De ontwikkeling van een kind wordt in grote mate beïnvloed door de omgeving waarin het opgroeit. ‘Babystoeltjes’ hebben bijvoorbeeld invloed op de motorische ontwikkeling en dat heeft niet alleen gevolgen op de lange termijn, maar ook voor de directe veiligheid. Hoe komt dat?
Vroeger werden baby’s – als ze niet vastgehouden of gedragen werden en nog niet goed zelfstandig konden zitten – altijd in de wieg of box gelegd op een horizontaal, vlak oppervlak. Tot het eind van de 20e eeuw waren ‘stoeltjes’ voor baby’s niet gebruikelijk. Tussen aanhalingstekens, want in die ‘stoeltjes’ zitten kinderen eigenlijk niet maar liggen ze met de rugleuning onder een hoek.
Steeds meer ‘stoeltjes’
De afgelopen decennia kwamen er steeds meer ‘babystoeltjes’ op de markt: onder andere autostoeltjes, wipstoeltjes, babyschommels en ‘babystoeltjes’ voor aan tafel. Van sommige ‘stoeltjes’ denken ouders dat die standaard bij de babyuitzet horen. En wat je koopt, dat gebruik je. Het gevolg is dat jonge baby’s dagelijks een groot deel van hun tijd in diverse ‘stoeltjes’ doorbrengen. Maar wat doet dat met hun ontwikkeling?

Brecht Daams is zelfstandig ergonomisch consultant (ergonomie.nl) en lid van de NEN-normcommissie voor kinderartikelen. Ze studeerde Industrieel Ontwerpen aan de TU Delft. Als specialist in baby-ergonomie en ervaringsdeskundige moeder van drie kinderen schrijft ze columns over de ergonomie van baby- en kinderproducten.
Bewezen effecten
In een artikel van Siegel en collega’s uit 2024 staat een overzicht van de effecten die langdurig gebruik van ’stoeltjes’ hebben op de gezondheid en de ontwikkeling van baby’s: deformatie van de schedel, verlaagd zuurstofgehalte in het bloed, slechte coördinatie en verminderde kracht, spieractiviteit en beenbewegingen. De verstoring van de motorische ontwikkeling van kinderen door gebruik van ‘stoeltjes’ wordt ook wel het ‘containerbabysyndroom’ genoemd.
Ongevallen met ‘babystoeltjes’
In 2022 waren er in de VS 12.000 ongevallen met ‘babystoeltjes’ waarbij baby’s behandeld moesten worden bij de eerste hulp. De meeste ongelukken gebeurden bij kinderen op wie niet gelet werd en/of bij kinderen die niet vast zaten en omrolden in het product of uit het product vielen. Een deel van de ongelukken gebeurde doordat de kinderen in het stoeltje van de rug op de buik draaiden. Dat leidde tot gevaarlijke situaties, gezondheidsschade of zelfs overlijden. De gemiddelde leeftijd van die kinderen was 4,2 maanden[1]. Op een vlakke ondergrond beginnen de meeste kinderen zich om te rollen als ze tussen de vier en zes maanden zijn en pas vanaf een maand of zeven krijgen ze de roltechniek goed onder de knie. Kennelijk zijn kinderen al op veel jongere leeftijd in staat om zich in een stoeltje om te rollen dan op een vlak oppervlak. Maar ze kunnen dan nog niet makkelijk weer terugrollen, met mogelijk gezondheidsschade of verstikking tot gevolg.
Oorzaak van omrollen in ‘stoeltjes’
Siegel en collega’s wilden weten wat de oorzaak was van het eerder omrollen in ‘stoeltjes’. Ze onderzochten de bewegingen die baby’s maakten en de spieren die ze daarbij gebruikten, zowel op een vlak oppervlak als in ‘stoeltjes’ met verschillende hoeken van de rugleuning. Ze vonden dat het spiergebruik en de bewegingen van een baby in een ‘stoeltje’ anders zijn dan wanneer het kind op een vlak, horizontaal oppervlak ligt. Hoe meer een kind rechtop zit, des te meer de bewegingen veranderen. Kinderen vertoonden in stoeltjes ook een bewegingspatroon dat niet gezien werd in het platte vlak. Dat veranderde spier- en bewegingspatroon leidt ertoe dat baby’s in stoeltjes om kunnen rollen voordat ze dat op een vlak, horizontaal oppervlak kunnen.
Belangrijke informatie voor industrie
Siegel en collega’s deden dit onderzoek, zoals ze zelf aangeven: “Omdat het belangrijk is dit te weten, zodat de babyproducten-industrie hierover geïnformeerd kan worden en het jaarlijkse aantal ongevallen met stoel-achtige babyproducten verminderd kan worden.” Sommige ‘stoeltjes’ hebben waarschuwingslabels waarop staat dat het product niet meer gebruikt mag worden zodra een kind zich kan omrollen. Het onderzoek van Siegel en collega’s toont echter aan dat kinderen in staat zijn om te rollen in een stoeltje, lang voordat ze dat op een vlakke ondergrond kunnen. Ze lopen in een ‘stoeltje’ dus al veel eerder gevaar dan gedacht.
Autostoeltjes zijn noodzakelijk, maar wordt het niet eens tijd om baby’s, buiten de auto, wat vaker in de box of wieg te leggen of gewoon op een speelkleed op de grond? Dat is ook veel beter voor de motorische ontwikkeling.
Literatuur: Siegel et al., 2024. Mechanical environment influences muscle activity during infant rolling. Human Movement Science 95, 103208.
[1] Standaardafwijking van 1,8 maand.
