‘Ik ben zo moe…’ Met een diepe zucht kijkt ze me aan. ‘De hele dag ben ik alleen maar bezig met haar slaap; hopen dat ze gaat slapen. Hopen dat ze blijft slapen als ik haar wegleg. Dat ze lang genoeg slaapt zodat ik even kan douchen of kan zitten met een kopje thee en dat warm kan opdrinken.’
Even is het stil.
‘Maar het lukt nooit.’
Haar wanhoop en onmacht zijn bijna voelbaar. ‘En tussen al dat hopen en proberen raak je jezelf en het plezier in het samen zijn een beetje kwijt hè?’, reageer ik. Stilletjes knikt ze. ‘Ik heb echt eindeloos gezocht naar tips op social media, alles geprobeerd; laten huilen, steeds even troosten, donker maken, white noise. Bij iedereen werkt het, behalve bij ons. Wat doe ik verkeerd?’ Onzekerheid en spanning zijn langzaam naar binnen geslopen en maken dat het allemaal zwaarder voelt, dat het niet of maar heel kort slapen iets betekent. Alsof het iets zegt over haar, over of ze het wel goed doet.
‘Juist hier, midden in die twijfel en onzekerheid mogen we het misschien wel even anders doen.’ Begin ik.

‘Niet nog meer zoeken, niet nog meer proberen. Juist eerder loslaten van verplichtingen en regels die jullie niet helpen? Dat we de druk van het slapen afhalen en dat niet meer het grote doel is?’
Een beetje vertwijfeld kijkt ze me aan terwijl ze ondertussen haar dochter probeert te troosten die toenemend onrustig is. ‘Volgens mij is dit een prima moment!’, zeg ik. ‘Zullen we een stukje gaan wandelen? Het is oké als ze af en toe in de kinderwagen slaapt en misschien geeft het jou ook even wat ruimte.’
Niet veel later legt ze haar dochter liefdevol in de wagen. Het lijkt alsof ze niet kan geloven dat zij hier straks gaat slapen. ‘Vertrouw maar,’ zeg ik zachtjes ‘geloof dat zij dit kan, dat jij dit kan.’ Het is mooi weer, het zonnetje heeft al wat kracht, de vogeltjes fluiten. Her en der bloeien de eerste narcissen en tulpen. We zeggen niet zoveel, dat hoeft ook niet. Het zachte ritme van het lopen, het geluid van de wielen over de stoep, de frisse lucht langs haar wangen, het is voor nu genoeg. Als vanzelf zakken haar schouders naar beneden, wordt haar ademhaling rustiger en ontspant haar gezicht. Ook haar dochter in de wagen zie ik steeds stiller worden tot ze, bijna ongemerkt, in slaap valt. Ze kijkt me verbaasd aan… ‘Zou het echt zo simpel zijn?’, vraagt ze.
‘Oef, dat durf ik je niet te beloven,’ lach ik ‘maar de grootste kracht ligt wel vaak in de simpelste oplossingen. Je hebt hier echt te maken met een win-win situatie. In beweging en naar buiten gaan zorgt voor ontspanning, voor het reguleren van je eigen stress, en vroeg in de ochtend wandelen helpt de biologische klok van je dochter opnieuw te resetten. Vanuit een ontspannen begin kan de rest van de dag ineens heel anders verlopen.’
Eenmaal thuisgekomen zet ze de wagen vlak bij de openslaande deuren in de achtertuin. Met nog een kopje koffie in onze handen gaan we binnen aan de grote tafel zitten, onze blik steeds even naar buiten. We zitten een tijdje in stilte naast elkaar. Ze glimlacht naar me: ‘Weet je er is niets groots opgelost, het is niet ineens perfect, het is niet van het een op het andere moment minder moeilijk. Maar dit voelt wel lichter.’ Ik knik: ‘Soms begint rust niet met beter slapen, maar met moed. Moed om in beweging te komen, anders te durven doen, anders te durven kijken naar de weg er naartoe en die eerste moedige stap, die heb je vandaag gezet!’
