Fijne motoriek

Ontwikkelingsexperts signaleren dat niet alleen de grove motoriek van kinderen achteruitgaat, maar ook de fijne motoriek. Kinderen hebben steeds meer moeite met schrijven, knippen en tekenen. Dit kan grote gevolgen hebben voor hun zelfvertrouwen en schoolprestaties.

We spraken met Marc Litière, Elien Schoonjans en Karen Vermeerbergen van groepspraktijk De Blinker, gespecialiseerd in psychomotorische diagnostiek en therapie bij kinderen. Samen schreven zij het boek “Als fijne motoriek moeilijk gaat – Handleiding voor het begeleiden van kinderen”, waarin ze dit groeiende probleem en mogelijke oplossingen bespreken.

‘Zelfvertrouwen is de basis voor motorische ontwikkeling’

– Marc Litière

Over de schrijvers
Marc Litière is al 40 jaar gespecialiseerd in de psychomotorische diagnostiek en therapie bij kinderen. Elien Schoonjans en Karen Vermeerbergen zijn masters in de revalidatiewetenschappen en kinesitherapie met specialisatie in pediatrie en ontwikkelingsbegeleiding van kinderen. In 2023 namen Elien en Karen de groepspraktijk van Marc over. Nu werken ze samen met Marc en coördineren hun eigen groepspraktijk: De Blinker te Wilsele in België.

v.l.n.r.: Karen Vermeerbergen, Marc Litière en Karen Elien Schoonjans

Fijne motoriek

Wat was de aanleiding voor het schrijven van dit boek?
Marc: ‘Mijn boeken ontstaan vaak uit een zoektocht naar informatie die er nog niet is. In 2015 zocht ik gegevens over fijne motoriek, maar vond vrijwel niets. Dat motiveerde me om zelf onderzoek te doen en uiteindelijk een boek te schrijven. Ik betrok twee creatieve collega’s erbij om praktische oefeningen toe te voegen. Ons boek bevat meer dan 300 oefeningen die ouders en leerkrachten direct kunnen gebruiken. We wilden iets maken wat we zelf ook zouden willen lezen.”
Elien: ‘Dat het boek er juist nu is, is geen toeval. We zien steeds vaker dat kinderen moeite hebben met fijne motorische vaardigheden zoals schrijven, knippen en puzzelen. Dat heeft niet alleen invloed op schoolprestaties, maar kan ook leiden tot faalangst en een gebrek aan zelfvertrouwen.’

‘Minder spelen betekent minder motorische groei’

– Elien Schoonjans

Hoe is het gesteld met de fijne motoriek van jonge kinderen?
Elien: ‘Bij baby’s en dreumesen is het nog lastig om te zeggen of er een achterstand is. Dat merk je vaak pas in de kleuterklas, als kinderen beginnen met knippen, tekenen en schrijven. Dan wordt het zichtbaar dat sommige kinderen achterlopen en ontstaat er een zorgvraag.’
Karen: ‘Het is belangrijk om al vroeg te kijken naar de grove motoriek. Die vormt de basis voor de fijne motoriek. Als een baby bijvoorbeeld veel overstrekking vertoont en weinig variatie in bewegingen laat zien, kan dat later invloed hebben op de fijne motoriek. Er is een sterke relatie tussen die twee.’

Hoe zat het ook alweer?

Grove motoriek
Grove motoriek gaat over grote bewegingen die kinderen maken zoals zwaaien, kruipen, lopen en zwemmen.

Fijne motoriek
Fijne motoriek gaat over het uitvoeren van meer subtiele handelingen, zoals schrijven, knippen en tekenen.

Cognitieve ontwikkeling
Cognitieve ontwikkeling is het mentale proces van het opslaan, verwerken, terughalen en toepassen van kennis en informatie.

Hoe komt het dat dit pas later wordt opgemerkt?
Elien: ‘Omdat fijne motoriek in de eerste jaren minder opvalt. Grove motoriek, zoals kruipen en lopen, is duidelijker zichtbaar en wordt vaker door ouders onder elkaar vergeleken. De echte fijn motorische activiteiten zoals tekenen, knippen of schrijven zijn in het begin nog niet aan de orde, waardoor problemen met fijne motoriek vaak pas in de kleuterjaren opvallen, bijvoorbeeld bij een lastige pengreep. Toch kunnen vroege signalen al vanaf een paar maanden zichtbaar zijn, bijvoorbeeld in de manier waarop een kind speelt. Maar omdat ouders vooral letten op grote mijlpalen, worden deze signalen vaak gemist of nog niet zo serieus genomen.’

