U bevindt zich hier:--Speelgoed en nieuw speelgedrag

Speelgoed en nieuw speelgedrag

Door |2018-08-08T14:30:49+00:007 juni, 2018|Categorieën: Thema artikelen|Tags: , |0 Reacties

speelgoed en nieuw speelgedrag

Hoeveel tijd krijgen kinderen tegenwoordig nog om te spelen? Daar is steeds minder ruimte voor. Ouders zijn meer en harder gaan werken, kinderen hebben steeds minder vrije tijd. Ze zitten op school, krijgen huiswerk, bijles, muziekles, sport, toneel, trainingen voor van alles en nog wat. Het Sociaal en Cultureel Planbureau berekende dat ouders tegenwoordig twee keer zoveel tijd besteden aan het verzorgen, begeleiden en vervoeren van hun kinderen dan dertig jaar geleden. Ook neemt het gebruik van screenmedia op steeds jongere leeftijd toe. En dat heeft gevolgen, onder andere voor het spelgedrag van kinderen op jonge leeftijd.

Speelplekken zonder toestellen, regels en voorschriften

Er is een mooie casus: In 1943 bedacht de Deense landschapsarchitect, Carl Theodor Sørensen, verantwoordelijk voor het ontwerpen van veel speelplaatsen, een alternatief. Hij ontdekte dat kinderen de meeste speelplaatsen oersaai vonden en dat ze liever speelden op vuilnisplaatsen en bouwplekken waar ze zelf alles mochten bepalen. Hij ontwierp in een buitenwijk van Kopenhagen, Emdrup, de eerste ‘junk playground’ van 7000 m2 zonder toestellen, regels en veiligheidsvoorschriften, maar wel vol met autobanden, kapotte auto’s, stenen en brandhout. Kinderen speelden er met stenen, groeven in de modder, bouwden hutten en werkten met hamers, beitels en schroevendraaiers. Ze mochten in bomen klimmen en fikkie stoken. Het was een plek vol rommel, niet om aan te zien, maar dat bleek voor kinderen juist een uitdaging. Er was geen gegil en vechtpartijen wat je op veel speelplekken tegenkomt, want de kinderen hadden zo veel mogelijkheden dat ruzie maken niet nodig was. Er werden geen kinderen met verwondingen naar de Eerste Hulp afgevoerd, er werd slechts een paar pleisters geplakt. Dit succes vond navolging in andere Europese steden. Ook Amsterdam kende een non-conformistische aanpak van speelplaatsen. Na de tweede wereldoorlog werd het plan gelanceerd om iedere buurt een kleine openbare speelplaats te geven. De Nederlandse architect Aldo van Eyck ontwierp meer dan 700 speelplaatsen waarbij de plaatsing van kenmerkende speelelementen de fantasie van kinderen geprikkeld moesten worden.

Volgens Sørensen was de ‘junk playground’ de beste speelplaats die hij ooit had ontworpen, maar veel mensen zagen ook de nadelen. De speelplekken waren lelijk en zouden gevaarlijk zijn. In de jaren 80 kwamen er steeds meer veiligheidsvoorschriften en werd er geld verdiend aan nette glijbanen, saaie wipkippen en rubberen tegels om valpartijen te verzachten.

Fysieke en mentale gezondheid

Maar de laatste tijd is er weer belangstelling voor het idee van Sørensen. Er komt steeds meer wetenschappelijk bewijs dat juist vrij en ook risico-nemend speelgedrag bijdraagt aan de fysieke en mentale gezondheid van kinderen. Hun fantasie en motivatie worden geprikkeld, ze leren zelf na te denken, risico’s te nemen en samen te werken. In plaats van voorgesorteerde bouwpakketten zoals LEGO, willen kinderen liever een grote berg bouwsteentjes en daar zelf hun auto’s, huizen en vliegtuigen mee bouwen.
Volgens psycholoog Peter Gray, die veel studie heeft gedaan naar spelen onder kinderen moeten kinderen ook niet volgepropt worden met afspraken en dingen die ze moeten doen. Verveling is juist de grote bron om creatief te worden. Gray zegt hierover: creativiteit kun je niet onderwijzen, maar alleen maar laten opbloeien.
De boodschap is duidelijk: kinderen moeten minder gestuurd en gestimuleerd worden en juist meer vrijheid krijgen, om te spelen en te ontdekken. Hoe vertalen we dit naar speelgoed voor de allerkleinsten?

