babydragen

Babydragen is in twintig jaar tijd van niche naar mainstream gegaan. Toch blijft de grootste uitdaging dezelfde: veel (aanstaande) ouders kopen een draagzak alsof het een ‘kant-en-klaar product’ is, terwijl dragen in de praktijk een vaardigheid is. Dat heeft impact op veiligheid, comfort en op hoe merken en retailers draagzakken positioneren.

Die boodschap staat centraal in het gesprek dat BabyWereld had met Geta Rasciuc, babywearing educator en ontwikkel- en innovatieconsultant. Ze begon haar carrière niet in de babybranche, maar in advertising. Juist die combinatie – marketingdenken én vakinhoud – maakt haar blik interessant voor professionals in de babymarkt.

Van advertising naar draagzakken: ‘Iedereen moest dit weten’

Geta

Geta Rasciuc met haar oudste zoon in 2026, toen hij net geboren was.

Geta komt oorspronkelijk uit Moldavië en woont sinds ongeveer tien jaar in Nijmegen. Ze werkt al ruim twintig jaar in en rond babydragen: als educator, spreker en consultant op het snijvlak van ontwerp, innovatie en veilige toepassing. Met een achtergrond in advertising en communicatie combineert ze marktinzicht met inhoudelijke expertise.

Geta is internationaal actief in babydragen-netwerken en volgt (en deelt) graag onderzoek; van ergonomie en oudercomfort tot de rol van huid-op-huidcontact in neonatale zorg. Ze adviseert organisaties en merken over productontwikkeling en over het verantwoord inzetten van draagoplossingen, ook in medische context.

Geta groeide op in Moldavië en rolde in 2006 in babydragen toen haar oudste zoon werd geboren. Online bestellen was toen nauwelijks mogelijk in haar land en het aanbod draagzakken was praktisch ook niet verkrijgbaar in de winkel. Ze wist via-via een draagzak te bemachtigen, deze was niet ideaal, maar het effect was meteen duidelijk, haar leven werd een stukje makkelijker: trap op, trap af, openbaar vervoer, handen vrij en vooral: haar baby was dichtbij haar en rustig. Als reclamemaker zag ze bij vrijwel elk product wel een nadeel – behalve bij het dragen van haar baby. ‘Het had voor mij en mijn zoon alleen maar voordelen. Ik dacht: dit moet iedereen weten!’ Wat begon met informele demo’s en bijeenkomsten voor jonge moeders groeide snel uit tot het ontwikkelen van eigen producten en een complete distributie. Haar marketinginstinct bleef een drijvende kracht. Tijdens de eerste International Babywearing Week, een wereldwijd initiatief, vond ze dat Moldavië móést meedoen. Ze organiseerde uiteenlopende events voor ouders met draagzakken en won prompt de prijs voor de beste internationale publiciteitscampagne. Die erkenning smaakte naar meer. Een jaar later volgde de fototentoonstelling Close Enough to Kiss: een niet-commercieel, kunstzinnig project met 32 moeders die het dagelijks leven met een draagzak lieten zien – van bibliotheekbezoek tot het uitlaten van de hond. De impact was groot; na afloop werd de betrokken fotograaf zelfs ingehuurd door twee glossy tijdschriften.

Waarom veiligheid een kantelpunt werd voor de hele markt

De markt van babydragen was in de beginjaren, zoals Geta het noemt, ‘het Wilde Westen’: iedereen kon iets maken en het product ‘ergonomisch’ noemen. Een groot keerpunt kwam na incidenten met onveilige ‘sling-achtige’ producten. In de VS leidde dit onder andere tot een grote terugroepactie van Infantino slings (2010) na meldingen van verstikkingsgevaar bij jonge baby’s. Volgens Geta had dit een onverwacht positief gevolg: officiële veiligheidsstandaarden kwamen in een stroomversnelling. Fabrikanten moesten ontwerp- en

babydragen

gebruiksrisico’s serieuzer adresseren en instructies verbeteren. Het maakte ook het gesprek over positie, ademruimte en ondersteuning veel concreter. De kern: babydragen is niet gevaarlijk, maar onveilig gebruik (en ontwerpen die dat uitlokken) kan wél risico’s geven. Voor retail betekent dit: verkoop draait niet alleen om features en design, maar ook om begeleiding naar veilig gebruik.

babydragen

Ergonomie gaat over twee lichamen

Wat vaak onderschat wordt: ergonomie gaat niet alleen over heup- of rugpositie van de baby, maar ook over het lichaam van de drager. Geta ziet geregeld dat een draagzak op zichzelf goed is, maar door een matige pasvorm of verkeerde afstelling het zwaartepunt van de ouder ongunstig verplaatst. Met als resultaat: schouders, nek of onderrug die het na een langere wandeling begeven. ‘Je hebt twee lichamen die samen één systeem vormen’, legt ze uit. ‘Een goede fit is geen luxe. Je hebt je rug nog nodig als je kind straks peuter is.’ Dat is precies waarom zij babydragen een skill noemt, vergelijkbaar met

leren fietsen of autorijden. De draagzak is het gereedschap, maar het effect hangt af van afstelling, techniek en context.

