zwanger moeilijk

Het lukt helaas niet iedereen om snel zwanger te worden. Het lijkt soms een kwestie van dubbel zes gooien met dobbelstenen. Dit is de stelregel: als je een jaar lang regelmatig vrijt zonder anticonceptie is de kans op een zwangerschap 80%. Ben je na een jaar nog niet in blijde verwachting of twijfel je of je wel een eisprong of ovulatie hebt, neem dan contact op met je huisarts. Hieronder beschrijven we de problemen en behandelingen.

Hoe moeilijk is het om zwanger te worden?

Vanaf het 30e jaar neemt de vruchtbaarheid snel af. Op 35-jarige leeftijd ben je nog maar half zo vruchtbaar vergeleken met een 25 jarige. Tot je 30e jaar heb je een kans van 20% om zwanger te worden. Op je 35e is deze gedaald naar 10% en op je 38e is dit nog maar 5%. Dus, als je ouder wordt ben je niet onvruchtbaar maar duurt het gewoon langer voordat je zwanger wordt omdat je voorraad goede eicellen helaas opraakt. Boven de 41 is de kans zo klein geworden dat je in Nederland niet meer voor een vruchtbaarheidsbehandeling in aanmerking komt. In ons land ligt de gemiddelde leeftijd waarop vrouwen kinderen krijgen op 29,9 jaar.

Vruchtbaarheid

Mannen zijn misschien langer vruchtbaar maar ook hun spermacellen hebben niet het eeuwige leven! Als mannen ouder worden, neemt het volume van de zaadlozing af, zijn de zaadcellen minder beweeglijk en neemt de hoeveelheid afwijkende zaadcellen toe. Naarmate je ouder wordt neemt ook de kans op complicaties zoals vroeggeboorte en achterstand in groei en de kans op erfelijke afwijkingen bij je kindje, toe. Misschien wat minder spontaan allemaal, maar het zijn wel goede redenen om je kinderwens van tevoren met elkaar te bespreken en te plannen. Het ideale plaatje is een kindje te krijgen voor of rond je 30e jaar. Mocht het om de een of andere manier niet lukken om spontaan zwanger te raken, dan heb je nog tijd voor vruchtbaarheidsbehandelingen in een ziekenhuis of vruchtbaarheidskliniek of het opstarten van een adoptieprocedure. En wil je meer kinderen, dan is er nog genoeg tijd om zwanger te raken voor een broertje of een zusje.

Waarom moeilijk zwanger worden

Er zijn diverse redenen waarom het zwanger raken niet lukt. Er kunnen medische redenen zijn zoals een gekantelde baarmoeder, verstopte eileiders, problemen met de schildklier en overgewicht. Maar ook stress is niet bevorderlijk om zwanger te raken.

Wat te doen als zwanger worden moeizaam gaat?

Als je moeilijk zwanger wordt dan wil je natuurlijk weten wat er aan hand is en wat je eraan kunt doen. In dat geval zal de huisarts of gynaecoloog verder onderzoek doen. Er zullen veel vragen aan je gesteld worden: of er afwijkingen of vruchtbaarheidsproblemen in de familie voorkomen, of er problemen zijn bij het vrijen, of je veel rookt, drinkt, drugs of medicijnen gebruikt, of je regelmatig ongesteld bent etc. Ook je partner wordt gevraagd of hij vroeger ontstekingen heeft gehad aan zijn geslachtsorganen, of hij veel zit of sauna’s bezoekt  (want dit kan de zaadaanmaak negatief beïnvloeden), etc. Hieronder beschrijven we de onderzoeken:

Zaadonderzoek man

Bij het eerste onderzoek wordt het zaad van de man onderzocht. Er wordt gemeten hoeveel beweeglijke spermacellen er zijn en of ze gezond zijn. Dit onderzoek is altijd een momentopname en kan beïnvloed worden door ziekte of ontsteking. Daarom wordt deze test bij een ongunstige uitslag herhaald. Soms is verder onderzoek nodig.

Onderzoek naar eisprong

Heb je een regelmatige cyclus, is het baarmoederhalsslijm helder, constateer je buikpijn rondom de ovulatie en menstruatie, dan is er meestal een eisprong. Bij een onregelmatige menstruatiecyclus is het moeilijk vast te stellen wanneer en of er een eisprong is. Dan kan een ovulatietest een handje helpen.

