esther van bloemen bartels

Esther van Bloemen-Bartels is werkzaam onder de naam Babyverpleegkundige, ze komt bij ouders thuis en helpt ze met problemen, bijvoorbeeld slaapbegeleiding.

Eén op de tien ouders heeft een baby met slaapproblemen

Esther: ‘Eén op de tien ouders ervaart problemen met het slapen van hun baby (jonger dan 6 maanden oud). En bij Nederlandse kinderen van 1,5 jaar oud is die 8% van de ouders. Kortom, slaapproblemen in de eerste 18 maanden na geboorte, komen vaak voor en nemen niet snel af naarmate de kinderen ouder worden. Er zijn data die wijzen erop dat je met een zoon nog iets meer pech hebt dan met een dochter. Dus ja, in mijn praktijk praat ik erg veel over slaap met ouders, maar dat is alles behalve slaapverwekkend!’

Hoe komen ouders bij jou terecht? En met welke problemen worstelen ze?

‘Ouders komen via mijn eigen website babyverpleegkundige.nl of via zorgverleners waarmee ik samenwerk, bij mij terecht. Alle gezinnen zijn een goede afspiegeling van de maatschappij. Dat maakt mijn beroep ook zo leuk, ik ga van het mooiste huis in het centrum, naar het asielzoekerscentrum aan de rand van de bebouwing en eindig mijn werkdag met een bezoek aan een gezin in een (woon)boerderij. Als eerste maak ik onderscheid tussen problemen met slapen overdag of met slapen in de nacht. En problemen met inslapen versus problemen met doorslapen.’

Hoe ga je te werk?

‘Na een gesprek met de ouders bespreken we wat prioriteit heeft en maken we een plan met veel voorspelbaarheid voor het kind, want hier zijn jonge kinderen dol op. Voor de ouders die al heel veel voorspelbaarheid bieden maar vastlopen op het temperament van het kind, maken we een plan dat in hele kleine stapjes uitvoerbaar is, zodat we zo min mogelijk ‘protest’ kunnen verwachten. Verder spelen ook de opvoedstijl van ouders, de prikkelgevoeligheid van het kind, de woonsituatie van het gezin en de medische voorgeschiedenis van de slechte slaper, een rol bij het maken van het plan. Veel ouders zijn dankbaar en opgelucht als ze erachter komen wat invloed kan hebben op het slaapgedrag en vooral ook waar ze gewoon pech mee hebben.’

Zijn de methodes van babyslapen veranderd? Wat gaat goed, wat gaat minder goed?

‘De normaalwaarden ten aanzien van babyslapen zijn niet veranderd, de gemiddelde slaapduur van een baby die 20/40/60 jaar geleden werd geboren, zijn nog altijd hetzelfde. Wat wel is veranderd zijn onze verwachtingen en opvoedwijze. Dikke kans dat de baby van 60 jaar geleden opgroeide bij een moeder die niet in loondienst was (naast de zorg voor haar kinderen) en dat deze moeder ook nog eens omringd werd door andere moeders met baby’s en daar een beetje van kon afkijken. De kersverse moeder van vandaag kan veel minder afkijken (corona!) en wordt misschien wat onzeker als haar kindje minder slaapt dan andere baby’s op het kinderdagverblijf. Qua methodes denk ik dat het percentage baby’s dat 60 jaar geleden sliep in de draagzak of -doek heel laag is, terwijl dat percentage nu hoog is. Terwijl de vrouwen die 60 jaar geleden hun kinderen inbakerden met twee verschillende doeken en veiligheidsspelden, wel eens jaloers kunnen zijn op het aanbod dat er vandaag de dag is.’

Klopt het dat ouders tegenwoordig lang wachten met het vragen van hulp?

