U bevindt zich hier:--Nieuw protocol borstvoeding en flesvoeding

Nieuw protocol borstvoeding en flesvoeding

Door |2018-08-08T14:36:06+00:005 maart, 2018|Categorieën: Thema artikelen|Tags: |0 Reacties

nieuw protocol borstvoeding en flesvoeding

Er is een nieuw, landelijk protocol voor het geven van borst- en flesvoeding. Wat zijn de belangrijkste wijzigingen? We spraken hierover met Barbara van Splunter-de Ruiter, zorgcoördinator en lid van de verbetercommissie van Kraamzorg Midden Nederland. Zij is lid van de protocollencommissie van het Kenniscentrum Kraamzorg.

Ons gesprek start met de verschillende kijk op zaken tussen verloskundigen en kraamzorg. Hoe ziet Barbara dat? ‘Er zijn grote verschillen in de kennis over borst- en kunstvoeding bij verloskundigen en lactatiekundigen. De verloskundige blijft altijd eindverantwoordelijk maar vergeet niet dat in hun opleiding maar een klein gedeelte wordt besteed aan borstvoeding, terwijl dit bij een lactatiekundige wel 100% is!’ Ze vervolgt: ‘Het meest lastige is dat iedere moeder, iedere baby en iedere borst anders is. En juist daar heb je als lactatiekundige een post- hbo-opleiding voor gevolgd, en dat is niet de meest simpele opleiding. Elke situatie moet namelijk apart worden bekeken, van dag tot dag, van week tot week. Het is allemaal maatwerk, dat kun je gewoon niet standaard voorschrijven.’

Meer onderzoek bekend over het geven van borstvoeding

Op onze vraag hoe het gesteld is met het geven van borstvoeding, antwoordt Barbara: ‘Dat gaat beter, er wordt betere voorlichting gegeven en moeders krijgen meer advies. De wetgeving – dat in alle uitingen over babyvoeding moet worden aangegeven dat borstvoeding het allerbeste is – heeft daar mede toe bijgedragen. Maar nog veel belangrijker is dat we nu aan moeders uitleggen waarom dat zo is.’
Ze vervolgt: ‘In de jaren 90 ging het op een veel te agressieve manier. Deze periode waarover zelfs over borstvoedingsmaffia werd gesproken, is voorbij. Deze communicatie werkte niet constructief, eerder averechts.’ Naast het geven van voorlichting kunnen moeders vandaag de dag een beroep doen op een steeds groter wordende groep borstvoedingsspecialisten, de lactatiekundigen. Barbara: ‘We weten nu veel meer dan 15 jaar geleden. Er is ook veel meer onderzoek bekend, vooral in Scandinavië zijn in de jaren 70 grote onderzoeken gedaan. Iedereen vindt het zielig als een kalfje bij de moederkoe wordt weggehaald, maar bij de mens was het een tijd heel normaal om de baby niet aan de borst te leggen.’

Veranderingen richtijnen voeding

Wat is er zoal veranderd in het protocol? ‘Het gaat om veranderingen van veel basale dingen, denk aan het voeden op vraag, veel meer huid-op-huid contact en belangrijk: we kijken veel beter naar de baby zelf, hoe vindt deze het? Erg in zwang is momenteel BN ofwel biological nurturing. Dit is het op een natuurlijke, instinctieve manier voeden van de baby. Een lange periode zijn er erg veel regels over borstvoeding geweest, zo veel dat moeders daardoor afhaakten. Hoe je moest zitten, hoe je moest aanleggen, in welke houding je moest voeden…. Nu is het veel meer: ‘ga lekker achteroverzitten, leg de baby aan en klaar’. We hebben te lang veel te spastisch gedaan over borstvoeding, dat is nu veranderd. Ik zeg altijd: kijk naar de film The Blue Lagoon, die Brooke Shields werd zwanger, ging bevallen en wist gewoon wat ze moest doen. Instinctief weten moeders dat.’