Marc: ‘Het te laat opmerken van motorische achterstand kan faalangst veroorzaken. Dit kan er zelfs toe leiden dat een kind bepaalde opdrachten vermijdt of weigert, puur uit angst om te falen. Veel mensen onderschatten hoe vroeg kinderen al beseffen dat ze achterlopen op leeftijdsgenoten. Daarom is het cruciaal om problemen zo snel mogelijk te signaleren, voordat de faalangst te groot wordt. Hoe eerder een motorische achterstand wordt opgemerkt, hoe makkelijker en sneller deze kan worden verbeterd. Het begint met het versterken van het zelfvertrouwen. Dit doen we door het kind eerst eenvoudige oefeningen te laten doen die al lukken. Hierdoor groeit het vertrouwen, waarna we de oefeningen stap voor stap uitdagender maken.’

Waarom gaat de fijne motoriek achteruit?
Elien: ‘Het begint vaak bij hoe ouders hun kind stimuleren; krijgt een kind de kans om nieuwe dingen te proberen? Welk speelgoed wordt aangeboden? Krijgt een kind speelgoed aangeboden die de grove motoriek helpt te ontwikkelen of juist de fijne motoriek. Kinderen spelen steeds minder met materialen die de fijne motoriek stimuleren zoals klei en verf. In plaats daarvan krijgen ze vaker een scherm in handen.’
Marc: ‘Vroeger speelden kinderen meer met blokken en bouwden ze torens, wat hielp bij de ontwikkeling van ruimtelijk inzicht en coördinatie. Nu besturen ze een auto met een afstandsbediening, wat misschien helpt bij begrip van afstanden, maar niets doet voor de motoriek. We horen van leerkrachten en ouders dat kinderen minder spelen en dat heeft impact op de ontwikkeling van de fijne motoriek.’

‘Beweging is net zo belangrijk als leren’

– Karen Vermeerbergen

Vanaf wanneer is deze achteruitgang zichtbaar?
Marc: ‘Rond het jaar 2000 zagen we de eerste signalen. Toen had nog 35% van de kinderen met motorische moeilijkheden genoeg aan simpele oefeningen en adviezen. Nu is dat nog maar rond de 10%. De achterstand is zo groot geworden dat simpele oefeningen niet meer volstaan. Veel kinderen hebben nu echt therapie nodig.’
Elien: ‘Dat komt ook door maatschappelijke veranderingen. Ouders werken veel, kinderen zitten vaker op de opvang en hebben minder vrije speeltijd. Buitenspelen gebeurt minder, omdat ouders het onveilig vinden of er simpelweg geen tijd voor is. Als ouders met hun kind bij ons in de praktijk komen, proberen wij te focussen op het zelfvertrouwen van het kind en vanuit daar de problemen op te lossen.’
Marc: ‘We merken namelijk dat – door de maatschappij waarin we leven – de druk bij kinderen hoog ligt. Ze moeten meekomen op school en ouders willen natuurlijk ook dat hun kind met alles bij blijft. Deze druk op het kind heeft regelmatig als gevolg dat kinderen faalangst ontwikkelen. Wij gaan niet mee in dat perfectionisme en dit botst soms weleens hoe scholen en ouders er naar kijken.’

Wordt motorische ontwikkeling in het onderwijs serieus genomen?
Karen: ‘Over het algemeen ligt de nadruk in het onderwijs meer op cognitieve ontwikkeling dan op motorische ontwikkeling. Een kind wordt beoordeeld op schoolrijpheid op basis van cognitieve vaardigheden, terwijl motorische en sociale ontwikkeling net zo belangrijk zijn. We merken wel een ommekeer bij diverse scholen waar wij mee samenwerken. Maar het cognitieve gedeelte wordt eerder opgemerkt en dat daar ligt nog wel de meeste focus op.’
Marc: ‘Naast dat ik fysiotherapeut en psychomotorisch therapeut ben, was ik vroeger ook leraar lichamelijke opvoeding. Ik ben van mening – en dat roep ik al 41 jaar – dat kinderen te weinig bewegen op school. Twee uur per week gym is niet genoeg, dat is wat basisschoolkinderen nu krijgen aangeboden in België. Ik zou graag zien dat kinderen van 3 tot 18 jaar elke dag één uur beweging krijgen. Maar leren rekenen en correct spellen gaat voor. Ik vind dit schrijnend, omdat kinderen zo alleen maar moeten presteren op cognitief vlak. En faalangst ligt op de loer. Terwijl elke dag begeleid bewegen op school bijdraagt aan alles.’

