‘Zul je altijd zien, hè,’ zegt de moeder, terwijl ze de kamer binnenloopt en me het beeld van de babyfoon laat zien. Op het schermpje zie ik een totaal ontspannen meisje, diep in slaap. Ah, wat heerlijk!’ reageer ik. ‘Dat gebeurt vaker in aanloop naar een huisbezoek. Alleen al de gedachte dat iemand mee gaat denken, kan ervoor zorgen dat het ineens makkelijker gaat.’
Omdat ik er toch al ben gaan we met een kop koffie in ene hand en mijn notitieboekje – vol vragen en ruimte voor tekeningetjes – in de andere, aan de grote tafel in de gezellige woonkamer zitten. De ouders hebben vooraf een uitgebreide vragenlijst ingevuld, dus ik weet dat ze het graag over het slapen willen hebben. Voor we daar dieper op ingaan wil ik eerst luisteren naar hun verhaal; over zwanger worden, zwanger zijn, een intense bevalling en een heftige start met een operatie voor de kleine Evy toen ze zes weken oud was. Soms liggen daar al momenten die het gedrag van nu kunnen verklaren.

Mirjam Boven is verpleegkundig babyconsulent, docent babymassage en draagconsulent. Zij heeft 20 jaar als verpleegkundige op verloskamers en kraamafdeling gewerkt en is nu werkzaam bij verloskundigenpraktijk Wolkom in Drachten.
‘Het is zo’n lief, vrolijk meisje overdag’, vertelt haar moeder. ‘Tot het moment dat ze moet gaan slapen, vooral ’s avonds. Dan begint het. En als ze eenmaal slaapt, wordt ze regelmatig gillend en in paniek wakker. Het kost veel moeite om haar weer rustig te krijgen. Van alle kanten hoor ik dat ze nu met zes maanden echt wel alleen in slaap zou moeten kunnen vallen. Maar ja…’
Ik word er altijd een beetje verdrietig van als ik hoor wat baby’s allemaal “zouden moeten kunnen” en het effect wat dat “moeten van een ander” op het zelfvertrouwen van ouders heeft. Van mij moeten baby’s helemaal niks. Het is juist aan ons om te investeren in veiligheid en vertrouwen, zodat er een stevige basis ontstaat. Van daaruit kunnen ze ontdekken dat deze wereld een fijne plek is. Een plek waar er altijd iemand voor je is, als je dat nodig hebt.
‘Poeh, ik snap dat je daar onzeker van wordt’, zeg ik. ‘Je wilt het zo graag goed doen voor haar. Dapper volg je adviezen op, maar het levert vooral onrust op. Zullen we samen eens kijken hoe dit voor haar zou kunnen zijn? Zou het kunnen dat ze nog niet toe is aan wat er van haar wordt verwacht? Dat zij iets anders nodig heeft? Zou wat zij tot nu toe heeft meegemaakt, invloed kunnen hebben op haar gevoel van veiligheid en overgave bij het in slaap vallen? En zouden het gillen en in paniek wakker worden daarmee te maken kunnen hebben? Wat gebeurt er als we de richtlijnen even laten voor wat ze zijn en kijken wat zíj nodig heeft?’
Evy is inmiddels wakker geworden en zit gezellig bij ons. Met een pientere blik kijkt ze me aan en luistert aandachtig mee. Moeder laat een filmpje zien van het in slaap vallen. Het is
duidelijk dat het moeilijk voor haar is, maar tegelijk valt me iets prachtigs op. Evy pakt haar moeders hand en brengt die naar haar hoofd. En zo, met mama’s hand op haar hoofd, valt ze in slaap. Wanneer ik dat benoem, vertellen haar ouders dat ze dat altijd doet. ‘Jouw hand op haar hoofd helpt haar af te sluiten en tot rust te komen’, zeg ik. ‘Jouw aanwezigheid geeft haar vertrouwen om in slaap te vallen. Wetend wat ze heeft meegemaakt, is dat misschien helemaal niet zo vreemd. Wij weten dat ze veilig in haar bedje ligt. Dat jij op haar past en dat ze niet alleen is. Maar voor haar kan dat heel anders voelen. Door haar handje en haar huilen probeert ze jullie te vertellen wat ze nodig heeft.’
We bespreken hoe je de overgang van wakker naar slapen kunt vergemakkelijken, hoe belangrijk het soms is om te begrenzen, op welke manier baby’s met ons communiceren en hoe je die signalen kunt herkennen. ‘Heb ik genoeg juiste dingen gezegd?’, vraag ik aan Evy als we afsluiten. Haar ogen beginnen te stralen. Er volgt een brede lach. Ze legt haar natte kwijlhandje op mijn wang en brengt haar voorhoofd naar de mijne. Zo, met onze voorhoofden tegen elkaar aan en haar handje op mijn gezicht (zij op mama’s schoot, ik op de bank ertegenover) blijven we een poosje zitten. ‘Ik denk dat het goed was’, lacht mama.