Nieuwe generatie worstelt in kraamperiode

We spreken over de nieuwste generatie moeders, uit ervaringsverhalen blijkt dat veel moeders worstelen met het bevallen, de kraamperiode, de babytijd. Zijn we niet nog verder weggeraakt van wat we instinctief moeten doen? ‘Er is nu natuurlijk een hele generatie opgevoed met kunstvoeding’, antwoordt Barbara, ‘maar wat ik ook een groot nadeel vind is de enorme informatiestroom die op internet voorhanden is. Mensen gaan maar googelen, maar je krijgt geen zorg op maat. Er zijn wel honderden manieren om je baby te voeden, en een moeder moet via internet maar uitvinden wat voor haar en haar baby de beste methode is. En dat kan nét wat anders zijn dan wat die ene mevrouw op dat forum heeft geschreven.’
Is ook het gebruik van social media niet van grote invloed op de nieuwste generatie moeders? ‘Op social media zet je alleen maar hoe geweldig het met je gaat. Er wordt een beeld geschetst dat het alleen maar leuk is. Pas als je tegen mensen zegt: ‘de kraamperiode is eigenlijk een donderwolk met af en toe een roze stukje’, dan zie je de mensen opgelucht ademhalen. We komen bij mensen die hun buren niet kennen, geen achtervang hebben en mensen die nog nooit een baby hebben gezien, laat staan dat ze er één hebben vastgehouden. En daar zitten ook moeders bij die in kapitale villa’s wonen…’
Barbara resoluut: ‘De kraamzorg moet een keer gezien worden als professionele organisatie, maar zo lang er nog gesproken wordt over ‘de kraamhulp die een leuk fruithapje maakt….’ Ze maakt een punt: ‘De kraamzorg is enorm veranderd. Het was 15 tot 20 jaar geleden echt een feestje om te mogen kramen, maar die tijd is voorbij. Kraamverzorgsters maken nogal wat mee, denk aan problemen met andere kinderen, relatieproblemen, familieruzies, financiële problemen… je wilt niet weten wat we in de crisis allemaal hebben meegemaakt. Er is geen hulpverlener die acht dagen in een gezin meeloopt, en in acht dagen kun je als gezin niet de schijn ophouden. Er wordt van ons verwacht dat we het gesprek aangaan met de ouders maar daarvoor zijn onze medewerkers onvoldoende gekwalificeerd. Dat maakt het vak soms zwaar. Ons streven is vooral om mensen in de kraamperiode zelfredzaam te maken en hier hoort het hoofdstuk huishoudelijk hulp wat ons betreft niet bij.’

Kan iedereen borstvoeding geven?

Terug naar de borstvoeding, we vragen haar naar het streven van instanties dat alle bevallen moeders borstvoeding geven. ‘Ik weet niet of dat mogelijk is, dat is een utopie. Er zullen altijd situaties zijn dat mensen niet willen, niet kunnen of geen borstvoeding mogen geven, bijvoorbeeld vanwege medicijngebruik. Wij vinden: je moet je er als moeder prettig bij voelen. Het is een vrije keuze. Als moeders aangeven liever kunstvoeding te geven vanwege duidelijke redenen, wie zijn wij dan om er wat van te zeggen? Ze krijgen het al van zoveel mensen te horen, het staat zelfs op de verpakkingen kunstvoeding. Als moeders graag kunstvoeding willen geven, dan geven wij graag meer informatie en zie je de opluchting op hun gezichten.’

Waarom een nieuw protocol?

Barbara: ‘Voor ons is het protocol niet nieuw, want wij handelden er al naar. Jarenlang hanteerden verschillende, individuele kraamzorginstellingen hun eigen richtlijnen. Daar hebben we nu één protocol van gemaakt. We namen daarvoor het protocol van de verloskundigen als uitgangspunt, maar vertaalden deze naar de kraamzorg.’
Waarom zo laat? vragen we haar. Ze antwoordt: ‘Omdat iedereen op zijn eigen eilandje zit. Vergeet niet dat we ook allemaal concurrenten van elkaar zijn, nu zien we elkaar meer als concullega’s. Eén landelijk protocol biedt veel voordelen: het is veel handiger werken voor de kraamzorg maar biedt ook duidelijkheid naar cliënten, waar deze ook wonen in Nederland.’
Het opstellen en accorderen van dit protocol was een traject dat jaren duurde. Samen met anderen uit de kraamzorg zat Barbara in één van de werkgroepen. ‘Je wilt toch dingen veranderen waar mensen al 20 jaar mee werken, dat leverde soms flinke discussies op. Denk aan onderwerpen als nakolven als moeders met tepelhoedjes voeden, borstvoedingshoudingen en moeders zelf de baby laten pakken en aanleggen. Het protocol werd daarna ook bij de Koninklijke Nederlandse Organisatie van Verloskundigen getoetst. Na het bereiken van een consensus werd het protocol in september 2017 gepubliceerd.

