voorkeurshouding

Deskundigen zien steeds vaker baby’s met een voorkeurshouding, afgeplatte hoofdjes en zelfs een motorische achterstand. Wat kun je doen om dit te voorkomen of verhelpen?

Wat is een voorkeurshouding

Als je baby regelmatig zijn hoofdje in een bepaalde richting draait, tijdens de slaap of als je kindje wakker is, dan spreken we van een voorkeurshouding. De schedel van een jonge baby is zacht en heeft twee fontanellen, dat zijn openingen tussen de schedeldelen. Dat is nodig want tijdens de geboorte kunnen de schedelplaten van het hoofdje een beetje over elkaar heen schuiven om door het geboortekanaal te komen. Maar dat betekent ook dat de zachte schedel kan afplatten als je kindje na de geboorte veel op één zijde van zijn hoofdje ligt. Soms zie je daar niet zoveel van, maar het kan ook ernstiger waarbij de oortjes bijvoorbeeld niet meer in een lijn staan.

Is een afgeplatte schedel erg?

Een beetje een scheef hoofdje is niet erg, een minder rond hoofdje ziet er wat minder mooi uit. Maar als scheefhoofdigheid heel ernstig is, dan kan het op lange termijn wel problemen geven met de kaak, het gehoor en de ogen (scheelzien).

Hoe wordt een voorkeurshouding veroorzaakt?

Er zijn meerdere redenen waarom een kind een voorkeurshouding kan ontwikkelen:

  1. Het advies om de baby op de rug te laten slapen ter voorkoming van wiegendood heeft er vooral in de beginjaren voor gezorgd dat er veel kinderen een scheef hoofdje kregen. Inmiddels geven kraamzorg en artsen hier adviezen over.
  2. Baby’s zitten soms te vaak en te lang vast in autostoeltjes, wip-, zit-, lounge- en eetstoeltjes waarbij ze min of meer gedwongen steeds in dezelfde houding te zitten. Ook dit kan leiden tot scheefhoofdigheid en een voorkeurshouding.

Behandeling voorkeurshouding en tummytime

Ontwikkelt jouw kindje een voorkeurshouding? Trek dan aan de bel bij consultatiebureau of kinderfysiotherapeut. Ben je er vroeg bij dan kan kun je het scheve hoofdje proberen te verhelpen. Je krijgt dan tips en oefeningen mee:

  1. Leg de baby zoveel mogelijk op de buik als je kindje wakker is. Dit heet ook wel ‘tummy time’. Liggend op de buik zal je kindje zijn hoofdje proberen op te richten, de nek en rugspieren trainen en lukt het je kindje op een bepaald moment het hoofdje in het midden te houden. Doe dit minstens 3 keer per dag een paar minuten per keer en blijf er altijd bij.
  2. Als je baby slaapt leg je het hoofdje steeds naar links en bij het volgende slaapje naar rechts. Is er al sprake van een voorkeurshouding, draai het hoofdje dan naar de zijde waar je kindje liever niet naar toe kijkt.
  3. Voed steeds op een andere manier: op je linkerarm, op je rechterarm, op de benen. Geef je borstvoeding, bekijk dan meer voedingshoudingen.

Zet bij het spelen, bijvoorbeeld in de box een speeltje neer aan de zijde waar je kindje liever niet kijkt. Of probeer de aandacht te trekken met een speeltje, knisperboekje of rammelaar zodat hij zijn hoofdje naar zijn niet-favoriete kant gaat draaien.

Helmredressie

Is de voorkeurshouding heel ernstig, dan kan worden aangeraden om je baby een helmpje te laten dragen, dit heet ook wel Helmredressie-therapie. Daarmee wordt de schedel gedwongen weer in de juiste vorm te groeien.

Motorische achterstand

Scheefhoofdigheid en te lang vastzitten in stoeltjes kan ook leiden tot een ontwikkelingsachterstand. De motorische ontwikkeling van je baby gaat van boven naar beneden en van binnen naar buiten. Als eerste ontwikkelt zich het babyhoofdje, daarna de romp van je kindje en als je baby zijn hoofdje kan oprichten en zijn lijfje stilhouden, volgen de armpjes. Dit zie je doordat je baby met de handjes gaat spelen. Als laatste volgt de ontwikkeling van de beentjes.
Je herkent een motorische achterstand doordat je oudere kindje zich trager ontwikkelt en onhandig gedraagt. Hij of zij kan bijvoorbeeld een potlood niet goed vasthouden, kan moeilijk een bal gooien en vangen en kan niet hard lopen.

Waarom is vrij bewegen belangrijk?

Het vrij kunnen bewegen is heel belangrijk voor de ontwikkeling van kinderen. Door kinderen te vaak te lang vast te zetten in een (auto)stoeltje, kunnen ze nauwelijks bewegen en zakken ze door de zwaartekracht alleen maar dieper onderuit, want ze zijn nog niet in staat om zelfstandig te zitten. Ze zitten dan in een gedwongen kommahouding, kunnen zich niet strekken of omrollen, niet goed met hun beentjes trappelen, met de armen zwaaien of het hoofdje oprichten. Allemaal bewegingen die juist belangrijk zijn voor de ontwikkeling van het spierenstelsel van jouw kind! Een gezonde baby ontwikkelt een S-curve in de ruggengraat en dat is belangrijk om te kunnen kruipen, zitten en lopen.

Extra risico: lager zuurstofgehalte in het bloed

Zit je kind te vaak in een autostoeltje, dan loopt deze ook het risico op een daling van het zuurstofgehalte van het bloed tot wel 5%. Dit blijkt uit een onderzoek gepubliceerd in het wetenschappelijke blad Pediatrics. Te weinig zuurstof in het bloed kan leiden tot klachten zoals: suf worden, benauwdheid, onrustig worden en verward zijn. Bij een gezond kindje levert dit niet direct problemen op, maar bij een kind dat ziek is, of ziek is geweest kan dit wel een risico zijn.

Voorkeurshouding voorkomen, wat kun je zelf doen?

  1. Leg de baby zoveel mogelijk op de buik als je kindje wakker is en blijf er altijd bij.
  2. Gebruik een autostoeltje alleen waarvoor het is bedoeld: voor een autorit.
  3. Maak autoritten niet te lang. Las bij een lange rit regelmatig een pauze in waarbij jij en je baby even de beentjes kunnen strekken.
  4. Neem altijd een speelkleed of dekentje mee. Leg je baby na een autorit op het speelkleed of leg je kindje in de box, ook als je kindje slaapt!
  5. Ga je een lange wandeling maken? Zet dan niet een autostoeltje op het onderstel van de kinderwagen, maar pak de reiswieg!
  6. Gebruik een zit- of eetstoeltje pas als je kindje goed zelfstandig kan zitten, dat is zo rond de 8-9 maanden.