‘Ik weet niet of ouders langer wachten met hulp vragen. Door vroegsignalering weten we nu meer en het zorgaanbod is gegroeid. We weten bijvoorbeeld uit onderzoek dat er een verband is tussen een (post partum) depressie van ouders en slaapproblemen bij kinderen. Depressie kan ervoor zorgen dat je de lichaamstaal van je baby minder goed kan lezen en het te vroeg of te laat naar bed gaat brengen, dit doet weer iets met de zelfvertrouwen van ouders. Met behulp van eenvoudige vragenlijsten kunnen we een postpartum depressie eerder signaleren en kunnen we moeders ook veel meer uitleg geven over de werking van haar lichaam, hormonen en hersenen, waardoor ze zich niet hoeft te schamen. Zo krijgt een moeder passende zorg om haar zelfvertrouwen hoog te houden en voorkomen we problemen in de toekomst.’

Zijn voor jou de protocollen van het Nederlands Centrum voor Jeugdgezondheidszorg leidend, of zet je ook je eigen know-how in?

‘Die zijn zeker leidend! Het zijn multidisciplinaire richtlijnen, als alle disciplines (kinderfysiotherapie, kinderverpleegkundige in het ziekenhuis, kinderdiëtist, de IMH consulent) zich daar ook zoveel mogelijk aan houden, zijn we als zorgwerkers wel zo unaniem en duidelijk naar ouders. Maar ik kom ook in situaties waar ouders hebben gekozen om van de standaarden af te wijken, en dat mag. Er zijn bijvoorbeeld ouders die samen met hun baby in het grote bed slapen. Ik check alleen bij ouders of ze op de hoogte zijn van de adviezen en risico’s. Ik check ook of dit een tijdelijke oplossing is of een bewuste keuze ten aanzien van de opvoeding. In het eerste geval voel ik mij verantwoordelijk om de opties te bespreken om hun kindje veiliger te laten slapen, bijvoorbeeld in een aanschuifwiegje. Gaat het om een bewuste keuze, dan wil ik daarvan meer weten zodat mijn plan wel past bij hun opvoedstijl.’

Zijn er cultuurverschillen in gezinnen, heb je voorbeelden?

‘Jazeker, geen gezin is hetzelfde, dat maakt de zorg ook ontzettend leuk. Met de geboorte van het eerste kind in een gezin, ontstaat er eigenlijk een nieuw sociaal microsysteem van twee gezinnen. En met de plek van dat wiegje, waar het ook staat, wordt er nog meer ‘cultuur’ aan toegevoegd. Bijna één op de vier inwoners in Nederland heeft een migrantenafkomst. Er is een groot wereldwijd onderzoek gepubliceerd over de slaapuren bij kinderen tot drie jaar in verschillende landen. Dan zie je dat kinderen die opgroeien in Japan, India, Taiwan en Korea gemiddeld een uur minder slaap krijgen of nodig hebben dan de kinderen in Australië, Nieuw Zeeland en het Verenigd Koninkrijk. Wel iets om te vertellen als ik twee ouders tref met Aziatisch bloed. Maar dat zegt nog niet alles. Misschien komt dit gezin wel elke middag buiten. We weten dat kinderen die ’s middags buiten spelen, ’s nachts beter slapen dan kinderen die dat niet doen.’

Zijn er slaapproducten op de markt waar je niet achterstaat? En producten die je aan zou bevelen?

‘Er is een groot aanbod, soms voel ik mij wel eens een soort van ergotherapeut. Aanbevelen? Nee, ik draai het liever om, laat ouders mij vertellen wat ze fijn vinden en wat goed werkt, omdat dat weer te delen met andere ouders als die gerichte vragen stellen. Soms valt mijn oog op iets waarvan ik denk ‘dat gaat toch niet werken’. Een pasgeboren baby vindt het bijvoorbeeld ontzettend fijn om zijn armen en handjes voor de borst te hebben, vergelijkbaar met de positie in de laatste weken voor de bevalling. Dat noemen we een gecentreerde houding; ledematen richting de middenlijn van de romp. Als ik dan een piepklein slaapzakje zie waarin de armpjes boven, naast het hoofd komen te liggen, zonder de ruimte om te centreren, heb ik wel mijn vraagtekens…’

Lees ook:
Laatste nieuws van VeiligheidNL en richtlijnen
Interview met wetenschappers Monique L’Hoir en Floortje Kanits over veilig slapen en wiegendood
Interview met gecertificeerde slaapcoach Susanne Willekes