Wat kunnen ouders doen om de fijne motoriek te stimuleren?
Karen: ‘Zoals Marc en Elien al aangaven, is de maatschappij veranderd. Kinderen worden tegenwoordig veel vaker in zitjes geplaatst. Natuurlijk is dat soms nodig, bijvoorbeeld in de auto, maar zodra het niet meer hoeft, is het beter om ze eruit te halen. Dit ‘containergebruik’, zoals wij dat noemen, kan de motorische ontwikkeling beperken. We horen vaak van ouders, vooral bij hun eerste kind, dat ze het spannend vinden om hun baby op een kleed op de grond te laten spelen. Ze willen alles goed doen en zijn erg beschermend. Een wipstoeltje voelt dan veiliger. Maar juist die vrijheid van bewegen – zowel op de rug als op de buik – is ontzettend belangrijk voor de motorische ontwikkeling.’

Wat adviseer je ouders hierin?
Karen: ‘Veel ouders zijn zich niet bewust van de voordelen van voldoende bewegingsvrijheid. Daarom leggen we altijd uit waarom het zo belangrijk is. Een voorbeeld: Ouders kregen jarenlang het advies hun baby niet op de buik te leggen, ook niet als ze wakker waren, uit angst voor verstikking. Maar af en toe op de buik liggen is juist goed. Het helpt een voorkeurshouding te voorkomen en voorkomt afgeplatte hoofdjes. We raden ouders aan hun baby vijf tot zes keer per dag even op de buik te leggen. Dit draagt bij aan de ontwikkeling van de fijne motoriek. Daarnaast is het belangrijk om speelgoed aan te bieden dat meerdere zintuigen stimuleert zoals tast, zicht, gehoor, reuk en smaak. Variatie in materialen, texturen, kleuren en geluiden moedigt kinderen aan om te verkennen en te experimenteren. Dit is ook wel bekend als sensory play. Sensory play is niet alleen leuk, maar ook heel waardevol. Het helpt bij de ontwikkeling van de fijne motoriek, hand-oogcoördinatie, cognitieve vaardigheden en sociale interactie. En heel belangrijk: kies speelgoed dat past bij de leeftijd van een kind. Een baby van drie maanden heeft nog niets aan een speelkleed met een speelboog, maar een tuimelaar kan dan wél interessant zijn. Het draait om het aanbieden van de juiste uitdagingen op het juiste moment.’

Heb je tips waar ouders op moeten letten als ze speelgoed kopen?
Karen: ‘Het belangrijkste is dat baby’s kunnen bewegen wanneer ze alert zijn. Oefenen heeft geen zin als een baby moe of hongerig is. Ouders moeten ook letten op signalen zoals overstrekken of wegkijken. Interactie is hierbij essentieel. Oogcontact, samen spelen, aanmoedigen – dát maakt het verschil.’

Praktische tips voor ouders
✔ Stimuleer beide handen – Laat kinderen tot 4 jaar beide handen evenveel gebruiken.
✔ Kies speelgoed op maat – Geef een kind van 2 geen puzzel voor een vierjarige.
✔ Moedig aan – Klap in je handen, geef complimenten en hang tekeningen op. Dit stimuleert zelfvertrouwen.
✔ Speel samen – Dit bevordert zowel motorische ontwikkeling als sociale vaardigheden.
✔ Let op kleding en luiers – Te grote luiers en gladde stoffen kunnen beweging belemmeren.

Wil je meer lezen over dit onderwerp?
Als fijne motoriek moeilijk gaat – Handleiding voor het begeleiden van kinderen
€29,99 – Lannoo Campus – ISBN: 9789401412056

Beeld: iStock.com/FamVeld

Lees ook het artikel ‘Bewegen baby’s en dreumessen we voldoende?

Meer thema artikelen

Fijne motoriek