‘Je mag straks wel via de achterdeur komen hoor.’ Lees ik vlak voor vertrek in een mailtje. Niet veel later rijd ik het erf op van een prachtige boerderij midden in het Friese landschap. Vanwege het mailtje rij ik door naar achteren en parkeer de auto. Even neem ik de tijd om te genieten van het uitzicht, de geur en het geluid van de koeien in de stal verderop. Wat een bijzondere plek om op te groeien.

De ‘achterdeur’ blijkt voor aan de zijkant van het huis te zitten en leidt me via de stallen, opslag en bijkeuken langzaam naar het warm kloppende hart van de boerderij. ‘Ik ben in de voorkamer!’ hoor ik zacht roepen wanneer ik de keuken binnenstap. Ik volg het geluid en zie moeder met een slapende Elsie op haar borst op de bank liggen.

Mirjam

‘Dit is soms de enige manier waarop het lukt haar te laten slapen,’ fluistert ze. ‘Er staat koffie in de thermoskan en als het goed is ligt er ontbijtkoek klaar.’ Met twee dampende mokken en een plak ontbijtkoek schuif ik bij haar aan. Eerst drinken we samen in alle rust onze koffie. Ik neem altijd ruim de tijd voor een huisbezoek zodat ik ruimte heb om mee te bewegen met wat op dat moment het belangrijkst is. Soms zijn dat voedingen, slaapjes of huilen. Soms is het simpelweg ervoor zorgen dat een moeder eindelijk haar koffie eens warm kan opdrinken.

De geboorte van Elsie was voor moeder én dochter heel spannend. Na een voorspoedige ontsluiting daalde Elsies hartslag plotseling tijdens de persfase bij iedere wee. Toen die zich steeds minder snel herstelde, werd besloten tot een keizersnede. ‘Alles ging zo snel,’ vertelt moeder. ‘Ik knipperde met mijn ogen en lag op de operatiekamer. Ik knipperde nog eens en ineens was daar een heel blauwe, stille baby.’ Het team moest hard werken om Elsie goed op gang te krijgen. Dat lukte gelukkig, maar ze moest wel direct mee naar de kinderafdeling. ‘Ze was heel stil toen ze bij me wegging. Toen ik haar later terugzag, lag daar ineens een hard brullend meisje, rood van de inspanning. Het contrast was zó groot. Bijna alsof het een andere baby was.’

Nu zijn we zes weken verder. Op tafel ligt de folder ‘Veilig Slapen’. Alle adviezen zijn geprobeerd. En toch lukt slapen in haar eigen bedje nauwelijks. ‘Zou het kunnen,’ vraag ik voorzichtig, ‘dat veilig slapen voor Elsie over meer gaat dan alleen een veilige slaapomgeving? Dat het misschien ook gaat over je veilig vóélen?’ Moeder kijkt me aan. ‘Denk je dat ze zich niet veilig voelt bij mij?’ ‘Nee,’ zeg ik direct. ‘Juist niet. Haar start in deze wereld was zo overweldigend. Dat kan invloed hebben op hoe veilig de wereld voor haar voelt. Als je veel spanning ervaart, is je overgeven aan slaap lastig. Maar kijk eens hoe ontspannen ze nu bij jou ligt. Jij bent haar veilige haven, haar rust, haar vertrouwde plek. Ze vindt het heerlijk bij jou! Misschien is dat wel precies waarom slapen bij jou wél lukt.’

Ik zie haar schouders zakken. ‘Vergelijk het maar eens met jezelf,’ vervolg ik. ‘Als jij je niet veilig voelt of je partner is eens een nachtje weg, slaap jij waarschijnlijk ook anders. Of misschien wel niet. Betekent trouwens niet dat je nu voor altijd veroordeeld bent tot contactslaapjes hoor. We mogen Elsie stap voor stap laten ervaren dat haar bedje óók een veilige plek is. Dat jij er bent wanneer ze je nodig heeft.’ Samen maken we een plan. Kleine stapjes, met oog voor veiligheid, nabijheid en wat voor hen in dit moment haalbaar is.

Een week later spreken we elkaar weer. ‘Ik vind het zo bijzonder,’ vertelt moeder, ‘dat Elsie echt ontspant als ik haar vertel dat ik er voor haar ben. Inmiddels lukt het haar af en toe om in haar eigen bedje te slapen. Dan ben ik zó trots. En stiekem geniet ik ook van de contactslaapjes die er nog zijn. Juist omdat ik weet dat ze ooit weer voorbijgaan.’

Meer columns van Mirjam