uit de reportage verschenen in het septembernummer 2017 van BabyWereld