Marije Magito 2025

De motorische vaardigheden van Nederlandse kinderen gaan al decennialang achteruit. Als kinderen naar de basisschool gaan worden achterstanden in de motorische ontwikkeling vaak pas echt een probleem, omdat kinderen niet kunnen meekomen in de klas. Terwijl ze al kunnen ontstaan tijdens de babyfase. Bewegen is niet alleen gezond, voor baby’s is dit zelfs cruciaal voor zowel de taal, motorische en mentale ontwikkeling. Waar gaat het nu dan toch mis?

We spraken met deskundige Marije Magito, directeur van het Jong Kind Centrum. Zij ontwikkelden de educatieve ouder-kind programma’s Babyclub, Dreumesfun en Peutersteps. Het Jonge Kind Centrum biedt ook scholing aan professionals in de kinderopvang. Tevens is Marije manager pedagogiek, kwaliteit en innovatie bij kinderopvangorganisatie SKBNM (Stichting Kinderopvang Bussum Naarden Muiden Muiderberg). Met al haar ervaring en expertise zijn we benieuwd hoe zij tegen deze problematiek aankijkt en vooral; hoe kunnen we dit probleem oplossen.

Marije Magito 2025

Vind je dat baby’s genoeg bewegen?
Marije: ‘Baby’s moeten voldoende en gevarieerd bewegen om motorisch vaardig te worden. We zien nu dat dit te weinig gebeurt. Dit is in de loop der jaren een groter probleem geworden; de motoriek bij kinderen gaat steeds meer achteruit. Ouders hebben een druk sociaal leven, drukke banen en willen alles blijven doen wat ze deden voordat er een baby in hun leven kwam. Een baby moet zich dan aan het leven van hun ouders aanpassen. Diverse babyproducten zijn ontwikkeld om ouders te ondersteunen in dit hectische leven, wat natuurlijk heel fijn is. Ouders brengen bijvoorbeeld hun kind naar het kinderdagverblijf in de auto in een veilig autostoeltje. Of ze gaan naar de stad en nemen hun kind mee in de kinderwagen of in een fietszitje. En als ze thuis zijn, moet er gekookt worden. Dan is je kind even in de wipper zetten en voor een scherm ontzettend handig en lekker rustig. Al deze slimme oplossingen dragen alleen niet bij aan de bewegingsruimte die baby’s zo hard nodig hebben.’

‘Een kind heeft vooral bewegingsruimte nodig’

Wat hebben kinderen dan nodig?
‘Simpel; ruimte. Consultatiebureaus houden de ontwikkelingsachterstand en overgewicht wel goed in de gaten, alleen ouders zijn er niet zo bewust mee bezig om baby’s meer en beter te laten bewegen. Ouders weten niet zo goed dat dit belangrijk is en ook niet hoe ze dat “bewegen” dan kunnen faciliteren en stimuleren. Ik denk dat we hier een grote slag in kunnen slaan door ouders hier meer bewust van te maken. Het gaat dan om heel simpele spelletjes die ouders samen met hun kind kunnen doen. Denk aan bellenblazen of een bal overrollen. Dit zijn activiteiten waarmee je bepaalde ontwikkelingsgebieden van kinderen stimuleert en ondersteunt. En wat kinderen dus vooral nodig hebben is ruimte. Gewoon op een speelkleed op de grond. Zo leren baby’s uit zichzelf zich af te zetten en oefenen zo hun spieren om straks goed te kunnen gaan kruipen en te gaan zitten. En aan de andere kant is het natuurlijk ook fijn voor een baby als ze af en toe in een wippertje zitten. Als ouders het maar doseren en hun kind dus ook de ruimte geven om zich vrij te kunnen bewegen.’

Wat raad je ouders aan?
‘Samen spelen met je kind en aanraking zijn heel belangrijk. Dit helpt bijvoorbeeld bij de ontwikkeling van lichaamsbesef. Baby’s worden geboren zonder een idee van hun eigen lichaam. Dat besef groeit naarmate ze ouder worden en meer ervaringen opdoen. Denk aan een baby die voor het eerst zijn handjes ontdekt – die pure verwondering! Door deze ervaring te benoemen, leert een baby ook nog eens woorden te koppelen aan wat hij voelt en zo leert hij dat zijn handje echt van hem is. Ook massage speelt hierin een rol; aanraking helpt baby’s hun eigen lichaam te voelen en zich bewust te worden van hun lichaamsdelen en bewegingsapparaat. Pas als ze weten welk deel van hun lichaam waarvoor dient, kunnen ze het goed gaan gebruiken. Daarom is het belangrijk dat baby’s veel kunnen oefenen, met voldoende ruimte om te bewegen en ontdekken. Bovendien schijnt het geven van een massage aan je baby voor de ouder stress verlagend te werken en versterkt het de band tussen ouder en kind.’