Voor de preschool leeftijd

Speelgoed is belangrijk voor baby’s, want door te spelen met nieuw speelgoed  worden nieuwe hersengebieden geactiveerd. Ouders kijken vooral naar speelgoed waarmee zowel de ontwikkeling van hun kindje wordt gestimuleerd maar letten ook op de educatieve waarde. Er is veel keus in speelgoed: multi sensory, met verschillende texturen en geluiden, contrastrijke patronen, speelgoed voor het ontwikkelen van de fijne en grote motoriek, om te leren bouwen, sorteren maar ook gewoon voor de lol!

Gun baby’s tummy time

Voor baby’s is het belangrijk dat ze hun zintuigen ontwikkelen. Dat betekent niet dat ze, zoals nu vaak het geval is, in het drukke, werkzame leven van ouders, vaak lang vastzitten in een (auto)stoeltje. Kleine kinderen kunnen nog niet spelen maar verkennen, en dat gaat niet in een gefixeerde houding. Dus de boodschap luidt: leg baby’s lekker op een speelkleed in de box met een paar speeltjes binnen handbereik om te kijken, voelen, ruiken, betasten etc. Daar kunnen kleintjes heel intensief mee bezig zijn!
Waarom is deze tummy time belangrijk? Omdat dit veel beter is voor de ontwikkeling van hun motoriek. Baby’s die regelmatig op de buik worden gelegd ontwikkelen hun rug-, nek- en schouderspieren beter. Daarmee leren kleintjes eerder zitten, kruipen en lopen. Ook helpt het met het voorkomen van een afgeplat hoofdje. Gelukkig zijn er genoeg speelkleden beschikbaar.

Wat is goed speelgoed voor baby’s en peuters? Zie daarvoor onderstaande tabel. In een interview dat BabyWereld een paar jaar geleden had met speelgoeddeskundige Marianne de Valck blijkt, dat baby’s tot 24 maanden niet zo veel speelgoed nodig hebben als wij denken. Eenderde van de leeftijd is voldoende, dus bij 12 maanden oud zijn vier speeltjes voldoende.

Speelgoed voor kinderen tot 1 jaar: kijken, voelen en beleven

Baby’s leren zichzelf en hun omgeving kennen via hun zintuigen en gebruiken vaak hun mond om voorwerpen te onderzoeken.

Aanbevolen voor kinderen tot een half jaar:

onbreekbaar speelgoed, wasbaar speelgoed, piepspeelgoed, hangend speelgoed, mobiles, rammelaars, bijtringen, muziekdoosjes.

Aanbevolen voor kinderen vanaf een half jaar:

activity speelgoed, bouwblokken en bekers, trek- en duwspeelgoed, babyboekjes, badspeelgoed en water en zand.

Voor 1 tot 2 jarigen: nog niet alles onder controle. Aanbevolen:

emmers, schepjes, houten trekbeesten, blokken, houten puzzels, karren, grote auto’s, ballen, trommel, knuffelbeesten of poppen, badspeelgoed, insteekkistje, bekertjes om te stapelen, liedjesboek, prentenboekjes, hobbelpaard, loopfiets, Duplo. Een kom water, zand, potten en pannen vinden ze ook leuk.

3 tot 4 jarigen: de fantasie gaat werken. Aanbevolen:

simpel constructiemateriaal, puzzelplankjes, spelletjes (memory, domino), prentenboeken, driewielers, kruiwagens, vingerpoppen, dokterspulletjes, hijskraan, eenvoudige houten trein met spoorrails, boerderijfiguren, kleurboek, schaartjes met ronde punten, Wasco, speelklei, vingerverf, schoolbord, verkleedspullen, telraam.

De Valck merkte verder op dat er nog steeds veel informatie over speelgoed ontbreekt, en dan bedoelt ze niet commerciële informatie, maar achtergrondinformatie over de speelwaarde, het verschil tussen jongens- en meisjesspeelgoed etc. In Nederland wordt zo’n 80% van de speelgoedmarkt beheerst door grote inkooporganisaties. Daarbij is er helaas niet veel ruimte voor speelgoed dat misschien wat minder goed verkocht wordt, of speelgoed wat te duur is.

