childhome pressday

Op 3 juni waren we samen met journalisten uit Rusland, Duitsland, Italië, Spanje, Polen, en UK te gast in Kontich, België op de tweede International Press day georganiseerd door Childhome. Dit familiebedrijf dat zelf babyproducten ontwerpt, produceert en naar meer dan 50 landen exporteert, werd 34 jaar geleden opgericht door Stefan en Nathalie Aerts. Inmiddels zitten beiden weer in de baby’s, want ze zijn van alle drie hun kinderen bomma en bompa geworden, ofwel in het Nederlands: oma en opa! Het werd een dag met discussies over onderwerpen als: waarom zijn er geen normen voor de tweedehands markt, wat zijn gevolgen van de concurrentie in testlaboratoria en het laatste nieuws van de ENPC.

Visie op digitalisering en globalisering

Cédric Rodrigues, hoofd international sales, geeft ons zijn visie over digitalisering en globalisering. Hij constateert het volgende in de markt: de geboorteaantallen dalen in heel Europa en vrouwen krijgen hun eerste kind steeds later. In België is dat 28/29 jaar. Dit betekent dat we tegenwoordig te maken hebben met een heel ander type klant! Wereldwijd zakendoen vraagt ook om aanpassingen, want we spelen het spel niet allemaal volgens dezelfde regels. Hier en daar komen initiatieven om het grote gat tussen grote internetspelers en kleine winkels meer te dichten. Frankrijk is voornemens om 5% digitale belasting te heffen voor E-commercebedrijven. De opkomst van de Chinese markt, en in het bijzonder gekopieerde producten van West-Europese A-merken tegen goedkope prijzen, baart ook Rodrigues zorgen. Dat ook Childhome hier last van heeft blijkt uit de voorbeelden die we te zien krijgen op de site van Alibaba.
Qua winkelklimaat is het ook een moeilijke tijd. De rentabiliteit wordt als Pacman opgegeten door internet en hij voorspelt meer overnames en sluitingen van winkels en merken. Dit is al gaande, kijk maar naar Toys’R’Us, Mothercare in UK, en Aubert in Frankrijk, en bij de fabrikanten Kiddy, Recaro en Dorel in Frankrijk.

Dat heeft zijn weerslag op het beurzenlandschap. Cédric ziet dat nationale beurzen het moeilijk hebben, alleen Kind + Jugend gaat tegen deze trend in. Maar op zo’n grote beurs hebben mensen weinig tijd om zich goed te laten informeren en daarom is het hebben van een eigen showroom goud waard, aldus Cédric.
Praten met grote retailers is heel anders dan met winkels van kleine omvang. Grote internetbedrijven vragen direct wat je 10 beste producten zijn en kijken voornamelijk naar data. Zij missen de connectie met de winkelvloer en contact met de klanten. Retailers zouden nooit ‘nee’ moeten zeggen tegen nieuwe producten, aanbod is key, en tegenwoordig kan voorraad op afroep bij de fabrikant worden geleverd, aldus Cédric.

Believers en non-believers

Het volgen van online shoppinggedrag van consumenten is belangrijk, meldt Lisa De Caerlé, communicatiemanager. ‘Believers’ in online shoppers geven steeds vaker en meer geld uit dan voorheen. Gemiddeld gaat het om een bedrag van 100 euro per maand en 59% geeft zelfs meer dan 100 euro per maand uit, blijkt uit een Frans onderzoek. Maar ook ‘non-believers’ vinden steeds vaker hun weg naar internet. De obstakels om iets niet meer online te bestellen verdwijnen: je hoeft niet meer thuis te zijn om een pakket te ontvangen, er zijn verschillende betaalmogelijkheden, je kunt steeds meer informatie over een product krijgen. En voor klanten die een product eerst willen zien voor de aankoop zijn er ook al oplossingen. Bijvoorbeeld: upload een foto van je gezicht en kijk welke bril of make-up je staat. Tegenwoordig zijn er ook genoeg mogelijkheden om via een device online te bestellen. Zo’n 84% van de Franse ouders koopt inmiddels online. Reviews, prijzen, video’s en social media zijn daarbij belangrijk. Tegenwoordig heeft 83% van de ouders de producten al gezien via Instagram. 50% van de gebruikers volgt ten minste één merk. Naast het plaatsen van productnieuws en promoties is Instagram ook belangrijk om het gezicht achter een merk te laten zien. Waar het om draait is dit: waar je klant zich ook bevindt, daar moet je ook als merk zijn, aldus De Caerlé.

Ieder continent heeft eigen richtlijnen

Productmanager Vincent Vanderjonckheijd vertelt meer over de productgroep kinderstoelen. Met hun prijswinnende Evolu hebben ze hier inmiddels veel ervaring mee. De richtlijnen kunnen verschillen per land en continent en dat maakt het moeilijk om een product te exporteren. Er is bijvoorbeeld een Europese Norm, een Amerikaanse, Australische en internationale norm, en er vinden regelmatig updates plaats. Amerikaanse normen zijn weliswaar minder zwaar dan de Europese, maar voor kinderstoelen stelt de VS wel speciale eisen ten aanzien van de stabiliteit, veiligheidsgordels en -bumper. Ook dient ieder product voorzien te zijn van een serienummer voor productregistratie en mogelijke recalls. Dat roept in de zaal de vraag op waarom een serienummer niet gewoon verplicht wordt gesteld voor babyproducten, het gaat tenslotte om kinderveiligheid. Voors en tegens worden besproken, maar het vraagt vooral meer bewustzijn van de consument. Wellicht is het mogelijk dit te koppelen met het recht op garantie van een product, wordt geopperd.