‘Veel ouders weten niet wat hun kind nodig heeft om zich goed te kunnen ontwikkelen’

Jonge ouders zijn dus niet goed op de hoogte wat het beste is voor hun kind?
‘Dat denk ik inderdaad. Iedere ouder wil het beste voor zijn kind. Alleen is dit soms tegenstrijdig in wat ze daarvoor dan moeten doen. De commerciële wereld kijkt anders naar de ontwikkeling van kinderen dan ontwikkelingsexperts zoals fysiotherapeuten. Fabrikanten komen met babyproducten vooral tegemoet aan de behoeftes van ouders, om ze zoveel mogelijk te ontlasten. Dat is dus heel mooi, alleen zijn we hierin te veel afgedwaald van wat in de basis echt belangrijk is voor baby’s. We merkten tijdens onze ouder-kind programma’s dat veel ouders het echt niet weten wat kinderen nodig hebben om zich goed te kunnen ontwikkelen. Of wat we ook meemaken is dat pedagogische medewerkers op kinderdagverblijven signaleren dat kinderen qua motorische ontwikkeling achterlopen. Dat ouders daar dan van opkijken en zich dit niet realiseerde. Ze denken dat ze in alle opzichte het beste doen voor hun kind, maar dat blijkt dan dus niet zo te zijn. Ze zijn zich er dus niet van bewust wat een kind allemaal nodig heeft om zich goed motorisch te kunnen ontwikkelen.’

Jullie ouder-kind programma’s zijn daar dan toch een goede tool voor?
‘Zeker. Deze worden op diverse kinderdagverblijven door pedagogisch medewerkers verzorgd. Dat zijn kinderdagverblijven de graag ouders willen ondersteunen in hun ouderschap en daar echt in willen investeren door een aanbod voor ouders samen met hun kind aan te bieden. Geen saaie ouderavond, maar gewoon samen met je kind allerlei leuke activiteiten doen, die naast leuk bovendien heel goed voor de ontwikkeling zijn. Zo leren ouders spelenderwijs hoe ze de ontwikkeling van hun kind goed kunnen ondersteunen en stimuleren. Bij medewerkers die deze activiteiten verzorgen zit veel kennis en expertise. Zij kunnen vroeg signaleren bij baby’s of er achterstand is in de motorische ontwikkeling en ouders daarop attenderen. Dat is niet het doel van deze programma’s, maar wel een mooie bijkomstigheid. Dan heb je natuurlijk nog de bezoeken aan het consultatiebureau. Mocht er iets gesignaleerd worden, dan krijgen ouders dat zeker te horen. Alleen weten we uit ervaring dat het beter werkt als je ouders laat zien hoe je bijvoorbeeld een boekje voorleest aan je baby of hoe je samen met een bal kunt spelen, dan dat het in een kort gesprek met ze wordt besproken op het consultatiebureau.’

Hoe zit het met het aanbieden van speelgoed?
‘Less is more zou ik hierin adviseren. Speelgoed kan zeker bijdragen aan de motorische ontwikkeling van kinderen. Vooral als het de interactie tussen ouder en kind stimuleert, dat is goed voor alle ontwikkelingsgebieden van kinderen. Het werkt niet om je kind gewoon maar speelgoed te geven. Een kind heeft er pas wat aan als de ouder er betekenis aan geeft. De motorische ontwikkeling stimuleer je het beste als je een kind de ruimte geeft en niet te veel speelgoed geeft in een keer. Ze kunnen hierdoor overprikkeld raken, kunnen niet filteren wat ze allemaal zien en komen zo niet goed toe aan ontdekken en spelen.’

Hoe kunnen speelgoedfabrikanten hieraan bijdragen?
‘Ik zie de laatste jaren zeker toenadering vanuit de commercie. Er is meer goed speelgoed op de markt beschikbaar dat bijdraagt aan de stimulering van de ontwikkeling van de motoriek bij kinderen. Termen als sensory play, open ended en Montessori speelgoed hoor je steeds vaker voorbijkomen. Het probleem is dat ouders niet altijd weten hoe dit speelgoed kan bijdragen aan de ontwikkeling van hun kind. Ideaal zou zijn als commercie en ontwikkelingsexperts meer samen gaan werken. En speelgoedmerken zouden in de bijsluiter beter moeten uitleggen wat een kind eraan heeft, mits op de juiste manier gebruikt en bijvoorbeeld spelsuggesties kunnen toevoegen. Ik zou dan altijd uit gaan van het belang van interactie tussen ouder en kind.’

Marije Magito 2025

Nûby waterspeelmat (vooral geschikt voor tummy time)

Sensory Play
Sensory Play is een speelconcept dat zich richt op het stimuleren van de zintuigen van kinderen zoals tastzin, zicht, gehoor, reuk en smaak. Het gaat om het aanbieden van verschillende materialen, texturen, kleuren, geluiden en geuren om kinderen uit te dagen om te verkennen, te experimenteren en te leren. Sensory Play is niet alleen leuk, maar het heeft ook tal van voordelen voor de ontwikkeling van kinderen. Het kan helpen bij het ontwikkelen van de grove en fijne motoriek, hand en oog coördinatie, cognitieve vaardigheden en sociale interactie.