Bloedonderzoek

In een bloedonderzoek wordt er gekeken of er antistoffen in zitten tegen chlamydia, is dat het geval, dan heb je in het verleden een infectie gehad en zijn je eileiders misschien verstopt. Ook wordt het FSH gehalte gemeten, dat is het follikel stimulerend hormoon. Bij vrouwen met een lage FSH concentratie treedt meestal geen eisprong op. Een te hoge FSH meting aan het begin van de cyclus duidt op een naderende overgang.

Samenlevingstest

Bij deze test wordt er ‘s morgens binnen acht tot twaalf uur na het vrijen slijm bij de baarmoedermond afgenomen en onderzocht om te zien of er beweeglijke zaadcellen in zitten. Is dat niet het geval dan kan dit wijzen op een verstoorde verhouding tussen zaad en baarmoederslijm.

Vaginale echo

Bij een vaginale echo zijn de inwendige geslachtsorganen beter te bekijken dan bij een echo via de buikwand. Bij een vaginale echo wordt een staaf in de vagina gebracht en kan de gynaecoloog goed zien of er misschien afwijkingen zijn aan de baarmoeder of eierstokken.

Contrastfoto

Met dit onderzoek wordt gekeken of de eileiders toegankelijk zijn. Deze röntgen contrastfoto wordt voor de eisprong gemaakt. Contrastvloeistof wordt in de baarmoeder gebracht en daarna wordt gekeken of deze vloeistof verder in de eileiders loopt.

Kijkoperatie

In dit geval moet je naar de operatiekamer. Er wordt via een naald koolzuurgas in de buik gespoten. Daarna wordt onder de navel een klein sneetje gemaakt en een tweede sneetje laag onder de buik. De gynaecoloog kan zo met laparoscoop goed kijken naar de baarmoeder en eileiders. Mocht je last hebben van endometriose (woekeringen van baarmoederslijmvlies), verklevingen of vleesbomen dan is dat via dit onderzoek te constateren.

Vruchtbaarheidsbehandelingen

Blijft een zwangerschap uit, dan betekent dat meestal dat paren verminderd vruchtbaar zijn. Met hulp en techniek lukt het dan vaak toch om zwanger te worden. Soms biedt een kleine operatie uitkomst, soms zijn er ingrijpende medische behandelingen nodig. Vruchtbaarheidsbehandelingen vragen geestelijk veel van stellen, vooral voor de vrouw is het zwaar. Er is geen garantie op een zwangerschap en je moet natuurlijk ook een beetje geluk hebben, dat moet je je goed realiseren als je aan deze behandelingen begint.

Hormoonbehandelingen

Met het toedienen van follikelstimulerende hormonen worden follikels of eicelblaasjes aangezet om te groeien. Ze worden gegeven aan vrouwen die geen eisprong hebben of aan vrouwen die lang hebben geprobeerd om zwanger te worden. Er bestaat altijd een klein risico op een meerling omdat er soms meer dan één eiblaasje rijpt. Ook is er het risico op overstimulatie: daarbij rijpen er zeer veel eiblaasjes en worden de eierstokken groot en zwaar wat tot veel klachten leidt. Daarom zullen artsen altijd beginnen met kleine doseringen en je goed in de gaten houden.

IUI: intra uteriene inseminatie

Bij deze methode wordt het zaad dusdanig bewerkt dat de kwaliteit van het zaad beter wordt. Dit zaad wordt daarna direct in de baarmoeder ingebracht om de kans op een zwangerschap te vergroten. Meestal gaat hier een behandeling met een follikelstimulerend hormoon aan vooraf.

IVF: de reageerbuisbevruchting

Bij IVF, ook wel kunstmatige of reageerbuisbevruchting genoemd, vindt de bevruchting buiten de baarmoeder plaats. Allereerst wordt de groei van de eiblaasjes gestimuleerd met hormoonbehandelingen en nauwkeurig gevolgd. Daarna worden rijpe eiblaasjes met een punctie weggenomen. Deze eicellen worden samengebracht met opgewerkt zaad in een speciale kweekruimte. Tot slot worden een of meerdere bevruchte en zich delende eicellen in de baarmoeder teruggeplaatst. Eventuele overige embryo’s worden ingevroren voor een eventuele volgende behandeling. Ongeveer de helft van de stellen die met IVF beginnen lukt het om een kindje te krijgen. Meer informatie over deze en andere behandelingen vind je op de site ivf.nl

ICSI: intra cytoplasmatische sperma injectie

Bij deze methode wordt er in een IVF laboratorium een zaadcel rechtstreeks in de eicel geïnjecteerd. Deze techniek wordt toegepast als er sprake is van een slechte spermakwaliteit of bij paren waar ondanks IVF methodes geen zwangerschap is opgetreden.