Wijzigingen inzake flesvoeding

Eén van de grote wijzigingen in het protocol is dat er niet meer over flesvoeding maar over kunstvoeding gesproken wordt. ‘Dat komt omdat flesvoeding niet zegt wat er in de fles zit, dat kan ook limonade of appelsap zijn. Het is niet negatief bedoeld maar het moet wel duidelijk zijn wat er in de fles zit. Als je het mensen uitlegt, dan begrijpen ze het wel. Het is toch kunstmatig gemaakte voeding’, aldus Barbara.
‘Nieuw is ook dat bij kunstvoeding het huid-op-huid contact wordt gestimuleerd. En dat er responsief wordt gevoed, dus in plaats van de baby vastpakken, speen in de mond stoppen en drinken maar, de baby zelf de speen aan laten zuigen. Met een fles of speen duw je moedwillig iets bij een kind naar binnen. Die baby gaat wel zuigen, wat moet je anders met zo’n groot ding in je mond?
In het verlengde hiervan leggen we ook uit dat ouders niet meer een vinger (pink) in de mond van de baby moeten stoppen om op te sabbelen, zeker als het een vreemde is! Zo voorkom je dat er veel bacteriën in de mond van de baby komen. Vingervoeden is een tijdje populair geweest en een supertechniek als een kind zuigtraining nodig heeft. Maar het is geen standaard manier van bijvoeden meer.’

Uitkoken en steriliseren hoeft niet meer

Slecht nieuws voor sterilisatoren, want een ander advies uit het protocol luidt dat flessen en spenen niet meer uitgekookt hoeven te worden. Barbara: ‘Uit een onderzoek begin jaren 90 (toen steeds meer glas was vervangen door plastic) bleek toen al dat uitkoken niet noodzakelijk is. Het heeft lang geduurd voordat deze adviezen werden overgenomen. Want wat gebeurt er namelijk: flessen gaan kapot; er komen haarscheurtjes in, het materiaal wordt een beetje geëtst. De kans dat daar bacteriën in gaan zitten is groter. En uitkoken is geen garantie voor schoon. Je moet erop letten dat de flessen schoon zijn en je moet hygiënisch werken, maar dat kan gewoon via de vaatwasser of in een sopje. Zelfs voor prematuren is uitkoken niet meer nodig. Alleen bij een schimmelinfectie wordt aangeraden uit te koken.’
Toch staat in veel gebruiksaanwijzingen dat uitkoken een must is. Daar baalt Barbara van. ‘Als we fabrikanten daarop wijzen geven ze aan dat het wereldwijd wel het verstandigste advies is, de gebruiksaanwijzingen worden niet aangepast. Maar zo blijven dingen bestaan, dat is jammer.’

Merken en concurrentie

Tijdens het gesprek rollen er diverse merknamen voor flessen en kolven over tafel. Hoe komt het dat de kraamzorg bijvoorbeeld enthousiast is over het ene merk en ziekenhuizen over het andere merk? ‘Het klopt dat bepaalde merken een monopoliepositie hebben maar we nemen niets aan. Van de kunstvoedingsindustrie mogen we sowieso niets aannemen. Er is geen advies over het aantal flessen of de soort. Natuurlijk zien we wel welke flessen prettig werken. Maar het blijft een kwestie van uitproberen; de ene baby drinkt perfect uit de ene fles en speen, de andere niet.’ Qua kolven valt haar op dat diverse merken wel enorm aan de prijs zijn, vooral als er geen concurrentie is voor bijvoorbeeld de gesloten huurkolf-systemen. Een andere constatering is dat moeders, juist vanwege de hoge prijs, ontdekken dat ze kolven veel goedkoper in het buitenland kunnen bestellen via internet. Barbara: ‘Voor nog geen 20 euro kopen ze een kolf van een willekeurig merk, dat is wel een verschil met een kolf van 389 euro…’ Waar volgens Barbara nog ruimte voor is in de markt, is een hippe kolf met een mooi design en voor een betaalbare prijs.

Veranderingen kolvenprotocol

Ook qua kolven is er het een en ander gewijzigd in het nieuwe protocol. ‘Tegenwoordig laten we cliënten sneller kolven, we wachten niet te lang. Als de baby tussen de 12 en 24 uur oud is en het gaat niet zo lekker met voeden, dan kun je al starten. En we leren iedere kraamvrouw met de hand te kolven. Als je dat kan als moeder, kun je veel langer borstvoeding geven. Dan kun je te allen tijde voeding geven. Daar is nog veel winst te behalen, want veel moeders durven niet eens hun eigen borst vast te houden.’

Dit is een gedeelte van het interview verschenen in het maartnummer 2018 van BabyWereld.

Foto: Mammae

Geef een reactie