De aankoop is pas het begin

De grootste misvatting? Veel ouders denken: ik koop een draagzak en dan kan ik dragen. In de praktijk ziet Geta een ander patroon. Tijdens de zwangerschap is er zóveel informatie dat babydragers vaak laag op de prioriteitenlijst belanden. Tegelijkertijd weten veel (aanstaande) ouders niet dat er in Nederland en België een uitgebreid netwerk van draagconsulenten bestaat, naast draagdoekbibliotheken waar verschillende babydragers en draagdoeken kunnen worden gehuurd en uitgeprobeerd. Geta: ‘Je hoeft echt geen stapels boeken te lezen, één goed consult kan al het verschil maken. Ouders krijgen persoonlijk advies over ergonomisch dragen en wat past bij hun lichaam en hun baby.’ Volgens Geta groeit in verschillende landen de aandacht voor betere verwijzing naar betrouwbare begeleiding, mede naar aanleiding van veiligheidsincidenten. De kern blijft echter eenvoudig: goed dragen begint niet bij een aankoop, maar bij kennis en begeleiding.

Design: niet alleen ‘hiking backpack mechanics’

Een opvallend inhoudelijk punt uit het gesprek gaat over ontwerpprincipes. Geta vergelijkt moderne buckle carriers met traditionele draagdoeken en wraps. In veel moderne systemen ligt de ‘dragende lijn’ vooral bij de heupband. Traditionele draagwijzen steunen vaak meer op de bovenste lijn (de bovenrug/schouderlijn van de baby), waardoor een jonge baby met weinig rompcontrole beter ondersteund kan worden. Haar waarschuwing: sommige productontwikkeling leunt te veel op mechanica uit bijvoorbeeld trekking/backpack-ontwerp (gewicht op de heupen van de baby), zonder het

babydragen

gedrag en de anatomie van een pasgeborene als uitgangspunt te nemen. Tegelijk ziet ze in de markt beweging: meer merken bouwen tegenwoordig verstelbaarheid en top-support slimmer in, waardoor er veiliger en comfortabeler met jongere baby’s gedragen kan worden, mits correct gebruikt en correct gepositioneerd.

Babydragen en attachment: terug naar ‘zero separation’

Geta plaatst babydragen nadrukkelijk binnen het bredere kader van attachment care, een benadering waarin nabijheid, co-regulatie en huid-op-huidcontact centraal staan. Deze visie sluit aan bij internationale medische inzichten. Zo adviseerde de WHO in 2022 om Kangaroo Mother Care (KMC) bij kleine en prematuur geboren baby’s zo snel mogelijk na de geboorte te starten, zonder onnodige scheiding via de couveuse. Deze kangoeroemethode, waarbij een baby (alleen in een luier) langdurig huid-op-huid tegen de borst van moeder of vader ligt, draagt aantoonbaar bij aan de stabilisatie van hartslag en ademhaling, ondersteunt borstvoeding, vermindert stress en bevordert de hechting. In dezelfde lijn benadrukken veel experts het belang van langdurig huid-op-huidcontact, idealiter meerdere uren per dag.

babydragen

Daarin ziet Geta een duidelijke rol voor draagoplossingen: zij maken nabijheid praktisch haalbaar in situaties waarin langdurig stilliggen voor ouders niet realistisch is. Ook buiten de prematurenzorg wijst zij op onderzoek dat het gesprek over babydragen verdiept. Zo publiceerde het Donders Institute for Brain, Cognition and Behaviour van de Radboud Universiteit in Nijmegen, bevindingen waaruit blijkt dat baby’s die in een draagzak werden gedragen een sterkere daling in cortisol (het stresshormoon) vertoonden dan baby’s in een kinderwagen, met meetbare effecten op stress en slaap.

babydragen

Wat betekent dit voor retailers en distributeurs?

Voor Geta is de conclusie helder: de babydragencategorie is geen ‘kleur en prijs’-schap. Het is een productgroep waar education = value.

Haar belangrijkste adviezen voor retail:

  1. Werk samen met draagconsulenten (structureel, niet eenmalig): zet demo-momenten op in de winkel, organiseer fitchecks, nodig een consultant uit voor trainingen. Eén sessie is zelden genoeg; winkelteams wisselen, kennis zakt weg en draagzakmodellen veranderen.
  2. Zie de draagzak als complementair aan andere categorieën: babydragen concurreert niet per se met de kinderwagen: het kan een bundel- en advieskans zijn (bijvoorbeeld voor reizen, handsfree thuis, korte boodschappen, slaapmomenten).
  3. Verkoop geen marketingbelofte, maar een passend advies: Grote merken ‘tikken alle boxen aan’ met handleidingen en claims. Maar de praktijk draait om pasvorm, positionering en realistisch gebruik. Een draagzak die ‘van 1 week tot 4 jaar’ claimt, is nog geen garantie dat ouders hem comfortabel en veilig (blijven) gebruiken.
  4. Maak instap laagdrempelig: ouders hebben na de bevalling beperkte aandacht. Help met simpele stappen: korte instructie, QR-code naar video, mini-checklist bij de kassa (‘kin vrij, rug rond, knieën hoger dan billen, strak genoeg’).

Kortom: babydragen is niet alleen een productcategorie, maar een kennisdomein. Voor merken, retailers en distributeurs ligt hier volgens Geta een duidelijke kans: wie investeert in voorlichting, investeert in klanttevredenheid, veiligheid en langdurig gebruik. In een markt waarin vertrouwen en expertise steeds belangrijker worden, verschuift de onderscheidende factor van producteigenschappen naar begeleiding en advies. Niet de draagzak zelf, maar de kwaliteit van de toepassing bepaalt uiteindelijk de waarde.

Sfeerbeeld: iStock.com/giorgiomtb1 • Beeld Geta: Mika Frolova •Beelden uit de fototentoonstelling Close Enough to Kiss: Rodica Spanu
Meer interessante thema artikelen lees je hier.