Open-ended speelgoed
Open-ended speelgoed is speelgoed zonder vaste regels of een specifiek doel. Kinderen kunnen hun eigen spel bedenken en hun fantasie de vrije loop laten. Bij deze speelvorm staat verbeelding centraal, wat goed is voor de ontwikkeling van kinderen. Omdat er geen vaste spelregels zijn, zorgt dit speelgoed voor eindeloos speelplezier. Kind bepalen zelf hoe, waar en wanneer ze ermee spelen. Een pollepel, bakje of een vergiet is bijvoorbeeld ook al voldoende.

Marije Magito 2025

SmartMax magnetisch speelgoed

Marije Magito 2025

Oball Rattle (Edugro)

Montesorri speelgoed
Montessori speelgoed is ontworpen om kinderen te helpen bij hun ontwikkeling op een manier die aansluit bij hun ontwikkelingsfase. Het is belangrijk om speelgoed te kiezen dat uitdagend genoeg is voor een kind, maar niet te moeilijk. Vooral de fijne motoriek, grove bewegingsmotoriek en praten staan centraal. Denk aan bijpassend speelgoed als ballen, boekjes, speelgoed om op te rijden of achter te lopen, muziekinstrumenten en rollenspel speelgoed.

De uitleg bij het speelgoed suggesties zijn door de redacie van BabyWereld toegevoegd bij dit interview.

Speelt de overheid in deze problematiek ook een rol?
‘Vanuit de overheid zijn er verschillende initiatieven opgezet. Een daarvan is kansrijke start. Deze is ontstaan aan de hand van het boek “De eerste 1.000 dagen” van Tessa Roseboom. Hierin staat beschreven dat de blauwdruk van een kind wordt bepaald vanaf het moment van de conceptie tot het moment dat een kind 2 jaar wordt. Kansrijke start is er voor kwetsbare ouders in de samenleving. Met dit soort programma’s worden (aanstaande) ouders begeleid in het hele proces van ouders worden. Ik denk dat alle (aanstaande) ouders deze begeleiding zouden moeten krijgen of je nu “kwetsbaar” bent of niet; elke ouder krijgt vroeg of laat te maken met opvoedonzekerheden. Met dit programma wil de overheid ouders helpen om hun kinderen zo gezond mogelijk te laten opgroeien. De inzet is om in zoveel mogelijk gemeenten in Nederland mensen die met jonge gezinnen werken – denk bijvoorbeeld aan verloskundigen, jeugdgezondheidszorg, medici, zorginstellingen, kinderopvang en hulpverleners – te laten samenwerken met als doel dat elk kind dat in die gemeente wordt geboren een goede start krijgt.’

En wat kan de kinderopvang hieraan bijdragen?
‘Vanaf 2017 is de kwaliteit in de kinderdagopvang in kaart gebracht, middels de Landelijke Kwaliteit Monitor Kinderopvang (LKK). De laatste meting dateert uit 2023. Hieruit bleek dat de kwaliteit op het gebied van verzorgen zoals de sociaal emotionele ondersteuning van kinderen goed gaat. Maar als het om het educatieve aanbod gaat, dus het stimuleren van de ontwikkeling, dan mag daar nog wel een tandje bij. Pedagogisch medewerkers willen heel graag hieraan bijdragen en hebben de expertise hiervoor, alleen door de huidige personeelskrapte in de kinderopvang zie je dat die educatieve kwaliteit op de laatste plaats komt.’

Marije Magito 2025

Heb jij dé oplossing?
‘We kunnen de tijd niet terugdraaien. Het leven is sneller geworden, ouders moeten hard werken en technologie is niet meer weg te denken. In plaats van te focussen op wat niet kan, is het belangrijk om te kijken naar wat wél mogelijk is. Beweging en spel moeten zo aantrekkelijk mogelijk worden gemaakt, waarbij speelgoed een ondersteunende rol kan spelen, maar nooit de waardevolle interactie tussen ouder en kind kan vervangen. Hoewel schermgebruik, het vervoeren van kinderen in autostoeltjes en kinderwagens onvermijdelijk is, moeten we creatief nadenken over alternatieven die ouders stimuleren om actief betrokken te blijven. Ouder-kind programma’s kunnen hierin een oplossing bieden. Maar de beschikbaarheid daarvan is niet overal geregeld. Daarnaast is balans essentieel. Kinderen hebben zowel geborgenheid als ruimte nodig om zich goed te ontwikkelen. De oplossing ligt naar mijn mening in samenwerking; door samen te werken, kunnen we een omgeving creëren waarin kinderen optimaal groeien en zich ontwikkelen.’

Beeld: iStock.com/RuslanDashinsky & iStock.com/inarik

Lees ook het artikel ‘De achteruitgang van fijne motoriek bij kinderen’ – en wat we daaraan kunnen doen.

Meer thema artikelen