Wel swipen maar geen blokken kunnen bouwen

De opkomst van smartphones en screenmedia lijkt het traditionele speelgoed te gaan verdringen. In 1971 lag de leeftijd dat kinderen voor het eerst naar een scherm keken op 4 jaar, nu gebruiken baby’s vanaf vier maanden al een tablet. Dit schrijft hoogleraar Patti Valkenburg in haar boek Schermgaande Jeugd. Tweejarigen kijken al een uur per dag naar een scherm, bij vijf- en zesjarigen is dat opgelopen naar drie uur, meldt het onderzoek Iene Miene media van Mediawijzer. Vanaf twee jaar kunnen kinderen al swipen, ontgrendelen en sommige apps openen.

In 2013 keken kinderen in Amerika tot acht jaar ongeveer 15 minuten per dag naar een schermpje, nu is dat 48 minuten per dag. Aldus Common Sense Media, een non-profit organisatie die kinderen en ouders helpt op het gebied van media en technologie. Zo’n 42% van de kinderen van 8 jaar en jonger heeft zelf een eigen tablet, dat is een toename van 7% vergeleken met vier jaar geleden. Opvallend: het gebruik van media in de jaren 2011 en 2012 bleef ongeveer hetzelfde, maar de grote verandering zit ‘m in de manier waarop kinderen hun device gebruiken. ‘Mobile’ was in 2011 4% maar steeg in 2012 tot 35%.
Bijna de helft van de kinderen, 49% kijkt tv of speelt games in het uur voordat ze naar bed gaan, 42% zegt dat de tv altijd, of bijna altijd aan staat in huis.
Opvallend detail: bij ouders met een lager inkomen zitten kinderen gemiddeld 3 1/2 uur op een scherm per dag. Bij hogeropgeleiden is dat 1 uur en 50 minuten.

Voor- en nadelen van schermmedia

67% van de ouders geeft aan dat media via screens hun kinderen helpt met leren. Deze nieuwe generatie kinderen ontwikkelen andere talenten en zijn misschien onhandiger maar wel intelligenter, maar of dit bewezen is? Volgens Dr. Jenny Radesky, assistent professor van de Universiteit van Michigan, moeten we hiermee voorzichtig zijn. Ze stelt dat mobiele media iets heel anders is dan tv kijken met video’s, spellen, apps en interactieve mogelijkheden. Volgens haar kunnen kinderen onder de 30 maanden niet leren van tv en video’s zoals ze dat in ‘real life’ ervaren. Heel jonge kinderen zijn namelijk niet in staat om het verband te leggen tussen de twee dimensionale schermen en de drie dimensionale wereld om hun heen. Het lukt deze kleintjes niet om symbolisch te denken, daar is hun geheugen nog niet voldoende voor ontwikkeld. Ook bestaat het gevaar dat dit soort entertainment als ‘shut-up’ speelgoed wordt gebruikt

In een recent onderzoek in Canada werden 900 kinderen onderzocht tussen de 6 maanden en 2 jaar oud. Conclusie: kinderen die meer naar een smartphone of tablet keken dan werd geadviseerd kregen vaker een ontwikkelingsachterstand in praten, vergeleken met de groep kinderen die deze screenmedia minder gebruikte. Voor elke 30 minuten was er een 49% vergroot risico op een spraakachterstand. De onderzoekers gaven aan dat het dus niet zoveel zin heeft om kinderen educatieve apps aan te bieden waarbij taalvaardigheid wordt aangeboden.

Motorische achterstand

Door veelvuldig gebruik van schermpjes kunnen kinderen wel swipen maar niet meer goed met blokken spelen, meldt de Engelse Association of Teachers and Lecturers in The Telegraph. De onderzochte kinderen van drie tot vier jaar missen eenvoudig de motoriek. Oudere kinderen missen soms de vaardigheden om met pen en papier om te gaan.

Ook Veiligheid.NL berichtte onlangs dat kinderen te veel binnen zitten, over een slechtere motoriek beschikken en niet meer goed kunnen vallen. Dan gaat het dus fout in de gymles. Wekelijks komen 700 scholieren op de eerste hulp terecht. Er zijn val-lespakketten ontwikkeld om dit tegen te gaan.
Dit sluit aan op een onderzoek op 17 basisscholen dat aantoonde dat één op de drie kinderen eenvoudige motorische vaardigheden mist zoals dribbelen met de bal, hinkelen, een koprol maken of klimmen.

Dit is een gedeelte uit het artikel Speelgoed en Nieuw speelgedrag gepubliceerd in BabyWereld juni 2018.

Geef een reactie