Rol van de ENPC

Maryke Hanneman is coördinator public affairs bij de ENPC (European Nursery Products Confederation). Inmiddels zijn daarbij 8 landen aangesloten: Frankrijk, Duitsland, UK, Italië, Spanje, België en Nederland. De ENPC telt 260 leden van kleine en grote bedrijven. Namens Nederland zit Albert Vallejo van Mattel bij de ENPC.
De belangrijkste rol van de ENPC is om hun leden, technische commissie en wetgevers te informeren en invloed uit te oefenen als het gaat om nieuwe technische richtlijnen en wetgeving. Er is veel energie gestoken in een nieuwe richtlijn die volgend jaar van kracht wordt: ISO PC310 voor kinderwagens en buggy’s. Het is de Europese interpretatie van wat een veilige kinderwagen is en dat verschilt nogal met bijvoorbeeld de Chinese kijk op veiligheid. Het is ook bedoeld om een vuist te maken naar de Chinese internetreuzen en consumenten bewust te maken dat niet alle producten op internet ook veilig zijn.
De ENPC houdt bij welke stoffen niet meer in producten mogen worden verwerkt. Ze wil consumenten beter beschermen tegen onveilige producten op internet en het ontbreken van regels op diverse platforms.

Leden van de ENPC 2019:
IT: Roberto Marelli & Paolo Taverna, Assogiocattoli
UK: Robert Anslow, BPA
FR: Michel Moggio, FJP
BE: Stefan Aerts, FeBab
DE: Alessandro Zanini, BDKH
AU: Peter Roehrig, ARGE
NL: Albert Vallejo, VBKV
SP: Lores Segura, ASEPRI

Technische commissie 2019:
UK: Robert Anslow, Michael Ives
IT: Marco Bonazzi, Daniele Sartori
FR: Frederic Hausemer, Martial Doumerc
BE: Vincent Vanderjonckhejd
AU: Hortenzia Csiszar (on behalf of Peter Roehrig)
NL: Yvonne Lievens, Kay Samulak
DE: Farid Bendjellal

Waarom geen normen voor de tweedehands markt?

Stefan Aerts is een ondernemer met nog steeds veel ‘babypassion’. Hij uit zijn zorgen over de tweedehands markt. Wereldwijd kopen jonge ouders steeds vaker ‘vintage’ babyartikelen (het gaat om 50% bij kinderwagens, autostoelen en kinderkamers) zonder dat ze weten of deze nog veilig zijn. De consumenten verwachten ook steeds meer, worden mondiger en ongeduldiger: ze eisen min of meer dat ze nog onderdelen en gebruiksaanwijzingen kunnen bestellen van een product dat al 10 jaar of ouder is.
Aan de andere kant krijgen fabrikanten steeds meer regels opgelegd. Childhome heeft nu met meer dan 30 normen te maken. Hij vindt dit een ongelijke strijd en wil dat Europa zowel de consument als producent ondersteunt. ‘Wij zijn de eerste om toe te geven dat de veiligheid van baby’s en kinderen boven alles gaat. Al hebben ouders daar zelf ook een grote verantwoordelijkheid in. ‘Never leave your child unattended!’ is dan ook een gevleugelde uitspraak. Op internet circuleert een filmpje van een peuter die over 2 op elkaar gemonteerde traphekjes klautert. Mocht er wat gebeuren dan ligt dat niet aan de kwaliteit van de hekjes. Vandaag de dag is er nog steeds een grote ‘misuse’ van babyproducten’, aldus Aerts.

Laboratoria zijn big business

Aerts wil ook dat Europa zich beter organiseert als het gaat om laboratoria. ‘Nu stapt ProSafe, een controleorgaan van de Europese overheid, willekeurig winkels of magazijnen binnen en neemt producten mee. Deze worden in verschillende laboratoria getest met als gevolg: verschillende testresultaten en een grote concurrentiestrijd tussen testlabs zoals Intertek, SGS, Pourquiry, Aysu. Wie moeten wij geloven? Er zijn zelfs testlabs die goedgekeurde producten afkeuren en dan een bijdrage vragen van 5x de normale prijs. Een zogenaamde boete om het niet door te geven aan de lokale overheid.’
Hij vraagt zich af: komt ProSafe ook binnen bij de magazijnen van Amazon, Bol.com of Zalando? En durft Europa op te treden tegen grote internetreuzen uit Azië zoals Alibaba? Op deze manier is ProSafe meer een vijand dan een orgaan dat ons steunt. Hun werkwijze zorgt ervoor dat kleinere bedrijven die veel tijd en geld investeren in veiligheid, het steeds moeilijker krijgen. Als zij wegvallen gaat er enorm veel kennis verloren en komt de macht in handen van multinationals die hun eigen normen opleggen. Dat consumentenmagazines zelf producten |testen en volgens hun eigen kwaliteitsnormen publiceren zonder dat ze daarvoor de nodige expertise hebben, vindt hij ook een kwalijke zaak. Dat zorgt voor imagoschade.

ENPC als ombudsman en adviesorgaan voor Europa

Aerts pleit ervoor dat Europa met ENPC overkoepelende regels maakt over bijvoorbeeld de keuze voor de talen op verpakking en gebruiksaanwijzingen. Dat voorkomt bijvoorbeeld dat een traphekje dat via een Nederlandse internetwinkel in Denemarken is gekocht daar niet meer op de markt mag komen vanwege het ontbreken van een Deense beschrijving. Stefan stelt: ‘De ENPC moet kunnen optreden als een ombudsman die overheden en producenten efficiënt laat samenwerken, waarbij het belang van de consument voorop staat. Die rol heeft de Juvenile Products Manufacturers Association in Amerika. Indien nodig haalt zij een product uit de handel in naam van de overheid, ze hebben een eigen, onafhankelijk testlaboratorium en geven feedback aan de producent’.

childhome international press day